de sneuper 117, maart 2015

of 35 /35
DE DE AANNEMERSFAMILIE EGAS VAN HOLWERD SNEUPER jaargang 28 nr. 1 MAART 2015 nummer 117 losse nummers € 3,95

Author: historische-vereniging-noordoost-friesland

Post on 11-Apr-2017

243 views

Category:

Education


9 download

Embed Size (px)

TRANSCRIPT

  • DE

    DE AANNEMERSFAMILIE

    EGAS VAN HOLWERD

    SNEUPER

    jaargang 28 nr. 1 MAART 2015

    !"#$%&&'()*+,,-(.,-(/&(

    0%12)*%1$3&(4&*&-%+%-+(5))*/))1267*%&1',-/

    nummer 117

    losse nummers 3,95

  • Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.

    COLOFON

    138

    18 22 24

    4

    correspondentieuitsluitend via: Postbus 369

    9100 AJ Dokkum

    kopij via e-mail: [email protected]

    website www.hvnf.nl

    webloghttp://sneuperdokkum.blogspot.com

    De Historische Vereniging Noordoost-Friesland is een Algemeen Nut Beogende Instelling.

    redactie

    Warner B. Banga Dokkum

    Hilda Bouta Neerijnen

    Atze Glas Gerkesklooster

    Piet de Haan Dokkum

    Jacob Roep Leeuwarden

    Hans Zijlstra Amsterdam

    opmaakWarner B. Banga

    7

    ACHTERGRONDFOTO OMSLAG: PIET DE HAANINZETFOTO: COLLECTIE JAN VAN DER VELDE

  • prijs losse nummers 3,95

    (exclusief porto)

    achtentwintigste jaargang nr. 1

    maart 2015

    verschijnt in maart, juni,

    september en december

    in een oplage van 650 exemplaren

    !"#$%&&'

    )*+,,-

    .,-(/&(

    0%12)*%1$3&(

    4&*&-%+%-+

    5))*/))1267*%&1',-/

    2&(8)99:;

    nummer 117

    INHOUD

    Hier maakt men wielen daar vrouwen m spinnen,om voor de mans de eerelijke kost te winnen.Doch als sy somtijds uit gaan te naayen,dan zit ik op mijn gat om wielen te draayen.

    Luifelschrift op een wieldraayershuis op de Turfmarkt te Dockum

    HISTORISCH CITAAT:

    SNEUPERDE

    5

    6

    7

    13

    16

    22

    24

    32

    8

    14

    4

    18

    19

    20

    21

    34

    REDACTIONEEL

    LEDENNIEUWS 2015-01VAN DE BESTUURSTAFEL

    HISTORIE & STREEKGESCHIEDENIS

    SIGARENFABRIKANT PETRUS JORRITSMADE IJSHERBERG VAN OUDWOUDEHUISNUMMERING DANTUMAWOUDEETIENNE BABOIS: FRANSMAN WERD FRIESHEIN DE BRUIN EN AMELAND

    GENEALOGIE & FAMILIEGESCHIEDENIS

    DE FAMILIE EGAS UIT HOLWERD DEEL 1HET GELEENDE PASPOORT

    RUBRIEKEN & COLUMNS

    COLUMN: Je mutte mar hoare...DE KOFFER: DE KOFFER WORDT GESLOTENHERALDIEK: WAPEN EN VLAG VAN DOKKUM 3VEENHUIZEN: SIGNALEMENT MET FOTO

    DIGITAAL & ACTUEEL & VARIA

    INGEBOEKT: Windlust, BurumWEBNIEUWS: Virtuele reizen van Kollum tot India

    WARNER B. BANGAJOHANNES DIJKSTRAHAIJE TALSMA

    JAN KOOISTRAREINDER H. POSTMAHENK PLANTINGALINDA MOESANDRE STAAL

    KLAAS EGASKLAAS PERA

    IHNO DRAGTHILDA BOUTARUDOLF J. BROERSMAPIET DE HAAN

    YVONNE TE NIJENHUISHANS ZIJLSTRA

    TWEEDE LUITENANT

  • CO

    LU

    MN

    MANKELYKHet is eind januari dat ik deze column schrijf en ik voel me een beetje

    melancholiek, oftewel mankelyk zoals dat zo mooi in het Fries heet. Misschien komt het doordat we net weer in een nieuw jaar zitten en

    ik bovendien zojuist 62 ben geworden. De pensioendatum komt al

    dreigend dichterbij en ik wil nog lang niet weg. Of doordat er juist ie-

    mand uit de familie overleden is. Weliswaar oud en ziek, zonder hoop

    op genezing, maar helder van geest: het zal je overkomen, denk ik dan.

    Zou het te maken hebben met mijn partner, al jaren depressief? Ik ben

    zo positivissimo van aard dat ik me dat eigenlijk niet kan voorstellen, maar misschien onbewust toch?

    EEN EIGEN HUISNee, ik denk dat het vooral komt omdat ik mogelijk binnenkort mijn

    huis na 25 jaar zal verlaten. Want enige weken geleden ging s avonds

    de bel en ik met wat kleingeld naar de deur. Het was echter niet een

    collecte, maar een mevrouw die zei: Rare vraag misschien, maar is dit huis te koop? Nou, ja dus, komt u binnen, want ik wil wat kleiner gaan wonen in deze levensfase en wat wil een mens nog meer (zeker

    tegenwoordig) dan dat de kopers zichzelf aanmelden? Toch gaat dat

    pijn doen, want ik heb heel veel van mezelf in dat huis en grote tuin

    gestoken, om het zo maar eens uit te drukken.

    En waar laat ik al die spullen die ik in de loop der jaren ijverig verza-

    meld heb? Ik ben nog niet zo ver heen als een kennis die zelfs moeite

    heeft om stapels (nog?) niet gelezen tijdschriften weg te doen, maar

    toch. Als museumman zit verzamelen n behouden me in het bloed.

    Bij al mijn spullen heb ik wel een herinnering en die doe je dan in feite

    ook weg.

    AFSCHEIDIk vraag me wel af waarom ik er eigenlijk zon moeite mee heb, want na afscheid

    wordt iets een stukje afgesloten geschiedenis, persoonlijke geschiedenis. Ik ben

    dol op geschiedenis: ik heb het gestudeerd, ik schrijf erover en ik bezie het leven

    door een geschiedenisbril. Natuurlijk ben ik niet zon history-nerd dat ik geen oog heb voor het heden of de toekomst (plannen genoeg). Toch kan ik, om een

    voorbeeld te noemen, de Markt in Dokkum niet zien zonder me ervan bewust te

    zijn dat daar ooit een prachtige abdijkerk en een grote toren stonden. Daardoor

    mist er voor mijn gevoel altijd wat aan die Markt.

    Dus gek op geschiedenis, maar, realiseer ik me, dan vooral op andermans ge-

    schiedenis. Want je eigen geschiedenis heeft de eigenschap steeds zwaarder te

    gaan wegen. Waarmee en passant proefondervindelijk aangetoond is dat ge-

    schiedenis een soortelijk gewicht heeft en dus gewichtig oftewel belangrijk is.

    Ik wil, zodra mijn huis verkocht is, wel weer naar Dokkum, waar ik al eens 10 jaar

    woonde ( Ich bin ein Dokkumer ); dat me zo vertrouwd is, omdat ik de geschie-denis ervan en van veel inwoners goed ken. Maar ik moet er niet aan denken

    om daar nog veel langer te leven dan, laten we eens onbescheiden zijn, zon 25

    jaar, totdat ik zelf geschiedenis word. Ik heb er nu al zoveel mensen gekend die

    inmiddels dood zijn, dus dat worden er dan alleen maar meer.

    Daar kan een man toch mankelyk van worden?

    4

    door IHNO DRAGT [email protected]

    JE MUTTE MAR HOARE...

    RE

    DA

    CT

    ION

    EE

    L

    19E-EEUWSE MEMENTO-MORI VOUWBRIEF

    VAN DE EIGEN GESCHIEDENIS

    DE LASTC

    OLL

    ECTI

    E: M

    USE

    UM

    DO

    KKU

    M

    BRO

    N: G

    EMEE

    NTE

    DO

    NG

    ERA

    DEE

    L

  • CO

    LU

    MN

    5

    RE

    DA

    CT

    ION

    EE

    L

    HOE WERKT DAT MET EEN NIEUW ARTIKEL?Regelmatig roepen wij als redactie onze leden op om de resultaten

    van hun genealogisch of historisch onderzoek te publiceren in ons

    verenigingsblad De Sneuper. Soms benadert de redactie bewust mensen

    van buiten de vereniging, waarvan wij weten dat zij professioneel of

    hobbymatig bezig zijn met een interessant deel van de geschiedenis

    van Noordoost-Friesland. Soms komen mensen ook naar ons toe met

    een vraag of een verzoek om hulp...

    Zo ook Klaas Egas uit Lisse. Hij nam in de zomer van 2013 contact op met

    het streekarchief vanwege zijn onderzoek naar de familiegeschiedenis

    van de familie Egas en kwam zo in contact met oud-redactielid Reinder

    Tolsma, die hem hielp bij het zoeken naar genealogische gegevens

    en weer in contact bracht met ons lid en Holwerd-kenner Jan van der

    Velde. Gelukkig was Reinder niet te beroerd om ook nog even te vragen

    of er misschien een artikeltje voor ons contactblad De Sneuper in zat...

    NETTO, BRUTO OF TARRADat hebben we geweten. Klaas Egas hapte toe en kreeg vanuit de redactie Piet de Haan als coach en begeleider toegewezen.

    Binnen de redactie hebben wij namelijk afgesproken dat een ( potentile ) auteur een begeleider krijgt toegewezen, omdat niet

    alle artikelen drukklaar worden aangeleverd. Sterker nog, regelmatig krijgen wij enige kwartierstaten of losse familiegegevens

    toegestuurd met de toevoeging: Maak er maar wat moois van...! Gelukkig had Klaas Egas een andere insteek. Er ontspon zich een mooie correspondentie tussen Piet en Klaas over de eventuele

    inhoud, omvang en diepgang van het artikel: Ik wil graag weten hoe breed of smal de redactie het artikel had gedacht c.q. willen hebben. Want tussen netto en bruto kun je in de tarra ook nog selectief te werk gaan. Bijv. passage over cichoreidrogerij weglaten, wel iets over de Holwerder merke opnemen, geen verhaal over de landarbeid, wel iets over de SDAP en AJC (verbonden met mijn vader), enz.

    Schrijvers krijgen wel een aantal technische instructies, waaraan de aan te leveren kopij moet voldoen:

    - lever de tekst in als een Word-document (lettergrootte 11 of 12 punt)

    - schrijf uw teksten in dezelfde tijd, dus of verleden tijd of tegenwoordige tijd.

    - lever Nederlandstalige teksten aan, maar Friese bijdragen zijn ook welkom (met Nederlandstalige samenvatting)

    - lever fotos en afbeeldingen in als losse jpg-bestanden (liefst 300 dpi / ongeveer 1MB)

    - lever ook een Word-document aan waarin duidelijk aangegeven staat waar welke foto ongeveer moet staan

    BEDANKT VOOR UW GEDULDAls het artikel klaar is, wordt het bij de eindredacteur (mijn persoon dus) ingeleverd en in de kopijportefeuille bewaard. Afhankelijk

    van de omvang, de soort (streek- of familiegeschiedenis) en het thema van het artikel worden artikelen zo veel mogelijk op vol-

    gorde van binnenkomst gepubliceerd. Helaas (of gelukkig?) is onze kopijportefeuille zo goed gevuld dat dit bij een kwartaalblad

    soms een wachttijd van een half jaar tot een jaar op kan leveren! Een enkele keer worden auteurs daardoor ongeduldig en raken

    ze gefrustreerd, want je wilt natuurlijk graag het resultaat van je inspanningen zien. Als een bijdrage eindelijk aan beurt is, wordt

    deze door de eindredacteur opgemaakt en als PDF-bestand naar de schrijver gestuurd voor een laatste kritische blik en een ak-

    koord voor publicatie. De bedoeling van dit redactionele artikel is niet om u af te schrikken, maar om duidelijk te maken dat er

    heel wat aan de publicatie van een artikel vooraf gaat, voordat er weer zon mooi exemplaar van ons contactblad bij u in de

    brievenbus valt. Wij zijn en blijven echter blij met al uw bijdragen en inzendingen en die bepalen ook de inhoud van ons blad!

    DE SNEUPER 117In dit nummer van De Sneuper, naast het eerste deel van een drieluik over de Holwerder familie Egas door Klaas Egas, bijdragen

    van Klaas Pera en Joop Claus over de linnenwever Johannes Claus, van Reinder Postma over de IJsherberg van Oudwoude,

    een verzoek om informatie over de sigarenfabrikant Petrus Jorritsma van Jan Kooistra, een artikel van Henk Plantinga over het

    huisnummeringsonderzoek in Dantumadiel door meester Albert Woudstra en Linda Moes over haar Franse voorvader Etienne

    Babois die Fries werd. Natuurlijk zijn er weer onze vaste bijdragen en rubrieken, met helaas voor de laatste keer de koffer van

    Hilda Bouta, want die gaat nu dicht. Deze bladzijde is weer vol en ook De Sneuper 117 heeft weer 4 extra paginas!

    VOOR DE SNEUPER

    EEN STUKJEdoor WARNER B. BANGA [email protected]

    Niets uit deze uitgave mag zonder toestemming van de redactie worden overgenomen.

    De redactie heeft er naar gestreefd de auteurs van illustraties op de juiste wijze te vermelden, daar waar afbeeldingen niet door de schrijvers

    zijn gemaakt of werden aangeleverd. Zij die menen nog rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich tot de redactie wenden.

    HEISTELLING OP HET WAD

    CO

    LLEC

    TIE:

    JA

    N V

    AN

    DER

    VEL

    DE

  • 7

    LE

    DE

    NA

    DM

    INIS

    TR

    AT

    IEL

    ED

    EN

    AD

    MIN

    IST

    RA

    TIE

    BESTUURSTAFEL

    LEDENDAG 2015 OP 25 APRIL IN HANTUMTijdens de donkere winterdagen, waarbij we geen tijd nodig hadden

    voor ijs- en sneeuwpret maar alle energie konden gebruiken voor onze

    hobby, zijn we ook weer gestart met de voorbereidingen voor onze

    ledenvergadering. Het plan is dit jaar om naar Hantum te gaan. Bij de

    presentatie van het tweede boek over de H-dorpen hebben we al even

    kennis gemaakt met de faciliteiten in Hantum en die zijn uitstekend.

    De historische vereniging van de dorpen Hantum, Hantumhuizen, Han-

    tumeruitburen en Hiaure is bereid gevonden om ons te helpen met

    de voorbereidingen en zal proberen het middagdeel van de ledendag

    te verzorgen. De excursie gaat deze keer naar de Sint Annakerk van

    Hantumhuizen. De zadeldaktoren van deze (voormalige) Nederlands

    hervormde kerk dateert uit ca. 1200, in de 13e eeuw is de eenbeukige

    kerk gebouwd. In de 18e eeuw is het koor toegevoegd. De kerk is een

    voor Friesland zeldzaam voorbeeld van romanogotiek. Opvallend zijn

    de tweekleurige patronen (rechthoeken en bloemmotief ) waarmee al

    het pleisterwerk is beschilderd, alsmede de cirkels van siermetselwerk.

    Ons lid Hilda Bouta neemt deze dag de grote koffer van tante Mathilde

    mee. Die koffer is bekend van de acht artikeltjes in De Sneuper, waar-

    van in dit nummer 117 het laatste zal staan. We nodigen ook graag alle

    leden uit om spullen mee te nemen, zodat we weer veel informatie kun-

    nen uitwisselen, maar ook kunnen ruilen. De verkoop van overtollige

    boeken is eveneens toegestaan.

    Onze penningmeester Johannes Dijkstra nodigt de laatste leden die hun contributie zelf

    betalen en dit voor 2015 nog niet hebben overgemaakt, graag uit om dit alsnog te doen.

    Door de verhuizing en vertrek uit ons bestuur van Gerard de Weger is er een vacature ont-

    staan. Wij zijn druk bezig om deze plaats weer in te vullen. Uiteraard geven we de leden ook

    graag de kans om kandidaten voor te dragen. Dit kan bij onze secretaris Arjen Dijkstra.

    PROGRAMMA LEDENDAG HANTUM HANTUMHUIZEN10.00 tot 10.30 Inloop

    10.30 tot 10.45 Opening door de voorzitter

    10.45 tot 11.30 Verslag ledenvergadering 2014, jaarverslag 2014, verslag 2014 van de penningmeester, verslag kascontrole

    commissie, verslag redactie en webmaster.

    11.30 tot 11.45 Bestuurszaken en aanstellen nieuwe kascommissie

    11.45 tot 12.00 Rondvraag

    12.00 tot 13.30 Lunch en informatiemarkt

    13.30 tot 14.00 Lezing over de historie van de H-dorpen

    14.00 tot 15.30 Bezichtiging van de Sint Annakerk van Hantumhuizen.

    De kerk staat op ca. 3 km afstand van de vergaderlocatie. Graag, indien mogelijk, carpoolen.

    15.30 Afronding met een kopje koffie of thee en cake.

    Let op, dit is de enige uitnodiging die u krijgt! Als u wenst deel te nemen dan vragen wij u zich aan te melden vr 19 april bij

    onze penningmeester: [email protected] De kosten voor deze dag (inclusief lunch) zijn 15,=

    Doarpshs d Ald Skoalle vindt u naast de hervormde kerk van Hantum. Er is voldoende parkeergelegenheid in de directe omgeving.

    VAN DEVOORZITTERV

    ER

    EN

    IGIN

    GS

    NIE

    UW

    S door HAIJE TALSMA

    OPROEP JIDDISH WAVES IN DOKKUMRedacteur Jacob Roep doet voor zijn opleiding onderzoek naar Joodse families die in de periode 1900 tot 1950 in Dokkum

    leefden. Het onderzoek is onderdeel van het project Jiddish Waves en wordt in samenwerking met het Verzetsmuseum in

    Leeuwarden en Tresoar uitgevoerd. Voor het project doen studenten van de opleiding geschiedenis van de NHL onderzoek

    naar Joodse families in Friesland. Het doel van het project is om zoveel mogelijk informatie over Joden in Friesland te ver-

    zamelen, zoals wat voor werk ze deden, waar ze woonden, maar ook verhalen over hun dagelijks leven.

    Mocht u informatie of tips over Joodse families uit Dokkum hebben, dan kunt u dit mailen naar [email protected]

  • 8

    VAN HOLWERD deel 1

    INLEIDINGVanuit Holwerd nam de heer Patroulje in 2011

    contact met mij op over het ruimen van graven bij

    de Nederlands-hervormde kerk. Het betrof graven

    met de naam Egas en hij kon mij als nazaat traceren.

    Ik kon toen afstemmen met enkele andere nazaten.

    Daarvan zijn er nog wel vele, maar weinig meer met

    de naam Egas. Ruim een eeuw geleden behoorden

    Mijnheer en Mevrouw Egas tot de notabelen van Holwerd. Momenteel wonen er in Holwerd geen

    Egassen meer. Op zoek naar de herkomst van deze

    familie-naam ontdekte ik een groot aantal verre

    familieleden elders in ons land. In (Noordoost-)

    Friesland was maar een klein aantal overgebleven

    en die stammen allen uit Holwerd. In een serie van

    drie artikelen beschrijf ik de diverse generaties in en

    vanuit Holwerd.

    DE KOMST VAN EGASGovert Egas vestigde zich op 11 oktober 1872 in

    Holwerd, waar hij voor eigen rekening en risico

    aannemer was van wegenbouw- en zeewerings-

    werken (meest onderhoud en reconstructies). Voor

    zover in de familie nog bekend was hij er nooit in

    loondienst en had hij ook geen boerenbedrijf. Wel

    had volgens het familieverhaal zijn vrouw een

    kruidenierswinkeltje aan huis. Dat was misschien van

    belang om het inkomensniveau op peil te houden,

    maar het was ook voor de gezelligheid (zei kleinzoon Kees), want Govert was vaak veel en lang van huis

    voor zijn werk. Zijn transportmiddel was in het

    algemeen: de benenwagen.

    Misschien is dat winkeltje pas mogelijk geworden in

    1888, nadat Govert blijkens een akte van notaris

    Biense Klaaszn Ypma - een woonhuis met erf en veel ruimte aan de Voorstraat kocht van Gerrit Gerbens

    Koopmans, graanhandelaar te Holwerd. Na 1900 had

    dat pand de huisnummers 148, 151 en 182. Thans is

    het Voorstraat 14, zij het dat het toenmalige pand

    niet meer in dezelfde vorm bestaat.

    VAN HARDINXVELD NAAR STAPHORSTGovert Egas was op 10 mei 1839 geboren in Hardinxveld (Zuid-Holland). Daar is hij opgegroeid in een dorp van griendwerkers,

    hoepelmakers[1], vissers, schippers en dijkwerkers. Zijn vader was Klaas Egas, de jongste van de vijf zonen van de eerste familie

    Egas in ons land. De grootvader van Govert was Antonie Eichas, die afkomstig was uit Duitsland en in Hardinxveld trouwde en een

    broodbakkerij begon. Lokaal werd de naam Eichas waarschijnlijk zelden geschreven en (in dialect) uitgesproken of verstaan als

    Egas. Sinds de tweede zoon van Antonie werd in het doopregister en later in de burgerlijke stand steeds de naam Egas genoteerd.

    Antonie was van huis uit rooms-katholiek, maar is in Hardinxveld als Nederlands-hervormd getrouwd.

    Antonies jongste zoon Klaas was aanvankelijk arbeider en later aannemer. Hij was dienstplichtige in het leger van Koning Willem I

    en ging mee op de Veldtocht (1830-1831) tegen de Belgische opstand. Hij trouwde in 1834 met Cornelia Sondervan [Zondervan], ook uit Hardinxveld. Hun eerste kind, een zoon, overleed na zeven dagen. Daarna kwamen er twee dochters en Govert. We weten

    niets van de scholing van Govert, maar waarschijnlijk is die vooral praktisch geweest en gericht op het verwerven van brood op

    de plank. Vermoedelijk heeft hij meegewerkt aan griendwerk, dijksonderhoud en het maken van zinkstukken in de omgeving van

    Hardinxveld. Mogelijk heeft hij daar ook al eens werk aangenomen, maar hij stond ingeschreven als arbeider. In elk geval is hij begin september 1865 vertrokken naar Meppel, omdat hij daar werk had gekregen.

    DE FAMILIE EGASdoor KLAAS EGAS [email protected]

    VOORSTRAAT 14 ACHTER DE LEILINDEN ZOALS HET PAND ER ROND 1900 UITZAG

    KADASTRALE KAART 1887 ROODOMRANDE PERCEEL DOOR GOVERT EGAS GEKOCHT

    BR

    ON

    : TR

    ES

    OA

    RBR

    ON

    : TRE

    SOA

    R

    GE

    NE

    AL

    OG

    IE &

    FA

    MIL

    IEG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

    GE

    NE

    AL

    OG

    IE &

    FA

    MIL

    IEG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

  • 9

    ONDERAANNEMER BIJ DE SPOORWEGENEen krantenbericht uit 1864 vermeldt de voortgang van de uitbakening van de spoorweg Zwolle-Leeuwarden. Dat is het werk van landmeters. Daarna volgt de fase van het grondwerk. Ter plaatse besloot Govert zich in

    Staphorst te vestigen, dat dichter bij het werk lag. Bij de inschrijving aldaar

    gaf hij aannemer op als beroep. In de geboorteakte van zijn eerste kind

    noemde hij zich onderbaas bij de Staatsspoorwegen, maar in de archieven van de Staatsspoorwegen is hij niet terug te vinden.

    Dat werk moet hebben bestaan uit het de aanleg van de nieuwe spoor-

    lijn Zwolle-Leeuwarden, met name grondwerk en het verleggen van

    watergangen en duikers. Die werkzaamheden werden toen uitgevoerd

    ter hoogte van Staphorst, zodat hij daar woonruimte huurde. Zijn zuster

    Dingena ging als huishoudster mee. Hij ontmoette daar een aardige

    jonge vrouw: Aaltje Zweers [Sweers], geboren op 7 februari 1845 als

    dochter van de lokale smid Gerrit Zweers. Dat gezin was Nedederlands

    hervormd en haar moeder had een kruidenierswinkeltje aan huis...

    WERK BIJ HOLWERD!Het stel is op 15 februari 1867 te Staphorst getrouwd en enkele weken later werd Cornelia geboren. Zus Dingena ging terug naar

    Hardinxveld. Twee jaar later volgde Gerrit (maart 1869), maar hij stierf binnen een half jaar. In juli 1871 volgde weer een zoon: Klaas.

    Inmiddels was het werk aan het spoor klaar. In de geboorteakte van Klaas heet Govert winkelier. Er was voor Govert als aannemer blijkbaar geen of te weinig perspectief in die omgeving.

    Maar in 1871 werd begonnen een dam door het wad aan te leggen van Holwerd naar Ameland[2]. De techniek daarvan was

    gebaseerd op zinkstukken van rijshout met daarop stortsteen en basalt. Met die zinkstukken had Govert wellicht ervaring

    opgedaan in Hardinxveld. Vaklui voor dat werk ontbraken in Noordoost-Friesland. Hij is misschien van dit project op de hoogte

    geweest uit de krant. Hier lag blijkbaar een kans op werk! Het jonge gezin pakte zijn spullen en verhuisde. Misschien wel met de

    trein naar Leeuwarden en dan met paard-en-wagen van Klaas de Kuur van het Logement Amelander Veerhuis, tevens stalhouder.

    De Kuur onderhield immers een geregelde dienst met de lange wein een lange wagen met zitplaatsen en paardentractie - op

    Leeuwarden. Het Dokkumer Lokaaltsje was er pas vanaf 1901 en dan nog eerst alleen tot Ferwerd.

    HET GEZIN IN HOLWERDGovert vond blijkens belastingkohieren van vr 1888 een woning in het dorp, met huisnummer 74. Waar dat was, is niet meer

    achterhaald. Het ondernemersrisico van een aannemer bracht uiteraard met zich mee, dat er regelmatig inschrijvingen op werken

    mislukten en dat het inkomen schommelde[3]. Zo is er ook een akte van notaris Biense Klazes Ypma over de verkoop in 1889 van

    een partij bomen en kaphout van Govert aan de Alewal, waarschijnlijk een restpartij van een geleverd werk aan de dijk. De op-

    brengst was f 42 en de kopers moesten 10% opgeld betalen aan de notaris. Er zijn in het archief van de Leeuwarder Courant na 1880 vele vermeldingen bekend, waarin Govert zeker niet de laagste inschrijver was. Genoemd wordt onder meer het uitdiepen

    van de Damwoudster vaart met het maken van een houten brug over die vaart in 1904.

    Was hij een voorzichtig man, die op zeker speelde? In 1902 en 1908 belast hij zijn huis met hypotheek om geld te kunnen lenen,

    waarschijnlijk voor aannemerswerk. Zulk geld kwam er dan ook weer uit, want in 1910 was het huis onbelast. In elk geval stond

    het bedrijfsrisico de groei van het gezin niet in de weg: er werden nog vijf kinderen geboren.

    Aaltje bracht acht kinderen ter wereld:

    1. Cornelia geboren 23-3-1867 te Staphorst en overleden 15-4-1945 Leeuwarden

    2. Gerrit geboren 3-3-1869 te Meppel, overleden 25-8-1872 te Staphorst, als 3-jarige

    3. Klaas geboren 1-7-1871 te Staphorst en overleden 19-7-1946 te Holwerd

    4. Gerrit geboren 2-11-1873 te Holwerd en overleden 18-5-1901 te Holwerd, 27 jaar

    5. Aaltje geboren 23-2-1876 te Holwerd en overleden 10-2-1932 te Rotterdam

    6. Jan geboren 15-3-1878 te Holwerd en overleden 13-8-1963 te Leeuwarden

    7. Govert geboren 2-5-1879 te Holwerd en overleden 21-1-1957 te Haarlem

    8. Antonia Adriana geboren 8-3-1882 te Holwerd en overleden 20-9-1972 te Dokkum

    In de geboorteakten van de kinderen vanaf Gerrit ingeschreven door burgemeester Jilles Klaassesz noemt vader Govert zich

    opzigter van werken. In de huwelijksakte van dochter Aaltje (1901) noemt hij zich aannemer van werken.

    tijd van burgers en stoommachines

    KAARTJE STAPHORST E.O. 1867 MET DE NIEUWE SPOORLIJN

    GE

    NE

    AL

    OG

    IE &

    FA

    MIL

    IEG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

    GE

    NE

    AL

    OG

    IE &

    FA

    MIL

    IEG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

  • 10

    VOORSTRAAT HOLWERD ROND 1910

    MOEKE EGASIn Holwerd was natuurlijk ook een kleine middenstand en een aantal notabelen. Govert Egas sr. werd er gezien als van de betere

    stand; hij en zijn vrouw Aaltje werden aangesproken met Mijnheer en Mevrouw. Ze bewoonden (vanaf 1888) een groot pand met bedrijfsruimte in het hart van het dorp. Thuis werd Staphorsts dialect gesproken. Moeder werd niet aangesproken met

    Mem, maar met Moeke. Ook nu nog is de uitdrukking Moeke Egas bekend bij oudere Holwerders. De kinderen werden in een sfeer van zelfstandigheid en ondernemerschap opgevoed, want ze vonden elk een richting. Zoon Klaas werd in het bedrijf van

    Govert sr betrokken en al in de jaren 1890 noemt ook hij zich aannemer.

    Govert sr werd in 1886 ouderling van de Nederlands-hervormde kerk en als zodanig was hij daar armvoogd. Hij had dus de

    verantwoordelijkheid voor de soepuitdeling. In een strenge winter eind jaren 90 was de armoede zo groot, dat hij soep tekort

    kwam. Hij verzocht het bestuur om extra middelen. Het verzoek werd afgewezen; het bestuur vond dat hij er maar een emmer

    water bij moest doen! Govert sr was woedend, trok zich terug uit de kerk [4] en sloot zich aan bij de Sociaal Democratische

    Arbeiders Partij (SDAP). En dat, terwijl hij een gezien werkgever was en de samenleving nog geheel volgens standen en geloofs-

    richting was georganiseerd! Ook de rest van het gezin schaarde zich toen achter de SDAP.

    Van het gezinsleven zijn overigens geen bijzonderheden bewaard gebleven. De kleinzoons herinnerden zich Opa Govert als

    een zwijgzaam man. In de navolgende generaties was men in elk geval de mannen ook niet van het gezellige praten...

    Wel is uit de bevolkingsregistratie af te leiden, dat er commensaals waren, zowel voor als na Goverts overlijden. Zij woonden er voor een korte periode en pension en waren onderwijzer, notarisklerk of ontvanger, dus denkelijk voor zon periode bij een lokale werkgever in dienst. Zij waren vaak afkomstig uit andere delen van Nederland. Het betekende natuurlijk extra inkomsten

    voor het gezin Egas.

    BURGERHUIZINGE WAARIN WINKELZAAKEen maand of vijf na zijn overlijden won G. Egas de aanbesteding van het uittrekken van 107 oude en het inheien van 100 nieuwe dijkpalen van het polderbestuur. In feite moet dit al een inschrijving van zoon Klaas zijn geweest. Vader Govert overleed

    op 19 januari 1910. Volgens zijn kleinzoon Kees stierf hij aan de Spaanse griep. Dat kan echter niet, want die griep trad pas op

    in 1918. Het zal dus wel door de gevolgen van een griep (longontsteking?) zijn geweest. De nalatenschap bestond blijkens de Memorie van Successie d.d. 4 mei 1910 uit het woonhuis/winkelpand met inhoud ter waarde van f 1.500 en f 300 contanten. Weduwe Aaltje bleef er in wonen als winkelierster en pas na de latere verkoop kon er sprake zijn van verdeling ten gunste van de kinderen. Toen bleek ook, dat de waarde van het pand aanzienlijk hoger was.

    Op 10 januari 1919 om 19.00 uur werd Voorstraat 14,

    een burgerhuizinge, waarin winkelzaak met pakhuis, erf, bleek en tuintje bij opbod verkocht in herberg De Klok van de erven Jacob Dijkstra. De hoogste bieder

    bleek Jacob Geerts Bijlstra, grossier in lederwaren

    te Leeuwarden, als gemachtigde van Geert Geurts

    Bijlstra jr., postbeambte te Holwerd, voor de som

    van f 4.129. De koper moest bovendien f 150 betalen voor de overname van winkelinventaris: toonbank

    met koffiemolen en verder aanbehoren, waaronder

    betimmering (borden, bakjes enz.) en een ijzeren hanger. In de dertig jaar tussen 1888 en 1919 was de waarde van Voorstraat 14 dus verdubbeld.

    Aaltje Egas-Zweers kon met ongeveer f 2.000 naar Munnikeburen verhuizen.

    DE KINDEREN VLIEGEN UIT

    Cornelia heeft haar basisonderwijs in Holwerd geno-

    ten. Gezien de vrijzinnige opvattingen thuis zal dat

    wel de Openbare Lagere School zijn geweest.

    Zij heeft als jonge meid wellicht

    thuis moeten helpen in het huis-

    houden. In 1887 is Cornelia ver-

    trokken naar Kollum en zij werd na

    anderhalf jaar opnieuw in Holwerd

    ingeschreven, nu als modiste. Daar-mee noemde zij zich een gediplo-

    meerd kledingnaaister. In 1890 ging

    zij ook nog een half jaar naar Sneek.

    OPENBARE LAGERE SCHOOL HOLWERD 1907

    BRO

    N: T

    RESO

    AR

    BRO

    N: J

    AN

    VA

    N D

    ER V

    ELD

    E

    CORNELIA DE MODISTE GE

    NE

    AL

    OG

    IE &

    FA

    MIL

    IEG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

    GE

    NE

    AL

    OG

    IE &

    FA

    MIL

    IEG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

  • 11

    MODISTE CORNELIAOp 1 april 1893 vertrok Cornelia eerst naar Ferwerd en later naar Franeker.

    Misschien had zij geen zin in het huwelijk, met een rol voor haar als moe-

    der en huisvrouw. Zij werkte per april 1896 als naaivrouw bij het Klaarkamp-

    ster Weeshuis te Franeker, deed later een cursus (1909/10) bij de weduwe

    Hoekstra te Franeker, en adverteerde daarna als zelfstandig modiste. In

    september 1901 ging ze in Hollum wonen, maar op 31 augustus 1911

    keerde zij als huishoudster vanuit Herbaijum naar Holwerd terug om in november dat jaar te vertrekken naar Beetsterzwaag. Daarna was zij in dat

    beroep werkzaam in diverse gemeenten in Friesland.

    Waarschijnlijk in 1930 verhuisde zij naar het Oud St. Anthonie Gasthuis

    te Leeuwarden, Wiggamagang kamer 7. Nadat zij in het huwelijk was ge-

    treden met de weduwnaar Oege van der Meulen verhuisde zij begin

    1931 in dat Gasthuis intern naar de Abbamagang kamer 8.

    AANNEMER KLAASKlaas was, waarschijnlijk als oudste zoon, bestemd om

    het bedrijf over te nemen. Van een vervolgopleiding

    na de lagere school is niets bekend. Hij moest het vak

    van aannemer in de praktijk leren, om te beginnen

    de daarbij aan de orde zijnde uitvoerende werkzaam-

    heden. Dat leidde tot een prima lichamelijke ontwik-

    keling, want Klaas was voor die tijd zeer sportief. Im-

    mers: eind 19e eeuw kwam sportbeoefening voor de

    gewone man pas in de mode. Denk aan het baan-

    brekend werk van Jaap Eden e.a.

    Klaas was een geducht kaatser zo won zijn par-

    tuur het kermistoernooi 1890 in Holwerd - en hij

    beoefende de turnsport. Al vrij jong werd hij de leider

    (directeur) van de lokale gymnastiekvereniging

    Charitto en bleef dat vele jaren. Hij was meer dan vijftig jaar lid. Eind 1931 kreeg hij ook de leiding van

    de gymnastiekvereniging van Ternaard. Bij een brand in 1909 in huize Egas gingen helaas notulenboeken en gewonnen prijzen

    verloren. In december 1946 werd Klaas Egas als gyminstructeur herdacht in de jaarvergadering van de Turnkring Leeuwarden van

    het KNGV.

    Klaas nam inderdaad het aannemersbedrijf over. In juni 1908 was hij de laagste inschrijver voor het uithalen van 130 oude en het

    inheien van 200 nieuwe heipalen en het vernieuwen van 80 meter postwerk voor de West-Holwerder polder, waarmee hij dat

    werk verwierf voor f 1.828. We zullen in deel 2 nog zien hoe het hem verder verging.

    SCHRIJNWERKER GERRITGerrit werd na de lagere school opgeleid in de houtbewerking. Hij was bij de oprichting lid van de gymnastiekvereniging

    Charitto en blijkbaar ook sportief. Hij werd schrijnwerker, maar bij welk bedrijf hij dat vak heeft uitgeoefend is niet bekend. Vol-gens overlevering in de familie bleek hij kunstzinnig creatief. Waarschijnlijk betekent dit, dat hij houten sier- en kunstvoorwerpen

    maakte, misschien als een soort huisvlijt? In moeders winkeltje kon je tenslotte van alles verkopen! Het familieverhaal zegt ook,

    dat hij een beetje mensenschuw was. In elk geval was hij niet getrouwd. Hij vertrok in april 1896 naar Medemblik en verhuisde

    in februari 1899 naar Amsterdam. Per 28 december 1899 keerde hij terug in Holwerd en heette toen klompenmaker te zijn. Hij overleed op 27-jarige leeftijd zonder beroep en had blijkbaar een zwakke gezondheid. Er is geen foto bewaard gebleven.

    HUISVROUW AALTJEAaltje zal na de lagere school ook wel in het huishouden hebben geholpen. Ze kan ook elders dienstbode zijn geweest, waar

    zij haar aanstaande man Abe Roorda Gal ontmoette, die toen rijkscommies te Beek (Gld) was. Mogelijk was hij tot belasting-ambtenaar opgeleid in Leeuwarden en zijn ze elkaar ergens op een jaarlijkse kermis tegen gekomen. Toen zij op 25 augustus

    1901 in het huwelijk trad, heette zij zonder beroep. Was zij dan toch al die tijd bij moeder thuis gebleven? In elk geval was zij niet uitgeschreven geweest in de burgerlijke stand.

    Het stel vestigde zich per sept. 1901 in Beek, gemeente Ubbergen. Het gezin vertrok in mei 1905 naar Schiedam; in 1926

    woonden ze in Den Haag en tenslotte had Abe Gal een drogistwinkel te Rotterdam. De familiebanden met Holwerd werden

    zeer beperkt onderhouden; Abe was bij de neven en nichten in Holwerd e.o. bekend als Oom Gal. De overlijdensadvertentie van

    Aaltje zegt: overleed zeer onverwacht (56 jaar). Misschien door een hersenbloeding? Ook van haar hebben wij geen foto meer.

    OEGE VAN DER MEULEN EN CORNELIA EGAS

    KLAAS EGAS MET BOLHOED ALS LEIDER VAN DE GYMNASTIEKVERENIGING IN MEI 1916 DE NAMEN VAN DE TURNSTERS ZIJN BEKEND. JONGENS IN ZWART: GOVERT L EN KLAASR

    GE

    NE

    AL

    OG

    IE &

    FA

    MIL

    IEG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

    GE

    NE

    AL

    OG

    IE &

    FA

    MIL

    IEG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

    BRON: JAN VAN DER VELDE

  • 12

    HIS

    TO

    RIE

    & S

    TR

    EE

    KG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

    BAKKER JANJan zocht na het basisonderwijs zijn weg in het bakkersvak. Zijn grootva-

    der kwam uit een bakkersgezin en dat heeft hij misschien geweten. In elk

    geval heeft hij ambitie gehad en rond zijn twintigste jaar een vakopleiding

    in de praktijk gezocht. Daarvoor verhuisde hij in mei 1899 naar Franeker

    en daarna naar Halfweg en Minnertsga, maar steeds keerde hij in Holwerd

    terug. Jan was een goed kaatser en in de jaren 1899 t/m 1903 haalde hij

    de uitslagen in de Leeuwarder Courant o.a. als deelnemer aan de P.C. te

    Franeker! Al vr 1910 opende hij een banketbakkerszaak in Franeker en

    eind augustus 1915 vestigde hij zich in Leeuwarden - Voorstreek A 354.

    Later kocht hij een prominente zaak aan de Voorstreek nummer 100, voor

    bijna de helft met geld van zijn schoonvader. Hier vond Jan zijn bestem-

    ming en hij bemoeide zich ook met de stadsontwikkeling al was het

    maar ten behoeve van de klandizie. Als lid van een actiecomit bepleitte

    hij de demping van de grachten ten behoeve van het wegverkeer. Ook

    was Jan accuraat en zuinig penningmeester van de winkeliersvereniging. In de jaren 1919/1920 heeft zijn nicht Aaltje Egas (dochter van broer Klaas)

    bij hen ingewoond, vanwaar zij naar Ameland vertrok.

    Blijkens het bevolkingsregister 1922-1939 werd Jan per 1 mei 1932

    handelsagent. Hij was per 1 augustus 1931 verhuisd van de Voorstreek

    naar de Emmastraat. Hij zal dus de zaak (lucratief?) hebben verkocht en

    een fysiek wat rustiger tweede loopbaan hebben gekozen. Jan trouwde

    op 28 april 1910 te Oostdongeradeel met Antje Meirink, geboren in Nieuwezijlen onder Engwierum. Moeder Aaltje Egas-

    Zweers was net weduwe geworden en heet in de akte winkelierster. Jan en Antje kregen vier kinderen: Govert, Fokeltje, Jorrit en Gerrit Jan. Bij de begrafenis van Jan in 1963 werd gezegd dat hij in zijn laatste levensfase aan genealogie heeft gedaan, maar

    de resultaten daarvan zijn blijkbaar bij het oud papier terechtgekomen. In onze familietak is er niets van bekend.

    BELASTINGAMBTENAAR GOVERTGovert heeft als jongste zoon waarschijnlijk ook voortgezet onderwijs genoten. We hebben weinig informatie over hem en

    er is ook geen foto bekend. Misschien heeft ook hij in Leeuwarden de opleiding tot belastingambtenaar genoten. In elk geval

    verhuisde hij eind september 1897 naar Hardegarijp. Hij werd later in s Hertogenbosch aangesteld op het belastingkantoor

    en heeft daar ook zijn gezin gevormd. Hij trouwde op 11 mei 1908 te Breda met Maria Elisabeth Parlevliet, die waarschijnlijk

    katholiek was. Er kwamen drie kinderen: Govert Gerrit, Herman en Maria Christina. Het gezin kwam medio 1926 naar Haarlem,

    waar Govert op 21 januari 1957 overleed.

    MODISTE ANNAAntonia Adriana (geboren 8 maart 1882) werd Anna genoemd. Haar officile naam was die van de jongste zus van haar vader.

    Zij had een sterke familieband en is lang in het huishouden van moeder gebleven, hoewel ook zij blijkens het bevolkingsregister

    van 1910 modiste is geworden. Zij trouwde op haar zesendertigste in 1918 met Pieter Doekes van der Zwaag, onderwijzer te

    Hijlaard, maar toen wonende in Holwerd. Op 11 februari 1919 verhuisden zij met (schoon-)moeder Aaltje Egas-Zweers naar Mun-

    nikeburen. De Weduwe Egas-Zweers was toen formeel nog winkelierster. Pieter had of kreeg in Munnikeburen een betrekking en moeder Aaltje woonde bij het jonge stel in. Zij overleed in 1932. Pieter maakte promotie, werd in 1934 benoemd in Leeuwarden

    en eindigde als schoolhoofd te Warns. Na zijn dood in 1950 was Anna eenzaam en keerde zij terug naar de familie in Holwerd. Alie

    Kuipers (dochter van nicht Antje Adema van Nes, Ameland zie deel 2) herinnert zich haar als een broze, lieve oude dame in het

    zwart. Anna overleed in 1972 te Dokkum.

    MET DANK AANHet provinciaal archief Tresoar te Leeuwarden, het Streekarchivariaat Noordoost-Fryslan te Dokkum en Reinder Tolsma van

    de Historische Vereniging Noordoost-Friesland. De Holwerder Jan van der Velde heeft mij vele (oude) afbeeldingen bezorgd en

    inzage gegeven in diverse thema s van zijn omvangrijke archief. Ook het digitaal archief van de Leeuwarder Courant leverde

    informatie op. Verder maak ik gebruik van het manuscript van Cornelis (Kees) Egas (1913-2001) met zijn levensverhaal, be-

    schikbaar in het Rijksarchief te s Gravenhage en van informatie van twee nichtjes: Geertje Wijmenga-van Dijk en Alie Kuipers.

    NOTEN[1] - Hoepels van wilgentenen werden gemaakt voor de fabricage van vaten en kuipen (verpakkingsmateriaal van hout, pas laat

    in de 19e eeuw verdrongen door metaal).

    [2] - Zie ook Andr Staal: De dam van Berkhout in De Sneuper nr. 99. Deze dam heeft het maar een jaar of tien uitgehouden en verloor toen de slag van de natuurkrachten. De latere veerdam is op ongeveer hetzelfde trac aangelegd.

    [3] - In het bevolkingsregister treffen we van Govert het beroep opzigter aan, en later: winkelier. Bij zijn benoeming tot ouderling heet hij gardenier te zijn, maar dit is de enige plek waar dat voorkomt.[4] - In de notulenboeken van de Nederlands-hervormde Kerk van Holwerd is van deze episode niets te vinden.

    Wordt vervolgd in De Sneuper 118

    GE

    NE

    AL

    OG

    IE &

    FA

    MIL

    IEG

    ES

    CH

    IED

    EN

    ISFO

    TO:

    KLA

    AS

    EG

    AS

    BAKKERIJ AAN DE VOORSTREEK 100 TE LEEUWARDEN

  • 13

    HIS

    TO

    RIE

    & S

    TR

    EE

    KG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS PETRUS JORRITSMA

    SIGARENFABRIKANTdoor JAN KOOISTRA

    [email protected]

    EENE TABAKS / SIGARENFABRIEK In een artikel uit de Leeuwarder Courant van 13 december 1880 las ik

    over ene P. Jorritsma, sigarenfabrikant uit Dokkum, die winter en zomer aan een 40 tal knechten en jongens werk verschaft, ook te Murmerwoude, een uur afstands van hier, ene sigarenmakerij opgerigt, voorloopig met een 20 tal jongens boven de 12 jaren. Aldus uit de Wouden. Te hopen is dat de zaak goed zal gaan en het bedelen langzamerhand zal ophouden.

    Inmiddels is bekend waar dat sigarenfabriekje heeft gestaan dat in sep-

    tember-oktober 1880 door Petrus Jorritsma is gebouwd, namelijk op

    het terrein van thans Molenweg 2 in Damwoude. Bij een schrijven van

    8 november 1880 aan de gemeente Dantumadeel verzocht Jorritsma

    medewerking bij de inrichting van een sigarenfabriek, tevens ook tot het verrigten der andere werkzaamheden, in een woord wat tot eene tabaks/ sigarenfabriek behoort en het daarin plaatsen van een eest, niet groter dan een fornuis.

    OPRICHTER & BEDRIJFSLEIDERVan de oprichter van het sigarenfabriekje in Murmerwoude zijn de vol-

    gende gegevens bekend: Petrus Splinterus Hendricus Jorritsma werd

    geboren te Dokkum op 15 september 1841. Het gezin woonde in Mur-

    merwoude vanaf 12 mei 1883 tot zijn vertrek naar Wateren op 4 mei

    1890 op het adres G88, aan de huidige Voorweg nr. 84. Hij zou te Wateren

    (Gron.) zijn overleden op 30 december 1915. Petrus was te Dokkum ge-

    trouwd op 20 juni 1867 met Jesina Johanna Demes geboren op 2 okto-

    ber 1837 te Dokkum. Zij overleed te Dokkum op 23 november 1911.

    Een flink aantal jongens van de daar gelegen Hale

    vond er werk. De bedrijfsleider was Hendrik Bernar-

    dus Blumers die op de hoek Molenweg /De Haleweg

    woonde. Hendrik Blumers was getrouwd met Aukje

    Sipkes Sijtsma die op 25 september 1843 te Driesum

    werd geboren en overleed op 16 februari 1932.

    Blumers was heel geschikt voor zijn taak, maar over-

    leed plotseling op 30 juni 1881.

    MEER INFORMATIE? Zijn opvolger werd Gerardus Berends Pijper, getrouwd met (zus) Jantje

    Bernardus Blumers, die minder goed met de jongens overweg kon. Jor-

    ritsma en zijn personeel werden eind jaren 1880 geconfronteerd met

    bedrijfssluiting. Het fabriekje heeft hierna nog enige tijd gediend als

    noodwoning voor de familie Van der Wal, wiens woning door brand was

    verwoest. Tot slot deed het sigarenfabriekje nog dienst voor Johannes

    Gerardus Bruining, die stoelwinder van beroep was en er zogenaamde

    russen droogde. Het pand werd in 1890 of 1891 afgebroken.

    Nu staan er op het internet wel enige gegevens over Petrus zijn ouders,

    maar niet over deze fabrikant. Mocht u meer informatie of fotos hebben

    dan ontvang ik graag een reactie via [email protected]

    BRONNEN Gosse Minnema, De Moarmwldster Hale Koos Scherjon en eigen archief

    Fotos: Gemeentearchief Dantumadiel

    PRIJSLIJST UIT 1920

    GE

    NE

    AL

    OG

    IE &

    FA

    MIL

    IEG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

    LINKS DE LOCATIE VAN SIGARENFABRIEKJE AAN DE HALEWEG

    RECHTS DE WONING AAN DE HALEWEG VANAF ANDERE KANT

    IJSLIJST UIT 1920

    FOTO

    : G

    EMEE

    NTE

    ARC

    HIE

    F D

    AN

    TUM

    AD

    IEL

  • 14

    LINNENWEVER JOHANNES FRANCISCUS CLAUSPetrus Josephus Claus is geboren op 29 januari 1749 in Bever, Belgi.

    Waarschijnlijk is hij seizoenarbeider. Hij is een zoon van Guillaume Claus

    en Marie Thrse Deschreve. Petrus overlijdt in 1810 in Galmaarden. Hij

    trouwt op 31 januari 1778 in Bever met Johanna Catherina Sirjacobs,

    die is geboren op 07 november 1748 in Galmaarden. Zij is een dochter

    van Johannes Baptiste Sirjacobs en Maria Anna Vanderoost. Johanna

    overlijdt in 1809 in Galmaarden. Binnen het gezin van Petrus Josephus

    Claus en Johanna Catherina Sirjacobs worden zes kinderen geboren,

    drie jongens en drie meisjes. Als zij worden gedoopt, is de vader telkens

    afwezig. Twee kinderen uit dit gezin zullen later in Friesland opduiken.

    Dat zijn Johannes Franciscus en Guillaume Claus.

    De 20-jarige linnenwever Johannes Franciscus Claus, geboren op 27

    mei 1781 te Bever, moet in 1801 gekeurd worden voor de militaire dienst.

    Hij wordt goedgekeurd en moet vijf jaar dienen in het leger van Napo-

    leon. In 1806 komt hij terug in Galmaarden. Zijn vader is dan werkloos. Er

    zijn in Galmaarden erg veel linnenwevers; dus er wordt weinig verdiend.

    Een medesoldaat komt bij Johannes langs en vertelt, dat er ook wel lin-

    nenwevers in de Nederlandse gemeenten Achtkarspelen en Tietjerks-

    teradeel werkzaam zijn; daar wordt meer verdiend. Hij besluit om naar

    Oostermeer te verhuizen en daar aan het werk te gaan. Hij gaat daar in

    de plaatselijke kazerne wonen en levert linnen af aan de commandant.

    Dat komt goed van pas. De textiel kan gebruikt worden voor kleding,

    maar ook voor tentdoeken.

    LINNENWEVER GUILLAUME FRANCISCUS CLAUSZijn broer Guillaume, die ook linnenwever is, wordt geboren op 18

    maart 1787 te Galmaarden. Hij moet in 1807 in militaire dienst. Hij vecht

    vier jaar lang in het leger van Napoleon in Duitsland en Oostenrijk. Na

    vier jaar krijgt hij verlof en besluit niet naar Galmaarden, maar naar Oos-

    termeer te gaan. Daar noemt men hem Willem Claus.

    Zijn broer Johannes is daar dan niet meer, die heeft net weer voor vier

    jaar bijgetekend. Willem ontmoet in Oostermeer Aukje Halbes van der

    Heide en wordt verliefd op haar. Na zeven weken van herstel en goede

    voeding gaat ook hij weer in het leger. Hij moet mee op veldtocht naar

    Rusland, trekt over de Berezina, maar besluit dan om te deserteren met

    nog drie andere soldaten (de Groningse soldaat Harke Wristers de-

    serteert daar ook en loopt terug naar Grijpskerk). Na veel omzwervingen

    en ontberingen komt Willem weer terug in Oostermeer bij Aukje. Zij doet dan de huishouding bij haar opa en oma aan te

    Teatswei. Zijn broer Johannes Claus is op dat moment net weer vertrokken naar Galmaarden met een verlofpas op zak. Als de

    Kozakken komen, verstopt Willem zich en vlucht vervolgens naar het Belgische Galmaarden.

    DAAR IS WILLEM WEER!Het is onduidelijk wat er in de tussentijd is gebeurd met zijn broer Johannes Franciscus. Wat overkomt hem op de reis van Oos-

    termeer naar Galmaarden? Wordt hij overvallen door dieven? Wordt hij vermoord? Nergens is een overlijdensakte van Johannes

    Franciscus Claus te vinden. Een voorbijganger vindt ergens in Noord-Brabant de verlofpas van de soldaat Johannes Franciscus

    Claus. Dat document wordt naar Galmaarden gebracht. Daar is Willem intussen ook gearriveerd, maar hij voelt hij zich er toch

    niet veilig, vooral niet als Napoleon weet te ontsnappen uit gevangenschap en weer een leger nodig heeft. Hij besluit terug te

    gaan naar het Friese Oostermeer; dat is verder bij Frankrijk vandaan en dichter bij zijn geliefde Aukje.

    Als Willem Claus weer terugkomt in Oostermeer, klautert hij over een hek, samen met een zekere Douwes. De mensen herkennen

    hem daar als een Claus en zeggen: H, daar is Willem Claus weer!, maar hij laat het document van zijn broer Johannes Franciscus zien als bewijs, dat ze het mis hebben. Vermoedelijk lijken ze veel op elkaar, ook al bedraagt het leeftijdsverschil toch nog zes jaar.

    Hij mag weer gaan wonen bij Aukje in het huisje bij opa en oma Van der Heide. In februari 1815 wordt de baby Halbe Johannes

    Claus geboren en de vader is volgens de geboorteakte: Johannes Franciscus Claus.

    PASPOORT door KLAAS PERA & JOOP CLAUS [email protected]

    GE

    NE

    AL

    OG

    IE &

    FA

    MIL

    IEG

    ES

    CH

    IED

    EN

    ISHET GELEENDEG

    EN

    EA

    LO

    GIE

    & F

    AM

    ILIE

    GE

    SC

    HIE

    DE

    NIS

    KAART BEWONERS LANGEWYK TE ROTTEVALLE IN 1824BRON: WEBSITE SAKE WAGENAAR

    LINNENWEVER VINCENT VAN GOGH

  • 15

    GE

    NE

    AL

    OG

    IE &

    FA

    MIL

    IEG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

    GE

    NE

    AL

    OG

    IE &

    FA

    MIL

    IEG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

    GELEENDE IDENTITEITWillem leent dus het paspoort en de identiteit van zijn overleden broer

    Johannes Franciscus. In officile stukken gebruikt Willem Claus steeds de

    voornamen Johannes Franciscus. De omgeving neemt het niet zo nauw

    en weet wel degelijk, dat hij eigenlijk Willem Claus heet.

    In die tijd is het nogal ongewoon om samen te wonen. Willem Claus kiest

    toch voor die samenlevingsvorm, omdat bij een huwelijk waarschijnlijk

    zal gaan uitkomen, dat zijn identiteit niet klopt; dan zal hij maar door

    de mand gaan vallen. Hij gaat dus samenwonen met zijn vriendin Aukje

    Halbes van der Heide. Zij is een dochter van Halbe Tjeerds van der Heide

    en Minke (Menke) Jochums.

    Ze is geboren op 22 december 1792 in Oostermeer. Het stel woont zeer

    waarschijnlijk aan de Teatswei. Later verhuizen ze naar de Langewyk, de

    betonnen weg van Harkema naar Rottevalle. Willem Claus overlijdt in

    1841 in het huis aan de Langewyk te Rottevalle, dat hij in 1824 van zijn

    schoonvader heeft gekocht voor f 60. Deze kleine arbeiderswoning staat er nog steeds.

    WARE IDENTITEIT BEKEND?Uit enkele voorbeelden blijkt, dat men in Friesland Johannes ware identiteit wel kent:

    - In 1828 koopt een zekere Nieuwenhuis een stukje land naast het huis van Willem Claus (alias Johannes Franciscus). In de

    verkoopakte wordt hij WILLEM Pieters Claus genoemd! - Die naam staat ook vermeld op de HISGIS-kaart van 1832. In dat jaar komen ambtenaren uit Buitenpost de kadastrale gegevens

    opmeten. Op hisgis.nl staat bij het huisje van Claus, vlakbij caf It JachtXild, dat de eigenaar is WILLEM CLOUWTS.- Als zijn dochter Minke trouwt in 1839, staat ze in de huwelijksakte per ongeluk vermeld als Minke WILLEMS Klaus.

    Willem Claus (alias Johannes Franciscus Claus) is overleden op 18 april 1841 in Harkema-Opeinde. Hij ging vr 1815 samen-

    wonen met Aukjen Halbes van der Heide. Aukjen is gedoopt op 24 februari 1793 in Oostermeer, Tietjerksteradeel. Aukjen is

    overleden op 22 december 1832 in Rottevalle.

    De kinderen van Willem en Aukjen zijn:

    1. Halbe Johannes Claus, geboren op 19-02-1815 in Oostermeer, Tietjerksteradeel.

    2. Minke Klaus, geboren op 23-12-1816 in Rottevalle, Smallingerland.

    3. Sijke Johannes Claus, geboren op 20-11-1819 in Rottevalle, Smallingerland

    4. Pieter Johannes Claus, geboren op 05-06-1822 in Achtkarspelen.

    5. Jochum Johannes Claus, geboren op 31-12-1824 in Rottevalle, Smallingerland.

    6. Hendrik Johannes Claus, geboren op 15-08-1827 in Achtkarspelen.

    7. Bintje Johannes Claus, geboren op 08-09-1831 in Achtkarspelen.

    tijd van pruiken en revoluties

    HUIS AAN DE LANGEWYK 14 TE ROTTEVALLE

    KOPIE VAN HET PASPOORT

  • 16

    HET HUISTERNOORDNaast de Mntsewei in Veenklooster loopt een sloot.

    Vroeger was die sloot veel dieper en breder en liep

    hij van Fogelsanghstate in Veenklooster naar de

    Trekvaart bij Huisternoord. Het was een zogenaamde

    opvaart. Waar de opvaart en de Trekvaart bij elkaar

    kwamen, stond een boerderij annex herberg die de

    naam Het Huisternoord droeg. Van die herberg voer

    wekelijks een beurtschip op Dokkum en Leeuwar-

    den. Door de opvaart kon het beurtschip bijna tot

    aan het slot varen om goederen te laden en te lossen.

    Wie zelf met het beurtschip naar Dokkum of Leeu-

    warden wilde, kon op Het Huisternoord instappen.

    Het was een ideale plaats om elkaar te ontmoeten,

    niet alleen in de zomer, maar ook in de winter. Als

    het streng vroor, kon het beurtschip niet varen, maar

    dan werd Het Huisternoord een plek waar schaatsers

    koek-en-zopie konden halen, de koude voeten en handen weer op konden warmen, andere schaatsers ontmoetten, de laatste

    nieuwtjes uitwisselden en ga zo maar door. Van sommige pleisterplaatsen aan het water is bekend dat het ijsherbergen waren,

    zoals de Froskeple bij Leeuwarden en de IJsherberg in Dokkum.

    Ook Huisternoord is een ijsherberg geweest, zoals blijkt uit een artikel in het blad It Heiteln uit december 1940. Daarin lezen we

    dat er in Friesland heel wat van deze herbergen zijn geweest. De journalist noemt ook Oudwoude: Ik tink oan e Galamadam-men, oan Birdaerd, oan Huisternoord by Aldwld, oan Spoorzigt to Dokkum, oan De Thbus to Wier, oan de Headammen, oan e Birgumerdaem, oan Aldskou, oan Rien, oan Grou en Wiergea, de Jirnsumersyl en oare.

    LIEFDE IN DE HERBERGRond 1830 is Johannes Tjeerds Algra de pachter van Het Huisternoord. Daarnaast is hij ook beurtschipper. Dat is een mooie

    combinatie. Hij beheert zelf de herberg waar zijn passagiers kunnen wachten als ze met het schip willen reizen. Het is druk, dus

    heeft hij een dienstmeisje om zijn gasten te bedienen. Ze heet Antje Douwes Boersma, komt uit Dokkum en is een leuke meid

    die van een grapje houdt, maar ook van aanpakken weet.

    In de winter, als de opvaart en de Trekvaart dichtgevroren zijn, rijdt Anne Sybes Starkenburg uit Veenklooster meerdere keren op

    zijn schaatsen langs de herberg. Johannes Algra ziet hem vaak komen. Is Anne zon enorme schaatsliefhebber? Ja, dat zeker, maar

    het is niet voor niks dat hij deze route maar steeds weer neemt! In de gelagkamer mag hij zo graag naar Antje kijken en even een

    praatje met haar maken. Als blijkt dat de verliefdheid wederzijds is, kan Anne zijn geluk niet op. Hij vraagt Antje of ze met hem

    wil trouwen en zij wil maar al te graag. In de winter van 1835 worden ze man en vrouw en gaan in Oudwoude wonen. Een jaar

    later wordt hun zoon Sybe geboren. Het gaat zo goed met het gezin dat ze een huis kunnen kopen in Westergeest. Anne werkt

    als koemelker. Later betrekt het gezin een boerderijtje in Oudwoude.

    WEDSTRIJDDe jaren gaan voorbij, Sybe gaat naar school. Als de winter komt,

    schaatst hij tegen de jongens uit zijn klas en komt steeds meer in vorm.

    Daarom durft hij zich voor de hardrijderij van 2 maart 1858 in Kollum op

    te geven. Het gaat hard tegen hard, wie wil niet de eerste prijs? De toe-

    schouwers juichen als een plaatsgenoot wint, ze joelen als het iemand

    van buiten het dorp is. Sybe schaatst geconcentreerd door; hij ziet zijn

    moeder aan de zijkant en daarachter zijn vader. Die lacht en knikt naar

    hem. Het geeft hem nog meer energie en als op vleugels gedragen,

    schiet hij over het ijs! Sybe Starkenborg wint!

    Als ze na afloop van de wedstrijd door Kollum lopen, voelt hij zich trots

    en triomfantelijk. De trommen slaan, het koper blaast en bloed van Sybe

    bruist onstuimig door zijn aderen: Hij heeft gewonnen! In de herberg

    wordt hem met ere de prijs uitgereikt: een zilveren tabaksdoos. Daar kun

    je mee thuiskomen! De premie, een zilveren horlogeketting met sleutel,

    wordt door Gerben Ferwerda uit Kollum gewonnen.

    DE IJSHERBERG

    VAN OUDWOUDE door REINDER H. POSTMA [email protected]

    IJSHERBERG HET HUISTERNOORD

    HIS

    TO

    RIE

    & S

    TR

    EE

    KG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

    HIS

    TO

    RIE

    & S

    TR

    EE

    KG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

    BRO

    N: I

    SGES

    CH

    IED

    ENIS

    .NL

  • ONGEVALHet is zondag 29 januari 1879. Sybe Starkenburg is nu 42 jaar, getrouwd

    met Jeltje Klaver en vader van een leuk stel kinderen. Samen wonen ze

    in het huis dat nu Foarwei 32 is. Nog steeds is Siebe een groot liefheb-

    ber van sneeuw en ijs. Vannacht is er een mooi pak sneeuw gevallen. De

    kinderen willen graag even naar buiten. De oudste twee jongens, Anne

    en Hessel, zijn er met vrienden op uit om te schaatsen. Dat hebben ze

    niet van een vreemde.

    Sybe haalt de slee van zolder, kleedt zichzelf en zijn kinderen Antje van acht en Lubbert van vier goed aan. Moeder Jeltje haalt

    nog snel even een lekkere warme sjaal voor de kinderen en knoopt die zorgvuldig om hun hals. Buiten willen Antje en Lubbert

    op de slee. Met rode konen zitten ze te genieten als heit de slee door de sneeuw laat zwieren. Kleine Fokke van bijna 2 is nog

    te klein voor dit vermaak. Hij moet binnen blijven, bij mem, maar hij staat verlangend voor het raam te kijken naar die wonder-

    lijke witte wereld en de capriolen die zijn vader, broer en zus uithalen. Hij wijst met zijn kleine mollige handje: Sker? vraagt hij verwonderd. Maar nee, dat witte spul is sneeuw. Dat is snie leert zijn mem hem een nieuw woordje. In huis brandt de kachel behaaglijk. Sybe zal net weer naar binnen gaan met de kinderen, als de oudste twee druk gebarend komen aanhollen.

    Heit, der is in ngelok bard, by Hsternoard, begint Hessel. Ja, en dy man wie sa dronken as in kroade, vult Anne hem aan. As jimme no net troch elkoar prate, mar ien foar ien en dan fertelle wat der geande is, kalmeert Sybe de twee jongens. No, wy wiene oan it riden op de Trekfeart en doe gie de doar by Hsternoard iepen, vertelt Anne, de oudste van de beide, en doe kaam der in man op redens nei bten. Dat wie al nuver, want hy hie de redens binnen al nder. Hy stiek de Trekwei oer en soe nei de brge. Ik tink dat er dr nei it iis woe. Ja, en doe glide er t; hy stie op de brge en hlde him beet oan de leuning, it like wol oft er duzelich waard en samar ynienen smakte er oer de leuning rjocht nei nderen op it iis, wol in meter as twa, trije giet Hessel troch. Dat heart net goed, hoe is t frn? en wa wie it? freget Sybe. No dat witte we net krekt. Se ha him mei in ljedder nei boppen brocht, werom nei Hsternoard. Der lei al noch bloed op it iis en ik hearde ien sizzen dat it net bst like, der wie ek wat stikken, de earm of t skouder, ik wit net krekt. Mar wat it wie, koe k sa hurd net sjen. Nee, vult Hessel aan, se soene om in wein om him ths te bringen, heit moat aanst mar ris sjen, se sille hjir wol lns komme. Het lijkt Sybe beter om tot die tijd eerst maar lekker weer naar binnen te gaan bij de warme kachel. It wurdt tsuster, we geane yn e hs. We sille ite en dan heare we letter grif ris hoe as wat, kom!

    De afloop van dit voorval is niet bekend. Het ging om een niet met name genoemde boerenarbeider die in beschonken toestand

    over de brugleuning op het ijs is gesmakt. De krant meldt dat hij in hoogstbedenkelijke toestand naar zijn woning is vervoerd.

    DE HERBERGZoon Anne Starkenburg wordt later directeur van de

    zuivelfabriek. En de ijsherberg? Na 1900 heeft Pieter

    Veenstra samen met Pier Bosma het beurtschip in

    de vaart. Zij wonen niet op Het Huisternoord.

    De herberg en de beurtdienst komen in verschillende

    handen. Na de oorlog wordt het vervoer over water

    langzaam maar zeker minder; het vrachtverkeer over

    de weg neemt toe en in 1956 gaat het beurtschip uit

    de vaart. De herberg verliest zijn horecafunctie en

    wordt na verloop van tijd afgebroken.

    17

    LEEUWARDER COURANT 29 JANUARI 1879

    HIS

    TO

    RIE

    & S

    TR

    EE

    KG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

    HIS

    TO

    RIE

    & S

    TR

    EE

    KG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IStijd van burgers en stoommachines

    LEEUWARDER COURANT2 MAART 1858

    ZILVEREN TABAKSDOOSBRON: GEHEUGENVANNEDERLAND.NL

  • 18

    DE KOFFER

    WORDT GESLOTEN

    DE

    KO

    FF

    ER

    VA

    N O

    UD

    TA

    NT

    E M

    AT

    HIL

    DE

    DE KOFFER VAN MATHILDE

    MATHILDE BACH, GEBOREN BAUTA-DE JONGDit is de laatste aflevering van de serie over de koffer van mijn oudtante

    Mathilde. Laten we eens kijken naar de grafsteen, die Mathilde heeft laten

    maken voor het graf van haar man Ludwig Bach, toen deze in 1937 in

    Hamburg overleed. Daarop staat: + Ruhesttte fr + Ludwig V.ltl.Bach ~ geb.d.1.April 1867 ~ gest.d.1.februar 1937 ~ und frau ~ Mathilda Bach geb. Bauta-de Jong geb.d.22.Oktbr.1876

    Er vallen een paar dingen op:

    1. Rustplaats voor... en dan hun beider naam. Ze hoopte dat ze bij hem

    begraven zou worden. Het is maar zeer de vraag of dat ook gebeurd is.

    Mathilde heeft de laatste zes jaar in Kopenhagen gewoond in een hotel.

    Dat waren meteen de oorlogsjaren. Toen zij daar in 1945 overleed was

    de oorlog net afgelopen. De spoorwegen en Duitse steden waren ge-

    bombardeerd. Er moesten wel belangrijker zaken geregeld worden dan

    een dergelijk transport, is mijn vermoeden. Omdat ik niet weet op welk

    kerkhof het graf is, kan ik daar ook niet meer achter komen.

    2. Zij noemt zichzelf Mathilda Bach, geboren Bauta-de Jong. Dus zo-

    wel met de achternaam van haar man Ludwig Bach, als van haar vader

    Minne Bouta, alsook van haar moeder Tjeerdtje de Jong.

    3. Misschien is het u opgevallen, dat ik de namen Ludwig/Ludvig en

    Mathilde/Mathilda door elkaar gebruikte in mijn artikelen. Dat deden

    ze zelf nl. ook! Mathilde schreef ook Bouta vaak met AU. Ook op het

    graf deed ze dit, terwijl ze toch echt als Tjeerdtje Bouta met OU in het

    geboorteregister van Westdongeradeel staat ingeschreven.

    HOTEL HOLMENKOLLENTot slot een foto, waar deze serie eigenlijk mee begonnen is. Daarop staan

    Mathilde en Ludwig in 1910 voor hotel Holmenkollen. Ik was benieuwd

    of dat hotel nog bestond en ben gaan zoeken op Internet. Het bestaat

    nog steeds als groot, duur superhotel hoog in de bergen met fantastisch

    uitzicht op Oslo. Ik stuurde de foto op naar het hotel. Al snel kreeg ik ant-

    woord, dat ze de foto en een deel van mijn e-mail graag wilden gebruiken

    in een nieuwe luxe brochure van het hotel.

    Zo gebeurde het, dat Mathilde en Ludwig in een hotelbrochure van 2013

    staan. Deze kreeg ik toegestuurd. Hierover kwam weer een stukje op het

    Weblog van de vereniging en zo ontstond het idee om meer verhalen

    voor De Sneuper te schrijven over de koffer van Mathilde. Er zit nog veel

    meer in, dus heb ik een keuze gemaakt van de meest in het oog spring-

    ende dingen om met u te delen. Ik heb er zelf ook veel plezier aan gehad

    om deze verhaaltjes te schrijven, want daardoor was ik wel gedwongen

    om eens goed te kijken en alles op een rijtje te zetten.

    Zo kwam de bijzondere geschiedenis van deze Friezin ook voor mij tot

    leven. Door deze artikelen en de hotelbrochure is ze bekender geworden

    dan enig ander familielid. Nu gaat alles terug in de koffer, ook de brochure,

    en dan sluit ik deze serie en de koffer van oudtante Mathilde af.

    door HILDA BOUTA [email protected]

    Van mijn opa s oudste zuster heb ik een grote dikleren koffer gerfd. Die zit vol met herinneringen aan haar avontuurlijke

    leven. Mijn oudtante Mathilde ( geboren in Nes in 1876, overleden in Kopenhagen in 1945 ) is de hele wereld rondgereisd.

    Nu is dat niets bijzonders , maar in haar tijd wel...

    HE

    RA

    LD

    IEK

  • DE

    KO

    FF

    ER

    VA

    N O

    UD

    TA

    NT

    E M

    AT

    HIL

    DE

    HE

    RA

    LD

    IEK

    19

    door RUDOLF J. BROERSMAtekenaar Fryske Rie foar Heraldyk

    EENE AFTEEKENING VAN DE WAPENSNa de Franse Revolutie werd door Koning Willem I

    bij soeverein besluit van 24 december 1814 aan

    de Hoge Raad van Adel opdracht gegeven dat alle steden, dorpen en heerlijkheden, districten en corpo-ratin, welke voorheen of tot dusverre het gebruik van wapens gehad hebben, zullen worden opgeroepen, om eene afteekening van dezelve wapens aan den voor-noemden Raad in te zenden, ten einde daarop Onze confirmatie en registratie derzelve te erlangen.

    Op 5 januari 1815 kregen publiekrechtelijke lichamen

    de oproep om voor 1 mei een afbeelding, beschrij-

    ving en toelichting in te zenden van het te bevesti-

    gen wapen. Dit gold ook voor het verkrijgen van een

    nieuw wapen.

    Na deze oproep zond burgemeester Goslings van

    Dokkum op 26 februari 1815 een afbeelding van

    het wapen, zoals dat ook op de gedenkpenning van

    1582 voorkwam. Hij schreef daarbij nog dat het wapen voorheen bestond uit drie sterren en dat het wapen, ter nagedachtenis

    van de overwinningen op de Saracenen tijdens de kruistochten in 1217, waarin de Dokkumers geen gering aandeel schenen

    te hebben gehad, was vermeerderd met een kwartiermaan. Deze wetenschap ontleende hij aan De Hedendaagsche Historie of tegenwoordige Staat, deel 24, blzadzijde 261 en 262. Ook de kleuren van het wapen zal hij hieruit hebben overgenomen. De legende van de wapenvermeerdering is te vergelijken met die van Haarlem, waar het oude wapen, met vier sterren, bij

    gelegenheid van de overwinning bij Damiate werd vermeerderd met een zwaard en een kruisje. Bij besluit van de Hoge Raad

    van Adel werd op 25 maart 1818 voor Dokkum het volgende wapen bevestigd:Van lazuur, beladen met drie sterren van goud, ge-plaatst een en twee vergezeld van boven van een omgekeerde liggende halve maan van zilver; het schild gedekt met een goude kroon

    MET VLAG & WIMPELDe oudste bron voor de vlag is het vlaggenboek van Hesman. Hij tekende hierin een vlag op

    van vier horizontale banen blauw, wit, rood en geel. Zoals Sierksma stelt in zijn Nederlands vlaggenboek is het eigenaardig de kleur rood in de vlag aan te treffen, daar deze kleur in het geheel niet in het wapen voorkomt. Doch Hesman was een Dokkumer, dus van hem mag ver-

    wacht worden dat hij wist hoe de vlag van zijn stad er uit zag.

    De vlag is bij raadsbesluit van 29 januari 1948 bevestigd en wapen en vlag werden na de ge-

    meentelijke herindeling van 1984 als stadswapen en -vlag gevoerd.

    De wimpel voor de stad Dokkum werd gelijktijdig vastgelegd met de vlag en wimpel voor de

    nieuwe gemeente Dongeradeel en wel op 27 oktober 1983: een vierkante broeking van blauw, waarin een witte omgekeerde wassenaar; een (split)wimpelvlucht van twee banen blauw en geel.

    WAPEN & VLAG VAN

    DE STAD DOKKUM 3 BR

    ON

    : GEM

    EEN

    TE D

    ON

    GER

    AD

    EEL

    BRO

    N: H

    ISTO

    RISC

    H C

    ENTR

    UM

    LEE

    UW

    ARD

    EN

  • ING

    EB

    OE

    KT

    20

    SIGNALEMENT MET FOTO

    VEENHUIZEN:

    door PIET DE HAAN [email protected]

    BO

    NIF

    AT

    IUS

    BE

    EL

    DE

    N

    STUDIEFONDS VOOR BEGAAFDE KINDERENRegelmatig worden er via Hans Zijlstra vragen aan de redactie gesteld.

    Hans stuurt ze dan door naar redactieleden en leden waarvan hij weet

    dat die dezelfde interesse hebben als de vraagsteller. Deze vraag kwam

    op een mooie zondagmorgen binnenzweven:

    Hans Zijlstra antwoordde als volgt:

    Beste heer ,De Maatschappij van Weldadigheid was niet zozeer een instelling voor hoogbegaafde kinderen. Misschien waren ze er wel, maar het had een taak ter heropvoeding. Ziet u de artikelen op ons blog maar eens: Ik cc enkele kenners die u mogelijk iets verder kunnen helpen, hoewel de links in de artikelen op ons blog u al een heel eind op weg kunnen helpen!

    De antwoorden op de vragen werden binnen een uur gevonden en de vragensteller ontving de volgende mededeling:

    Beste heer ,Het goede nieuws is dat er mooie fotos van Jongsma bewaard gebleven zijn, zie bijlagen. Het slechte nieuws is dat die gemaakt zijn, omdat hij wegens landloperij en dronkenschap in Veenhuizen terecht kwam. Ach ja, het leven is niet altijd rozengeur en maneschijn.

    SIGNALEMENTKAARTEN VEENHUIZENIn de signalementkaarten van Jense Jongsma lezen we over veroordelingen voor insubordinatie en openbare dronkenschap.

    Tevens twee keer veroordelingen voor landlopen en bedelen. Voor de signalementkaarten geldt dat deze zijn vervaardigd tus-

    sen 1895 en 1901. Slechts een klein deel van de bevolking van Veenhuizen is derhalve gefotografeerd.

    Op de Sneuperwebsite onder indexen bij: Maatschappij van Weldadigheid, Noordoost Friezen in Veenhuizen / Ommerschans

    staan een groot aantal Friezen vermeld, waarvan ook signalementen en fotos op de site van AlleDrenten.nl te vinden zijn.

    Toevalstreffers op de site van Alle Drenten leverden nog de volgende treffers uit de regio met een naam en een signalement op:

    Geachte archivaris of een ander die dit leest,

    In de hoop dat ik dit bericht aan het goede adres zend, zou ik graag een uitleg krijgen over het volgende. In het jierboekje 1995 gevonden onder de kop Maatschappij van Weldadigheid, Noordoost Friezen zag ik: Jense Jongsma, geboren te Dokkum 14 december 1860, zn Pieter Jongsma en Henke Kingma. Deze Pieter en Henke zijn voorouders van mijn grootmoeder. Wilt u zo vriendelijk zijn om mij uit te leggen wat de reden is waarom zij daar vermeld staan? Heeft dit eventueel ook te maken met een studiefonds voor begaafde kinderen gevestigd te Bolsward? Als kind hebben mijn ouders daar wel eens over verteld.

    Uw antwoord wordt door mij zeer op prijs gesteld.

    met vriendelijke groet,

    Bakker Sjoerd geb. 27-05-1867 Hardegarijp

    Dijkstra Andries geb. 24-10-1867 Hallum

    Douma Pieter geb. 16-03-1845 Anjum

    Elzinga Sjoerd geb. 12-02-1870 Kollum

    Hoekstra Klaas geb. 22-04-1858 Hallum

    Jong de Jan geb. 29-12-1841 Birdaard

    Jong de Klaas geb. 05-12-1836 Hardegarijp

    Veenstra Ringe geb. 10-10-1855 Surhuisterveen

    Visser Thomas geb. 03-10-1859 Dokkum

    Vries de Bauke geb. 26-11-1853 Dokkum

    Vries de Kornelis geb. 08-09-1841 Dokkum Voor fotos uit het Geheim register van ontslagen gevangenen 1882-1890:

    http://sneuperdokkum.blogspot.nl/2008/05/crimineel-interessant.html

    BRO

    N: A

    LLED

    REN

    TEN

    .NL

    SIGNALEMENTKAART JENSE JONGSMA

  • ING

    EB

    OE

    KT

    21

    SA LANG AS DE WYN

    door YVONNE TE [email protected]

    BO

    NIF

    AT

    IUS

    BE

    EL

    DE

    N

    FAN DE WOLKENS WAAIT

    DE GESCHIEDENIS VAN WINDLUST - BURUMSa lang de wyn fan de wolkens waait, een zinsnede uit de oud-Friese

    rechtspraak, met als betekenis: het zal altijd doorgaan, eeuwigdurend.

    Daaraan moest ik denken bij het lezen van het in 2014 verschenen boek De geschiedenis van koren- en pelmolen Windlust, Burum van Warner B. Banga, bij uitstek de kenner van molens in Noordoost-Friesland.

    Hij beschrijft daarin, zoals de titel al aangeeft, de molen Windlust van Burum en zijn geschiedenis. Deze molen lijkt eeuwig door te gaan. Al

    twee keer is hij uit de as herrezen: de eerste keer na een brand in 1785 en

    nu voor de tweede keer, nadat hij in april 2012 een prooi van de vlammen

    werd en tot de grond toe afbrandde. Op 6 september 2014 werd de

    hernieuwde molen geopend en bij die heropening werd dit schitterende

    boek gepubliceerd.

    Allereerst het uiterlijk: het boek is stevig ingebonden, heeft een hard

    kaft, is fraai vormgegeven door Jacqueline Brauwer, is duidelijk gedrukt

    en beslaat bijna 200 paginas. Maar dan ook nog de inhoud: het boek is

    bijzonder goed gedocumenteerd en leest vlot. De auteur neemt ons

    in zijn zoektocht mee naar de oudste geschiedenis van de molen, die

    al begint in de middeleeuwen. Inwoners van Burum doen zaken met

    omliggende kloosters; Warner heeft uit de kloosterarchieven namen

    en feiten opgedoken. De eerste keer dat er in Burum sprake is van een

    molen of een molenaar is al in 1552. Daarna wandelt hij met de lezer

    door de proclamatieboeken, waarin koop en verkoop zijn genoteerd,

    autorisatieboeken waarin testamenten worden beschreven... en zo komt

    hij uiteindelijk bij de tijd van de notarile archieven en het kadastertijdperk.

    WAARDEVOL DOCUMENTHet boek is in feite in drie delen te verdelen:

    De oudste geschiedenis; de standerdkorenmolen van voor 1565 tot 1785, met seijl ende treijl, so die swaijt en draijt.De tijd van na 1800; de koren- en pelmolen Windlust van 1786 tot 2012, eenen uitmuntenden en zeer beklanten molen.De huidige tijd waarin de brand en de wederopbouw van de molen centraal staat en verhalen van nog levende getuigen.

    Bij het zoeken in de oude bronnen vindt Warner, geholpen door mede-onderzoekers Gerard Mast en Piet de Haan, soms alleen

    een naam of melding van verkoop. Toch is het eerste deel geen droge opsomming van feiten; de schrijver plaatst de feiten in een

    context, licht toe wat de bron betekent, hoe de belasting werkte of hoe het op andere plaatsen ging bij molens.

    In het tweede deel legt hij bijvoorbeeld heel mooi uit hoe de molen van Burum aan zijn naam is gekomen en hoe hij uiteindelijk

    het graf van een zoekgeraakte molenaar op de begraafplaats voor zijn huis ( ! ) heeft teruggevonden. We volgen de speurder dus

    ook af en toe in zijn zoektocht naar details.

    Het derde deel met de getuigenverhalen geeft een andere dimensie, namelijk de emoties van de betrokkenen, zoals oud-mole-

    naar Gerrit Bremer, wanneer hij bij de afgebrande molen staat, waar hij een groot deel van zijn leven heeft gewerkt.

    Het boek bevat kort samengevat veel genealogisch materiaal, gegevens uit diverse bronnen en orale geschiedenis. De informatie

    wordt verlevendigd door het gebruik van talrijke afbeeldingen: archiefstukken, tekeningen en unieke fotos van de molen en zijn

    bewoners. De reconstructie is uitvoerig in beeld gebracht en laat zien hoe een aantal zeer betrokken mensen met grote inzet de

    molen weer aan het dorp heeft teruggegeven. In dit boek van Warner B. Banga zien we een auteur aan het werk, die zich met hart

    en ziel, met passie, stort op het creren van een waardevol document. Dat de molen Windlust van Burum opnieuw een monu-mentstatus heeft gekregen, zou volgens ingewijden deels aan dit boek te danken zijn.

    VERNUFT & VOLHARDINGOp 21 maart kreeg de auteur tijdens de algemene jaarvergadering van de Vereniging De Hollandsche Molen in Amersfoort

    de jaarprijs van de stichting Molengiftenfonds voor Vernuft en Volharding toegekend; een eervolle erkenning uit de molen-

    wereld, dat het boek ook daar goed ontvangen is en gewaardeerd wordt.

    Windlust - Burum is uitgegeven door uitgeverij Bornmeer, kost 25 euro en is te bestellen via [email protected]

    OMSLAG VAN HET BESPROKEN BOEK

  • 22

    HIS

    TO

    RIE

    & S

    TR

    EE

    KG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

    HIS

    TO

    RIE

    & S

    TR

    EE

    KG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

    VAN DANTUMAWOUDE

    KOMT DIT WOL KLEAR?Jaren geleden kwam ik op het gemeentearchief te Driesum Albert

    Woudstra, mijn oudonderwijzer aan de OLS te Akkerwoude en later

    hoofd van de OLS te Broeksterwoude tegen. Hij vertelde mij bezig te

    zijn met het schrijven van een boek over de Broek (Broeksterwoude),

    De Valom, Murmerwoude en Dantumawoude. Ik vroeg hem waarom

    hij Akkerwoude er niet bij deed. Het antwoord was dat hij dat graag

    zou willen, doch daarvoor handen en voeten tekort kwam. Ik heb hem

    toen aangeboden om de bewoning van Akkerwoude voor hem uit te

    zoeken.

    Meester Woudstra ging met een dermate grote precisie te werk dat ik mij

    allengs begon af te vragen: Komt dit wol klear? Op een gegeven moment trok ik de conclusie dat ik dat niet meer zou meemaken. Albert Woudstra

    waakte over zijn gegevens als een kloek die op eieren zit. Aangezien

    ik zelf ook graag de beschikking over de bebouwingsgegevens van

    Dantumawoude, Murmerwoude, Broeksterwoude en De Valom zou

    willen hebben, ben ik zelf maar eens aan de slag gegaan.

    Dantumadiel bestaat uit drie kadastrale gemeenten, t.w.: Akkerwoude

    (omvattende Driesum, Wouterswoude, Damwoude, Broeksterwoude

    en De Valom), Birdaard (omvattende Birdaard, Janum, Roodkerk,

    Rinsumageest, Janum en Sijbrandahuis, en Veenwouden (omvattende

    Veenwouden, Kuikhorne en Zwaagwesteinde). De dorpsgrenzen liepen

    vroeger van Noord naar Zuid. Zo kon het gebeuren dat van Kuikhorne

    vier woningen onder Akkerwoude vielen.

    Op het archief van Dantumadeel liggen overzichtskaarten van alle dorpen in Dantumadeel van 1876. Die kaarten zijn ruim

    1,5 meter breed en 80 cm hoog. Van Dantumawoude zie je dan dat Sectie B loopt van het Dokkumer Diep tot de Doniaweg.

    Sectie C loopt vervolgens van de Doniaweg tot de Bovenweg (naar Zwaagwesteinde). Rond 1880 is het kadaster over de

    kop gegaan en zijn er nieuwe Kadastrale secties gekomen en uiteraard andere kadastrale nummers.

    Het probleem daarbij was dat het raadplegen van het kadaster nogal omslachtig was en je bovendien maar de beschikking

    had over een overzichtskaart van 1876 op het archief van Dantumadeel. Aan de hand van de Volkstellingen 1829, 1839 en

    de gezinsbladen 1850 tot 1940 alsmede de woningkaarten 1940-1963 ben ik toch maar aan de slag gegaan. Over het resul-

    taat Dantumawoude was ik niet geheel tevreden. De woningen werden tot 1940 doorlopend genummerd. Pas rond 1963

    is in Dantumadeel de huisnummering per straat ingevoerd. Het probleem met de doorlopende nummering was om grip te

    krijgen op het pad dat daarbij gevolgd was. Bovendien week dat pad wel eens wat af.

    GESLEEP MET KADASTERBOEKENWaar ik eigenlijk aandacht aan heb besteed, zijn Dantumawoude, Mur-

    merwoude, Akkerwoude, de Broek en de Valom. De Broek viel vroeger

    grotendeels onder Akkerwoude en Murmerwoude en een zeer klein

    deel Dantumawoude. De Valom viel onder Dantumawoude en Mur-

    merwoude en een stukje langs de Valomstervaar ten westen van de lijn

    vanaf de Auke Jansstraat tot het Goddeloas Tolhs onder Akkerwoude.

    De aanwezigheid van een nieuwe kadastrale kaart van 1887 was al een

    vooruitgang. Bovendien is de toegang op Tresoar tegenwoordig een

    stuk handiger dan het voortdurende gesleep met kadasterboeken op

    het archief van Dantumadeel. Het ontbreken van recentere kadastrale

    overzichtskaarten van na 1887 blijft echter een gemis en zorgt voor de

    nodige problemen.

    HUISNUMMERING 1850-1963

    door HENK PLANTINGA

    Albert Woudstra is geboren op 1 september 1930 te Murmerwoude en is overleden op 1 september 2013 te Dokkum. Hij was

    gedurende lange tijd lid van onze vereniging en deed o.a. onderzoek naar kadaster en geschiedenis van de dorpen Valom,

    Broeksterwoude, Murmerwoude en Dantumawoude. Woudstra ging minutieus en gedegen te werk en heeft ontzettend veel

    materiaal achter gelaten. Helaas heeft het jarenlange onderzoek niet tot een eindresultaat geleid.

    BRO

    N: T

    RESO

    AR

    BRO

    N: T

    RESO

    AR

    KADASTERKAART 1887 SECTIE G7H1 DANTUMAWOUDE

    DETAIL GRIETENIJKAART DANTUMADIEL WOPKE EEKHOFF 1849

  • 23

    HIS

    TO

    RIE

    & S

    TR

    EE

    KG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

    HIS

    TO

    RIE

    & S

    TR

    EE

    KG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

    LANGE JAMMER - TEGENWOORDIG DONIAWEG 105 DAMWLDPROBLEEMGEVALLEN & RODDELSEen voorbeeld van een probleem geval is de Lange Jammer bij Dantumawoude, waar oorspronkelijk negen woningen waren,

    vermoedelijk gesticht door de Burgemeester Pieter Adrianus Bergsma. Langzamerhand zijn er een aantal samengevoegd en

    is stijf erachter een boerderijtje gebouwd, dat er tot mijn verrassing thans nog staat. Dat boerderijtje is ook meegegaan in de

    huisnummering van de Lange Jammer. De Lange Jammer was vermoedelijk een eerste vorm van wat zou je kunnen zeggen

    bejaardenhuisvesting c.q. huisvesting mindervermogenden. Ook de situatie rond de Woudweg te Dokkum is problematisch,

    omdat het kadaster daar te weinig houvast biedt (te weinig eigenaren die tevens bewoner zijn).

    Interessant is overigens de geschiedenis rondom de gemeentelijke herindeling met Dokkum per 1 januari 1925. Dokkum was

    uit zijn jasje gegroeid en bouwde eigenlijk al in Dantumadeel (Bonifatiusbuurt). De buurgemeenten stonden niet bepaald te

    springen om gebied af te staan. De trein reed bijvoorbeeld tot Aalsum

    in Oostdongeradeel. Wat maakte dat voor verschil? De tram reed van

    Veenwouden tot de Woudpoort tegenover caf Van der Meer. Sommi-

    gen dachten dat de gebiedsuitbreiding van Dokkum om de bron ging

    en spraken zelfs van een katholieke samenzwering.

    Aan de Trekweg naar Dantumawoude (bij de Mearsloot) stond een tol-

    huis. Moesten de mensen die ten noorden van dat tolhuis nog in Dantu-

    mawoude woonden ook tol betalen als ze naar Dantumawoude of Dok-

    kum gingen? Een Burgemeester van Dantumadeel, Ties Nauta woonde

    bijvoorbeeld op de Hogedijken! Hij had daar zijn nering, de betonfabriek,

    en om die reden schijnt de Patrimoniumbuurt gebouwd te zijn. De be-

    tonfabriek van Nauta schijnt ook de betonplaten voor de weg van Broek-

    sterwoude naar Roodkerk te hebben geleverd. Wat ik daar over hoor, zijn

    wellicht voor een groot deel fabels of roddels.

    HUISNUMMERING DANTUMAWOUDE 1850 - 1963

    FOTO

    : PI

    ET D

    E H

    AA

    N

    Het eindresutaat van mijn onderzoek staat in een Exel overzicht op de site van onze vereniging http://www.hvnf.nl/indexen/

    Het betekent echter niet dat er niets te wensen overblijft; aanvullingen en correcties zijn dan ook van harte welkom.

    Veel dank is verschuldigd aan de medewerkers van het Archief van de gemeente Dantumadiel. Zij zijn, waar ze konden, altijd

    zeer behulpzaam geweest.

    BRO

    N: T

    RESO

    AR

    tijd van burgers en stoommachines

    KADASTERKAART 1887 AKKERWOUDE VERZAMELKAART 16640A

  • GEBOREN IN FRANKRIJKNadat Frankrijk de Amerikaanse kolonisten te hulp schoot in de

    Onafhankelijkheidsoorlog, (een oorlog tussen Groot-Brittanni en de

    kolonin die later Amerika zouden worden), werd Frankrijks machtige

    positie verzwakt door ernstige problemen.

    In het Frankrijk van de 18e eeuw had het volk het zwaar te verduren.

    Door de aanhoudende economische crisis, het groeien van sociale

    tegenstellingen en onvrede onder de bevolking leidde dit tot een

    groeiend verzet tegen de zittende macht. Deze onvrede werd nog extra

    gevoed door de houding van het koninklijk gezin, dat er in de ogen van

    de bevolking een schijnbaar zorgeloze en extravagante levensstijl op

    na hield, terwijl het land honger had. De mensen moesten steeds meer

    geld voor hun eten betalen, terwijl de lonen gelijk bleven.

    In dit oude Frankrijk, werd Etienne Babois geboren, op 9 oktober 1784

    in Montreal, Ardeche, als zoon van Jean Babois en Anne Durand. Net

    als zijn broers en zussen werd hij in de Saint Marc-kerk van Montreal

    katholiek gedoopt.

    Op 14 juli 1789 was de bevolking het zat en met de bestorming van

    de Bastille was de revolutie een feit. De monarchie werd afgeschaft en

    de Eerste Franse Republiek was geboren. De Franse Revolutie verliep

    met horten en stoten en kwam in 1795 tot stilstand door de succesvolle

    militaire operaties in het buitenland. In 1799 greep Napoleon Bonaparte

    door middel van een staatsgreep de macht en het Napoleonistische

    tijdperk begon.

    IN HET LEGER VAN NAPOLEON Toen Etienne Babois in 1804 twintig was geworden, moest hij de dienstplicht vervullen. Het is niet duidelijk waar hij precies

    allemaal is geweest, maar hij kwam uiteindelijk met de legers van Napoleon naar Nederland en is hier gebleven.

    In 1812 kreeg Etienne een oproep om te vechten in Rusland. Omdat hij pas getrouwd was, met Jacoba Johanna Bakker (1789-

    1859), mocht zij mee. Etienne was toen 2e luitenant in het Franse Leger. Van die periode is een dagboek gemaakt door Jacoba,

    waar echter helaas maar de helft van bewaard is gebleven. Deze bevindt zich in Frankrijk bij de heer Rensing, maar een digitale

    versie is te lezen op de site Friezen-onder-Napoleon. Hoewel slechts 75.000 Fransen het bij Austerlitz opnamen tegen 90.000 tegenstanders, bleek het militair genie van Napoleon

    beslissend in de slag: door een opstelling in het dal te kiezen boven de strategisch beter gelegen hoogte, lokte hij de

    Oostenrijkers naar een minder verdedigde flank, waardoor bij de hoofdmacht van de tegenstanders de aandacht verschoof. Na

    te hebben afgewacht tot de hoofdmacht uitdunde, startte Napoleon in de mist zijn befaamde sprong van de leeuw. Een Franse

    troepenmacht van 17.000 man bezette de hoogte en splitste zo de troepen van de tegenstander in twee delen, die vervolgens

    vanaf de hoogte beide werden aangevallen. Als noodgreep wierp de Russische tsaar zijn keizerlijke garde in de strijd, die veel

    schade aanrichtte, maar te laat kwam om de Fransen te verdrijven. De tsaar van Rusland en de keizer van Oostenrijk tekenen een

    wapenstilstand met Napoleon. Bij de vrede van Pressburg, een paar weken later, stond Oostenrijk grondgebied in Duitsland en

    Itali af aan Frankrijk. Napoleon was tevreden over het resultaat. Hij zei tegen zijn soldaten: Soldaten, ik ben tevreden over u. Voor u zal het voortaan voldoende zijn te zeggen: Ik heb meegevochten bij Austerlitz, en men zal uitroepen: Daar staat een held.

    24

    HIS

    TO

    RIE

    & S

    TR

    EE

    KG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

    HIS

    TO

    RIE

    & S

    TR

    EE

    KG

    ES

    CH

    IED

    EN

    IS

    SAINTMARC DE MONTRAL ARDCHE

    ETIENNE BABOIS

    EEN FRANSMAN DIE FRIES WERD door LINDA MOES [email protected]

    JAARLIJKSE HERDENKING VAN SLAG BIJ AUSTERLITZ

  • NAAR NEDERLAND TUSSEN 1806 EN 1811In 1806 lijfde Napoleon Nederland bij het Franse Rijk in. In november

    van 1806 voerde hij het Continentaal Stelsel in, dat elke handel met Engeland verbood. Hierdoor moesten de grenzen meer bewaakt wor-

    den om smokkel te voorkomen. Broer Lodewijk werd koning van Neder-

    land, maar kreeg sympathie voor de Nederlanders en liet oogluikend de

    handel/smokkel naar Engeland toe. Dit was Napoleon een doorn in het

    oog en hij ontsloeg Lodewijk.

    Bovendien stuurde Napoleon