bijlage1 begrippenlijst - wordpress.com...bijlage1 begrippenlijst bibliotheek: een openbare...

Click here to load reader

Post on 21-Jun-2020

4 views

Category:

Documents

0 download

Embed Size (px)

TRANSCRIPT

  • Bijlage1

    Begrippenlijst Bibliotheek: Een openbare bibliotheek heeft boeken, tijdschriften en muziek- en filmdragers te leen. Zij biedt iedereen vrije toegang tot informatie, kennis en cultuur zodat mensen zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in de maatschappij. De bibliotheek is de grootste schatkamer van Nederland, vol materialen, ideeën en verhalen. Een inspirerende omgeving waar de bezoeker ongeremd kan experimenteren en waar hij telkens nieuwe ontdekkingen doet (Stichting Bibliotheek.nl, 2012). De Weddenschap: Een leesbevorderingscampagne van Stichting Lezen gericht op het vmbo.

    De uitdaging van De Weddenschap is om in een half jaar tijd drie boeken te lezen. Drie bekende Nederlanders fungeren als boegbeeld van de campagne. In principe mogen deelnemers elk Nederlandstalig boeklezen dat passend is bij hun leeftijd. De Weddenschap is gebaseerd op het idee van reader development. Hierbij draait het om het opdoen van positieve leeservaringen. De lezer staat centraal, niet zozeer het boek of de auteur. Het motto van De Weddenschap luidt “Wat je leest, ben je zelf!”. Daarmee wordt bedoeld dat er voor iedereen geschikte boeken zijn te vinden. Reader development is bedoeld om niet-lezers en aarzelende lezers over de streep te trekken (Stichting Lezen, z.d.a).

    Helpende : Onderwijsgevenden, ouders, bibliothecarissen, mediathecarissen, uitgevers volwassene en recensenten, die de kunst en het genot van lezen aan jeugd en jongeren willen bijbrengen.

    Leesattitude: Heeft betrekking op de houding die iemand aanneemt ten aan zien van het lezen van leesmateriaal. Het gaat hierbij om het plezier en de affectie (affectieve component) bij het lezen of de gedachte dat het nut heeft (rationele component).

    Leesbeleving De manier waarop het lezen van boeken door leerlingen wordt ervaren. Ook wel aangeduid met leeservaring.

    Leesbevordering: Het stimuleren van het ontwikkelen van de leesmotivatie en de literaire in het onderwijs competentie van kinderen (0-12 jaar) en jongeren (12-18 jaar). Belangrijk en in de bibliotheek uitgangspunt daarbij is het continu aanbieden van activiteiten en projecten op

  • het terrein van leesbevordering (de doorlopende leeslijn). Met het ‘ontwikkelen van leesmotivatie’ doelen we op (les)activiteiten die kinderen en jongeren zoveel mogelijk positieve leeservaringen laten opdoen, zodat ze plezier in lezen krijgen en houden. Onder ‘literaire competentie’ verstaan we: het mee kunnen praten over boeken, de weg kunnen vinden in het brede aanbod van boeken, kennis hebben van de kenmerken van boeken (genres en dergelijke) en een eigen oordeel over boeken kunnen geven. Het gaat om kinder-, jeugd- en volwassenenliteratuur.

    Leeservaring**: Er zijn vijf soorten leeservaringen: 1. Lezers die volledig geconcentreerd zijn op de tekst, verliezen soms hun gevoel van tijd en omgeving. Ze raken dan in een zogeheten ‘leesflow’. Dit wordt ook wel geboeide aandacht genoemd. 2. Stemmingsregulatie oftewel lezen met als doel een bepaalde stemming te behouden óf juist te veranderen. Lezers kunnen streven naar sensaties zoals spanning en opwinding, maar ook naar een rustig gemoed, afleiding van de alledaagse realiteit en verlichting van verveling en eenzaamheid. 3. Lezen roept een breed spectrum aan emoties op: van vreugde en angst tot verdriet en boosheid. Lezers kunnen door deze emotiebeleving zichzelf herkennen in een personage, tegen hem of haar opkijken en benieuwd zijn naar zijn of haar verdere lotgevallen.

    4. Lezen leidt tot diverse vormen van verbeelding. Aan de ene kant ervaren lezers allerlei zintuiglijke gewaarwordingen. Deze kunnen visueel, auditief of kinetisch van aard zijn. Aan de andere kant verplaatsen ze zichzelf in de tekst. Ze verbeelden zich dan bijvoorbeeld als zichzelf aanwezig te zijn, of juist in de huid te kruipen van het personage. 5. Teksten laten hun sporen achter in het geheugen door het terugdenken. Dat is vooral het geval als lezers ze niet alleen gelezen, maar tevens beleefd hebben. Dus: als ze geboeid hebben zitten lezen, hun stemming hebben laten reguleren en verschillende emoties en vormen van verbeelding ervaren hebben.

    Leesgedrag: De intentie en frequentie waarmee er gelezen wordt (Bakker, 2011b) Leesmotivatie: Is de mate waarin een jongere gemotiveerd is om te lezen. Deels overlappen deze drijfveren met de soorten leeservaring** (Stichting lezen, 2012). Bij intrinsieke motivatie wordt er gelezen om het humeur te beïnvloeden. Bij

  • instrumentele motivatie wordt er gelezen om iets te weten te komen (Tellegen & Lampe, 2000). Hieruit volgt het leesgedrag van de jongere, dus de intentie om te lezen evenals de frequentie waarmee er met plezier gelezen wordt. Het leesgedrag en leesmotivatie vormen weer de basis van de (volgende) leeservaringen.

    Leesomgeving: De sociale context, dus de plaats, tijd, omstandigheden, aanbod en gedrag bepalen de sociale context van het lezen.

    Leesopvoeding*: Is leesbevordering door ouders in de vorm van ouderparticipatie thuis. Het bestaat uit leesvoorbeeld, leesbegeleiding en leesaanbod (Notten, 2012). Leesbevordering in het ouderlijk gezin stimuleert leesvaardigheden, leesplezier en onderwijsprestaties, en blijft levenslang van invloed (Notten, 2013b).

    Leesplezier: Is het affectieve component van de leesattitude. Het plezier in lezen.

    Leessocialisatie: Door concrete (leesbevorderings)activiteiten of omstandigheden via sociale interactie, worden zowel cognitieve als motivationele hulpbronnen overgedragen, die ervoor zorgen dat de culturele ontwikkelingen van kinderen wordt gestimuleerd (Kraaykamp, 2002). Ook wel leesopvoeding* genoemd.

    Literaire socialisatie: Het opdoen van ervaring met het lezen van boek . Bij de overdracht staan leesgewoonten en -voorkeuren centraal (Verboord, 2003).

    Mediatheek: Is een ruimte in school met computers en een bibliotheek. Vaak is het ook een studieruimte waar gestudeerd kan worden. ProBiblio: Is een full-service dienstverlener voor de openbare bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland. ProBiblio streeft ernaar als Provinciale Serviceorganisatie (PSO) om als bibliotheekbranchespecialist een substantiële bijdrage te leveren aan het succes en de kwaliteit van de bibliotheken in haar verzorgingsgebied. (Probiblio, z.d.)

    Stichting Lezen: Stichting Lezen is het kennis- en expertisecentrum voor leesbevordering en literatuureducatie (Stichting lezen, z.d.b). Ze bevordert het lezen in de Nederlandse en Friese taal en levert een bijdrage aan het verbeteren van het leesklimaat en de leescultuur als onderdeel van het algemene lees- en literatuurbeleid van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

  • vmbo: Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, meestal afgekort tot vmbo, is een van de vier type van voortgezet onderwijs in Nederland (Rijksoverheid, z.d.b). Het vmbo biedt vier leerwegen in het voortgezet onderwijs die toeleiden naar het middelbaar beroepsonderwijs. (Rijksoverheid, z.d.a)

  • Bijlage 2

    Proefondervindelijke ervaringen: Voor de introductie van De weddenschap 2011-2012 is er als eerste stilgestaan bij het voorstellen van de BN’ers. Deze boegbeelden van De Weddenschap zijn niet bij iedereen bekend maar moeten wel als rolmodel kunnen fungeren. Hierna zijn de officiële campagne-video’s getoond. Via een zelfgemaakte video heb ik mijn uitdaging aan de jongeren voorgelegd. De bibliothecaris is in mijn beleving de aangewezen persoon om De weddenschap naar het niveau van de lokale situatie en de belevingswereld van de jongeren te trekken. Hij of zij verzorgt de zogeheten ‘modeling’ voor een boekkeuze van de jongeren. De boekpromoties bij de gekozen boeken van de BN’ers en ook mijn persoonlijke tips vielen erg in de smaak. We kregen in de eerste weken na de introductie veel vraag naar dezelfde titels. Het behaalde succes viel ten prooi aan een reeds door bezuiniging geslonken collectie. Als extra lokale stimulans voor de jongeren en ter stimulering van de gemeentelijke betrokkenheid bij de leesbevordering voor vmbo jongeren zijn de burgemeester, wethouder cultuur, wethouder onderwijs en wethouder jeugd ook uitgedaagd om deel te nemen aan De Weddenschap. Allen hebben ze meegedaan. Bij de introductie van De Weddenschap 2012-2013 is de nadruk gelegd op het snelle beroep van BN’er Jasper Iwema als motorcoureur. De Weddenschap werd als een race met leeskilometers gepresenteerd. De boekpromotie kreeg vanwege het logistieke probleem een minder grote rol in deze introductie. Het belang voor het vinden van een passend boek stond voorop. De focus lag op de slogan “Wat je leest, ben je zelf!”. Het voorstellen van de BN’ers en de inzet van mezelf als rolmodel bleven gehanteerd, maar waren nu meer gericht op de uitleg over de keuze van het passende boek. Dit uitte zich in het tonen van enkele boek- of filmtrailers. Deze trailers zorgden voor verbazing, verwondering, enthousiasme en vragen, waaruit bleek dat de jongeren zich beter konden verplaatsen in het verhaal van het boek. Hierdoor ging de slogan “Wat je leest, ben je zelf!” meer leven voor de jongeren. Om deze leesuitdaging nog meer in de leesomgeving van de jongeren te integreren, mochten de jongeren bij deze editie van De Weddenschap per klas iemand van hun school uitdagen. Van de wiskundedocent tot aan de directeur. Als leuke spin-off motiveerde het de begeleidende docenten in de bibliotheek ook deze uitdaging aan te gaan. Helaas kwam ik vanwege schoolbeleid niet achter alle mailadressen van de docenten om ze uit te dagen.

  • Voor De Weddenschap 2013-2014 werden de nieuwe boegbeelden in een boksring van het campagnebeeld geplaatst. Het sportieve element van deze leesuitdaging kwam tot leven door de lokale prijs van 2 maanden boks- of dansles. Een mooie, sportieve en bereikbare beloning in vergelijking met de landelijke kans op prijzen. Om het effect van de prijs goed te kunnen “meten” zijn er geen andere lokale prominente of schoolgerelateerde personen uitgedaagd. De prijs had een zichtbaar motiverende werking op de deelname aan de campagne, vanwege de persoonlijke beloning en ook de bereikbaarheid van deze prijs. Al deze bevindingen neem ik mee in mijn ontwerp.

    Methodologie Voor het ontwerponderzoek heb ik vier methodes van onderzoek gehanteerd. De hoofd- en deelvragen zijn met de onderzoeksinstrumenten literatuurstudie, interviews, enquête en observatie via playtesten onderzocht. In onderstaand schema is toegelicht bij welke deelvraag, welke methode is toegepast.

    Onderwerp bron

    Kenmerken van leesplezier/leesattitude Literatuur Expertinterviews

    Kenmerken van leesgedrag Literatuur Expertinterviews

    Wat zijn de kenmerken van de leescampagne Literatuur

    Welke ervaringen zijn er bij de leescampagne Expertinterviews Focusgroep

    Wat zijn de algemene, culturele en literaire kenmerken van de doelgroep VMBO?

    Literatuur

    Op welke manier kunnen kenmerken van leescampagne (leeservaring) voor VMBO-jongeren positief beïnvloed worden, als het gaat om kenmerken van leesattitude en kenmerken van leesgedrag?

    Literatuur

  • Onderwerp bron

    Wat zijn kenmerken van spelelementen uit game design?

    Literatuur

    Welke kenmerken van spelelementen zetten de doelgroep aan tot deelname aan een activiteit?

    Literatuur Playtest

    Welke kenmerken van spelelementen hebben invloed op de beleving?

    Literatuur Playtest

    Op welke manier kunnen kenmerken van spelelementen (game mechanics, dynamics en aesthetics), de kenmerken van de leesattitude (plezier en inleven) en kenmerken van het leesgedrag (intentie, frequentie) op een positieve manier voor VMBO-jongeren bijstellen?

    Literatuur Playtest/ enquette

    Hoe dragen de kenmerken van spelelementen bij aan een positieve leeservaring?

    Literatuur Playtest

    Hoe verhogen de kenmerken van spelelementen de kans op deelname aan de

    leescampagne?

    Literatuur

  • Onderwerp bron

    Op welke manier kan de bijstelling van kenmerken van spelelementen op kenmerken van de leesattitude én kenmerken van het leesgedrag, de kenmerken

    van de leescampagne ( leeservaringen) positief beïnvloeden?

    Literatuur playtest

    Hieronder staan de methodes in de volgorde waarin ze plaatsvonden beschreven. Elke methode wordt geïntroduceerd door het doel van het onderzoek. Bij de methode wordt waar mogelijk de onderzoeksgroep benoemd en de motivatie voor deze selectie. Bij het onderzoeksinstrument worden de wijze en de meetcriteria beschreven. In de procedure wordt stap voor stap het proces doorlopen. Het resultaat beschrijft een samenvatting van de bevindingen.

    Focusgroep Doel: het delen en uitwisselen van de praktijkondervinderlijke ervaringen over De Weddenschap, het voorleggen van mijn hypothese en behoeftepeiling voor verder onderzoek en ontwikkeling.

    Onderzoeksgroep: is een representatie van het werkveld. Hierin namen plaats: Peter van Duijvenboden, projectleider vmbo van Stichting Lezen Ellie van der Meer, adviseur laaggeletterdheid van Probiblio Karen Bertrams, adviseur cultuurparticipatie van Probiblio Jephta Peijs, implementation consultant van IJsfontein Annette Kerklaan, coördinator mediatheek van Life College (vmbo) Jolanda Noordermeer, mediathecaris van Wolfert PrO (vmbo) Rowan Huiskes, specialist VO van Bibliotheek Rijn en Venen Onderzoeksinstrument: focusgroep als klankbord voor de probleemstelling en behoefte aan onderzoek en ontwikkeling.

  • Proces: via Club Jong Media (CJM) van Probiblio zijn in de expertbijeenkomst de praktijkondervinderlijke ervaringen bij De Weddenschap gedeeld en uitgewisseld, is de hypothese over het inzetten van spelelementen voor de leesmotivatie voorgelegd en de behoefte voor verder onderzoek en ontwikkeling gepeild.

    Resultaat: het merendeel van de vmbo-jongeren haakt gedurende de campagne af. De focusgroep staat positief tegenover verder onderzoek en ontwikkeling naar het inzetten van spelelementen voor de leesmotivatie van vmbo-jongeren.

    Literatuuronderzoek

    Doel: is de begrippen uit de onderzoeksvragen te voorzien van een theoretisch kader. Verder zorgt de literatuurverkenning voor goed beeld van het werkgebied en wat er al in vergelijkbare onderzoeken is geconcludeerd.

    Onderzoeksinstrument: literatuurstudie

    Proces: er is in de eerste verkenning van de literatuur gekeken naar vergelijkbare onderzoeken en ontwerpen op het gebied van leesbevordering in Nederland. Hierna vond een verdieping plaats op het gebied van leesattitude, leesgedrag, leeservaringen, vmbo’ers, spelelement uit de game design

    Resultaat: er zijn resultaten op het gebied van gamen/gamification gevonden. Deze waren gericht op het bevorderen van de technische leesvaardigheid. Verder zijn alle begrippen omschreven en wordt er naar diverse theorieën verwezen.

    Playtest Wolfert PrO

    Doel: het observeren van de vmbo’er tijdens de voorgelegde opdrachten. Onderzoeksgroep: 11 klassen, waarvan 7 eerste leerjaren en 4 tweede leerjaren In totaal namen ± 240 vmbo-jongeren deel aan de playtest. Onderzoeksinstrument: participerende observatie gericht op het inlevergedrag en keuze van de opdracht

  • Proces: Tijdens het 45 minuten durende lesuur werd de aanleiding van de opdrachten uitgelegd, de rol van de vmbo’er uitgelegd, de opdrachten mondeling toegelicht, het speelveld aangegeven en de spelregels uitgelegd. Bij elk bezoek was een docent aanwezig en de bevlogen mediathecaris van Wolfert Pro.

    Resultaat: 152 mails, waarvan meer dan 10 mails meerdere antwoorden van de 1 – 4 deelnemers bevatten. In het totaal zitten ook meerdere inzendingen van 1 deelnemer. Als ik even alleen uitga van de ingeleverde hoeveelheid aan mails, dan heeft meer dan de helft van de vmbo-jongeren een opdracht ingeleverd. En kan ik concluderen dat de opdrachten activerend werken. De opdracht voor een faceboekfoto en het songificeren van het boek waren het populairst. Op een derde plaats volgde de groeten uit- schrijfopdracht. Of werd er een eigen lied ingeleverd.

    Playtest Lezen Centraal

    Doel: het presenteren en promoten van het ontwerponderzoek. Het uittesten en vergelijken van 2 manieren voor het maken van een stiftgedicht.

    Onderzoeksgroep: ± 40 geïnteresseerden, waarvan bijna een derde aangaf een bibliothecaris te zijn. De rest van de groep bestond uit docenten, een consultant, studenten, een logopedist, een journalist, een creative director storybased media en een literair agent. Onderzoeksinstrument: participerende observatie gericht op deelname, het inlevergedrag en antwoorden van de enquête met gesloten vragen.

    Proces: tijdens een 75 minuten durende deelsessie werd de aanleiding van en de stand van zaken in het ontwerponderzoek besproken. Na deze toelichting werd de stiftopdracht uitgedeeld en alleen uitgelegd aan de groep van stiftgedicht 2.

    Resultaat: iedereen nam deel en maakte 2 stiftgedichten. Er werden weinig vragen gesteld en bijna 30 geïnteresseerden hebben de enquête over de opdracht ingevuld en ter plekke ingeleverd. Hiervan waren er 27 bruikbaar, dus compleet ingevuld waren. Uit de enquête bleek dat gemiddeld positief tot neutraal werd geantwoord op de duidelijkheid van de instructie, de niet ervaren moeilijkheidsgraad en het plezier bij de opdracht. Tevens bleek dat gemiddeld positief tot neutraal werd geantwoord op het ervaren gevoel van vrijheid, trots, veiligheid en creativiteit de deelnemers . Dit geldt ook

  • voor de ervaring en het gevoel bij de deelnemers voor het maken van deze opdracht door de vmbo’er.

    Interviews experts Doel: vergelijken van de theorie met de praktijk. Er is gevraagd naar de definitie, het beleid, het belang en de succesfactoren van leesbevordering . Onderzoeksgroep: op vrijwillige deelname, op basis van aangegeven interesse bij het onderzoek, zijn er 5 interviews afgenomen. Deze zijn afgenomen in Amsterdam, Capelle aan den IJssel, Rotterdam, Utrecht, Wassenaar. De groep bestond uit een vmbo docent van een grafiemedia school, een docent Nederlands op een vmbo school, een mediathecaris op een school vmbo en praktijkonderwijs, een coördinator cultuurpunt en gaming in een bibliotheek en een projectmedewerker van een leesbevorderingsproject.

    Onderzoeksinstrument: is een semi-gestructureerde vragenlijst.

    Proces: er wordt gedurende 60 minuten een expert geïnterviewd via een vooraf opgestelde en aangeleverde vragenlijst . De vragen gaan over leesbevordering.

    Resultaat: zie bijlage 3

  • Bijlage 3

    Samenvatting 5 expertinterviews “Taal- en leesbeleid is op veel vmbo-scholen (nog) niet goed geregeld. Zo stelde de Inspectie van het Onderwijs vast dat driekwart van de scholen van vmbo en praktijkonderwijs geen plan hebben om op structurele en herkenbare wijze de taal- en leesniveaus van leerlingen te bewaken” (Stichting Lezen en ITTA 2014).

    Uit de interviews blijkt de welwillendheid van de docenten of mediathecaris voor een taal- en leesbeleid. De inzet voor en het belang bij het schrijven is hoog. Ook wordt erkent dat de leesbevordering een volwaardig onderdeel is van het taal- en leesbeleid. Tijdens de interviews blijkt dat geen van allen een taalbeleid op papier hebben die helemaal af is. Meestal staat het beleid nog niet op papier, maar wordt het wel al in de praktijk gebracht. Bij allen staat het leesplezier bij het leesbeleid hoog in de prioriteitenlijst. Citaat uit interview met Joke Bolt op 25 arpil 2014:

    Ik heb echt leerlingen die bij mij een boek moesten lezen, en echt zeiden dat het eerste boek is wat ze ooit hebben uitgelezen.” (…)Daar maak je zo een slag mee, als je gewoon leest. En helemaal als je leuke dingen doet, want dan hebben ze niet door dat ze aan het leren zijn. Want eigenlijk leer je gewoon, terwijl je iets leuks doet (Bolt, 2014).

    “Docenten die zelf plezier in lezen hebben en ook daadwerkelijk lezen, besteden meer aandacht aan werkvormen die het lezen stimuleren, dan docenten die zelf niet lezen” (Stichting Lezen en ITTA 2014). Ik kan het uit eigen ervaring bevestigen! Een van de geïnterviewde docenten is een netwerkpartner en ik heb in praktijk mogen ervaren hoeveel invloed zij heeft met het stimuleren van de vmbo’ers bij het lezen. Zij leest zelf ook veel jongerenliteratuur en deelt haar leeservaring graag met de scholieren. Daarnaast is zij bezig met diverse werkvormen en staat altijd open voor nieuwe vormen van leesbevordering.

    De bevlogenheid van alle geïnterviewden voor het bevorderen van lezen met plezier, was tijdens alle interviews duidelijk zichtbaar. De gesprekken waren vaak langer dan gepland en er werden veel tips en trucs uitgewisseld. Iedereen is nieuwsgierig en staat open voor het inzetten van spelelementen voor de leesmotivatie. De resultaten van de spelende verkenning van het boek mogen (extra) ingezet worden voor het fictiedossier. Ook hieruit blijkt het belang van de rol van de ‘helpende volwassene’.

    Een citaat uit interview op 30 april 2014 met Karlijn Leenders vult dit mooi aan door te zeggen; “Dat een verhaal veel meer is dan letters op een papier.” (Leenders, 2014) Hiermee illustreert Leenders mooi en treffend waar leesbevordering om draait en waarom het boek moet gaan leven!

  • Bijlage 4

    Fotoverslag presentatie en testplay

    Lezen Centraal http://www.lezen.nl/lezen-centraal

    http://www.lezen.nl/lezen-centraal

  • Bijlage 5

    Artikel Leesplein ter promotie van het ontwerponderzoek

  • Voorlopige tekst interview Leesplein.nl

    Jolanda Hugens

    [intro]

    In September start De Weddenschap weer, een leesbevorderingscampagne voor vmbo-scholieren. Jolanda Hugens is bibliothecaris bij Bibliotheek aan den IJssel. Zij heeft veel succes met het motiveren van scholieren om De Weddenschap aan te gaan én te behalen. “Ik zie het als mijn taak een brug te slaan tussen de campagne en de jongeren.” Op dit moment rond Hugens haar ontwerponderzoek af voor haar master Kunsteducatie.

    Je bent bibliothecaris en masterstudent Kunsteducatie. Kun je kort vertellen waar je ontwerponderzoek over gaat? Jongeren hebben tegenwoordig minder met een boek dan vroeger. Het medium boek is maar raar, er zijn ook veel meer media om uit te kiezen en door verleid te worden. Jongeren komen minder dan vroeger in aanraking met boeken. Dit komt onder andere door de ontpapiering van de wereld. Vroeger was het duidelijk: aan iemands boekenkast kon je zien wat voor persoonlijkheid hij heeft. De leesomgeving is nu veel minder zichtbaar. Als ik een tablet gebruik, ziet niemand wat ik aan het doen ben. De een denkt: die zit te gamen, terwijl ik misschien wel een boek aan het lezen ben.

    Ik onderzoek of spelelementen uit game-design een positieve bijdrage kunnen leveren aan het leesplezier (de leesattitude/leesbeleving) en leesgedrag (de leesintentie en leesfrequentie) en zo deelname aan een leescampagne kunnen verhogen.

    Wat las jij toen je 15 was en waar kwam je interesse in lezen vandaan?

    Tijdens mijn hele jeugd bezocht ik met grote regelmaat de lokale bibliotheek. Voor mijn gevoel heb ik alle boeken op alle planken wel gelezen. Ik was een echte dagdromer en vond het heerlijk in een andere wereld te verdwijnen. Op de middelbare school kwam ik erachter dat de paardenverhalen en de highschoolboeken die ik graag las, niet goed genoeg waren voor school. Ik was teleurgesteld en koos voor dunne boekjes, omdat ik in het duister tastte qua titelkennis en niet wist wat een passend boek zou kunnen zijn. Ik werd niet geprikkeld en begeleid naar een goed boek. En helaas ook niet gehoord als ik zei dat ik een boek zo mooi of bijzonder vond omdat ik nog nooit vanuit het ik-perspectief gelezen had. Het lezen veranderde van een lust in een groot drama! Ik snapte niks van de klassiekers en zou dus erg geholpen zijn geweest met de leuke en ruime keus C en D boeken. In die tijd heb ik een aantal jaar geen boek meer aangeraakt voor mijn plezier. Tijdens mijn studie Culturele Maatschappelijke Vorming begon ik langzaam aan het leesplezier weer te ervaren met chicklits.

  • Bij De Weddenschap dagen drie bekende Nederlanders scholieren uit drie boeken te lezen in een half jaar tijd. Wat doe jij als bibliothecaris om vmbo'ers warm te maken voor deelname aan De Weddenschap? Door spelelementen toe te voegen aan de introductie van de leescampagne hoop ik meer eigenaarschap en betrokkenheid te generen bij de jongeren. Anders is het alleen maar zenden. En waarom niet afkijken bij een goedlopende formule en dit proberen te verwerken in een niet-game-context?

    Boeken die vmbo’ers aanspreken zijn waargebeurde en spannende verhalen en soms science fiction. Een mix van makkelijk lezen, B, C en Young Adult. Ik probeer de jongeren duidelijk te maken hoe belangrijk het is dat het boek aansluit bij hun interesses, waardoor zij actief betrokken kunnen raken bij het verhaal en het verhaal zelf 'maken'.

    Hoe komt het dat jongeren eerder kiezen voor een game dan voor een boek?

    Bij een game krijg je snel een terugkoppeling in de vorm van een soort beloning. Ik geloof in interactie en dialoog, bij een game wordt dit soms gefaciliteerd door een chatfunctie of tegenspelers. Bij het lezen van een boek moet je maar net een vriend, vriendin, docent, ouder, coach, mediathecaris of bibliothecaris in de buurt hebben om leeservaringen uit te kunnen wisselen. Een boek is ook minder mobiel, maar gelukkig brengen Ebooks en apps hier verandering in. Mij lijkt het een aanvulling op een Ebook als er een functie komt waarin je als lezer met andere lezers van gedachten kan wisselen of reviews van vrienden kunt lezen.

    We leven in een beeldcultuur. Lezen is een moeilijke taak omdat het niet in onze genen zit. Lezen en schrijven zijn menselijke uitvindingen en onze hersenen moesten zich hieraan aanpassen. Als we niet genoeg uitgedaagd worden om te gaan lezen, dan beginnen we ook niet met lezen.

    Een boek laat vanaf de buitenkant niets zien van het verhaal. Natuurlijk zorgt de kaft voor de eerste indruk en kan de achterflap deze bevestigen. Maar in een tijd waar overal previews van zijn, zijn boektrailers in de minderheid. Terwijl die er juist voor kunnen zorgen dat jongeren een beeld krijgen bij het verhaal in het boek. Bij deze roep ik op om meer boektrailers te maken!

    Hoe belangrijk is het dat er een bevlogen docent is die scholieren aanspoort te gaan lezen?

    Heel belangrijk. Jongeren hebben een druk bestaan. Hoe fijn zou het zijn als een docent de kans geeft jongeren tijdens de les een halfuurtje te laten lezen? Dat ene halfuurtje kan net genoeg zijn om iemand een boek in te trekken. Een docent weet hoe belangrijk het is om naast een formeel gesprek ook informele boekengesprekken te hebben. Of grasduinmomenten, wat spreekt een scholier nou eigenlijk aan en wat voor boek past daar bij? Een docent speelt een belangrijke rol in de leessocialisatie. Een scholier kan zich spiegelen aan de docent, hij voelt zich daardoor serieus genomen en wordt geprikkeld om over grenzen heen te kijken en te lezen.

  • Heb je tips voor collega’s van andere bibliotheken om deelname aan de leescampagne De Weddenschap te verhogen?

    Ga voor de persoonlijke benadering. Zoals de slogan aangeeft; wat je leest, ben je zelf. Je bent een spiegel voor de jongeren. Je moet meelezen en vertellen waarom jij ook de uitdaging aangaat. Met welke boeken je dat doet en waarom deze boeken je nieuwsgierig maken. Ik doe dit door in de introductiepresentatie persoonlijke foto’s te laten zien en te vertellen waar mijn interesses liggen. Vervolgens koppel ik deze interesses aan boeken. Ik zeg bijvoorbeeld dat ik in de krant las over een moord op een schoolplein. En dat ik daarom dacht, hee is daar niet een boek over. Ik ben ook eerlijk over mijn leesgedrag. Ik ben geen lettervreter, en dat geef ik eerlijk toe.

    Bij de afsluiting van de campagne kwam er een jongen naar me toe. Hij zei: ‘juf, ik heb maar één boek gelezen’. Ik vroeg hem wat hij had gelezen en of hij het leuk vond. Hij antwoordde van ja. Toen zei ik: ‘dan ben je een kanjer’. Deze jongen voelde zich verplicht terug te koppelen hoe het was gegaan, maar toch had hij het gevoel dat hij had gefaald omdat hij maar een boek had gelezen. En juist dáár moeten we iets mee, als bibliothecarissen, docenten maatschappijleer, ckv en Nederlands. We moeten weg van de eindstreep, maar meer focussen op de uitdaging. Het moet speels zijn, en leuk. Dan haken jongeren wel aan!

    Voor meer informatie over De Weddenschap kijk je op www.deweddenschap.nl. de nieuwe uitdaging start op 10 november.

    http://www.deweddenschap.nl/

  • Bijlage 6

    Foto’s playtest http://www.basixx.nl/playtest

    http://www.basixx.nl/playtest