de praktijk - platform ouderenzorg praktijk 2012 nummer 3.… · copd brigade naast de onlinetest...

32
HéT TIJDSCHRIFT VOOR DE PRAKTIJKVERPLEEGKUNDIGE EN PRAKTIJKONDERSTEUNER de Praktijk PRAKTIJKVERPLEEGKUNDIGEN & PRAKTIJKONDERSTEUNERS JAARGANG 5 2012 3 Polyfarmacie in de praktijk Optekenen van levensverhalen, een zinnig initiatief Hartfalen

Upload: others

Post on 01-Aug-2020

1 views

Category:

Documents


0 download

TRANSCRIPT

Page 1: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

1

H é t t i j d s c H r i f t v o o r d e p r a k t i j k v e r p l e e g k u n d i g e e n p r a k t i j k o n d e r s t e u n e r

de PraktijkPRAKTIJKVERPLEEGKUNDIGEN

& PRAKTIJKONDERSTEUNERS

J a a r g a n g 5 2012

3Polyfarmacie in de praktijk

Optekenen van levensverhalen, een zinnig initiatief

Hartfalen

Page 2: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

nu beschikbaar

Online nascholing COPD

Geaccrediteerde online nascholing voor praktijkverpleegkundigen/praktijkondersteuners

De praktijkverpleegkundigen en praktijkondersteuners vormen belangrijke sleutelfiguren in de herkenning en behandeling van COPD. De online nascho-ling COPD gaat zowel in op de rol van de praktijkondersteuner bij de diagnos-tiek van COPD als op de farmacologische behandeling van deze aandoening. Ook het opzetten van een COPD-spreekuur komt in deze e-learning aan bod.

K i j K O P h e t P l at f O r m w w w. P r a K t i j K e D u C at i e . n l

gratis voor praktijkverpleeg­kundigen en praktijk ­ondersteuners

Page 3: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

3

De PraktijkHét tijdschrift voor de praktijkverpleegkundige en praktijkondersteuner

Uitgevervan Zuiden communications B.v.postbus 21222400 cc alphen aan den rijntel. 0172 - 476 191fax 0172 - 471 882e-mail: [email protected]

Redactieleonie Bosch, praktijkverpleegkundige te de Biltpetra cornelis, praktijkverpleegkundige te de Bilt en docent opleiding praktijkondersteuning te edegerda keizer, praktijkverpleegkundige te BunschotenMarjan verschuur, gezondheidswetenschapperMartien vrolijk, praktijkverpleegkundige te deventer

Redactieraaddr. s.t. Houwelingdr. i. smeeleMw. mr. j.j.a. van Bovendr. M.j. lenzendhr. r.M. oemrawsingh

Bureau- en eindredactievan Zuiden communications B.v.Marina kapteyn, projectmanagerpostbus 21222400 cc alphen aan den rijntel. 0172 – 476 191fax. 0172 – 471 882e-mail: [email protected]

© 2012, van Zuiden communications B.v.,alphen aan den rijn

alle rechten voorbehouden. geen enkel bestanddeel van deze uitgave noch de gehele uitgave mag worden verveelvoudigd, open-baar gemaakt of bewaard in een documenta-tiesysteem door middel van druk, fotokopie, microfilm of enige andere techniek dan na schriftelijke toestemming van de uitgever. Meningen en beweringen, geuit in de artikelen en in de mededelingen in deze uitgave zijn die van de auteur(s) en behoeven niet nood-zakelijkerwijs overeen te komen met die van de redactie en van de uitgever. de uitgave wordt met de grootst mogelijke zorgvuldig-heid samengesteld. fouten (in de gegevens-verwerking) kunnen echter niet altijd worden voorkomen. Met het oog hierop en omdat de ontwikkelingen in de medische wetenschap snel voortschrijden, wordt de lezer aangeraden onafhankelijk inlichtingen in te winnen en/ of onderzoek te verrichten wat betreft de ver-melde diagnostische methoden, doseringen van medicijnen enzovoort. aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend. de redactie en de uitgever wijzen elke verant-woordelijkheid of aansprakelijkheid voor de juistheid van de gegevens af en garanderen noch ondersteunen enig product of enige dienst geadverteerd in deze uitgave, noch staan garant voor enige door de vervaardiger van dergelijke producten of diensten gemaakte beweringen.

issn : 1876-2573oplage: 2.000 exemplaren

inhoudsopgave

Voorwoord 5L.H.M. Bosch-van den Berg, hoofdredacteur de Praktijk en praktijkverpleegkundige te De Bilt

Nieuws & Trends 6

Hulpverleners moeten onderwerp seksualiteit bespreekbaar maken 9Mw. Y. van Baardwijk, teamleider SBWU, eigenaar Praktijk voor Seksuele Coaching

Column 12Riek Zadeger

Polyfarmacie in de praktijk 13L.H.M. Bosch-van den Berg, praktijkverpleegkundige te De Bilt

Mantelzorg geven doen we bij voorkeur naast de deur 16Merel Schrama, Yvonne de Jong, Expertisecentrum Mantelzorg

Optekenen van levensverhalen, een zinnig initiatief 17Leny de Groot, vrijwilliger, Wouke van den Heuvel, projectcoördinator

Het komt wel goed 21Martien Vrolijk, praktijkverpleegkundige te Deventer

Betere dementiezorg door Zorgstandaard Dementie 22

Diabetes Werkt! versterkt positie van werknemers met diabetes 23

Hartfalen 25Mw. J. Zimmerman, verpleegkundig specialist, Hartfalenpoli Ziekenhuis Gelderse Vallei

Verenigingsnieuws 28

Activiteitenagenda 31

C o l o f o n

Geaccrediteerde online nascholing voor praktijkverpleegkundigen/praktijkondersteuners

Page 4: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

Alles over COPDKijk voor meer informatie op www.luchtpunt.nl,

een informatieplatform voor COPD-patiënten,hun omgeving en hun zorgverleners.

Een initiatief van

Luchtpunt adv_POH/HA_A4_excl Pfizer.indd 1 06-08-12 14:42

Page 5: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

5

Voorwoord

spiegelen

Mijn dochter van elf vroeg laatst: “Wat doe jij nou eigenlijk op je werk?”

Wellicht herkenbaar, dergelijke vragen uit de omgeving? Er werd uiteraard

geen al te ingewikkeld of medisch betoog verwacht. Om een zo helder moge-

lijk beeld te schetsen gaf ik het volgende antwoord: “Ik begeleid onder meer

patiënten met suikerziekte. Ik vertel hen wat ze allemaal zouden moeten doen

om zo gezond mogelijk te blijven.” “Oh…”, was het eenvoudige antwoord en de

volgende vraag was: “Wat vertel je hen dan?”

“Nou….”. Met gemak en vol overgave begon ik te vertellen welke restricties er

zijn wat betreft voeding, alcoholgebruik en roken, het belang om meer te gaan

bewegen en uiteraard af te vallen. Ik kon het niet laten om dit aan te vullen

door te zeggen dat dit heel belangrijk is, willen patiënten hun glucose goed

gereguleerd hebben en dat effect al snel bereikt wordt. “Goh”, was de reactie..,

“maar goed dat jij geen diabeet bent.” “Hoezo?” “Nou roken is dan niet aan de

orde, maar bewegen en afvallen?? Bij jou mogen er ook wel wat pondjes af en

bewegen is vaak alleen een voornemen. Daarnaast ben je ook niet vies van een

goed glas rosé.”

Goh… en daar zit je dan met je goede gedrag in een keer aan de andere kant

van de tafel met de advocaat van de duivel. Want deze feedback valt niet te

negeren. Even een flinke spiegel die wordt voorgehouden. Herken je dat? Ik

realiseerde mij dat het niet alleen een grote spiegel was die mijn eigen gedrag

in het dagelijks leven weerspiegelde toen ik dit gesprek met mijn dochter had;

het was ook een weerkaatsing van een blinde vlek. Want bespreken we onder-

ling niet vaak dat bepaalde patiënten niet zijn te motiveren en geven we daar-

bij niet vaak aan dat niet te begrijpen? Want als ons dat zelf zou overkomen…

nou, dan wisten we het wel. Maar is dat zo?? Is het af en toe niet goed dat we

ons even realiseren wat de menselijke moeilijkheid is aan het veranderen van

een zeer diep ingesleten leefpatroon en in hoeverre excuses daadwerkelijk een

verandering in de weg staan? Want driemaal per week sporten is best lastig

wanneer je bijvoorbeeld een alleenstaande moeder bent van twee kinderen,

drie dagen werkt, kids haalt en brengt van sport, vriendjes en andere verplich-

tingen. Dan is de nastreven van je doelen echt heftig. Ik wil zeker niet preten-

deren dat we als zorgverlener moeten stoppen met het informeren, motiveren

en confronteren met niet behaalde afspraken. Ik zou je willen uitdagen ook

eens voor de spiegel te gaan staan en te concluderen waar jouw blinde vlek zit.

Want die is vast niet voor elk van ons gelijk!

Leonie Bosch-van den Berg Hoofdredacteur de Praktijk

LeoNie Bosch-VAN deN Berg

Alles over COPDKijk voor meer informatie op www.luchtpunt.nl,

een informatieplatform voor COPD-patiënten,hun omgeving en hun zorgverleners.

Een initiatief van

Luchtpunt adv_POH/HA_A4_excl Pfizer.indd 1 06-08-12 14:42

Page 6: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

6

Nieuws & TRenDs

Het Kwaliteitsregister V&V verandert, verander mee!

Zowel de opmaak als puntenver-

deling van het portfolio van het

Kwaliteitsregister V&V verandert

vanaf 1 oktober. Voer daarom vóór

15 september 2012 alle scholingen

die je hebt gevolgd op in je portfolio!

Gebruiksvriendelijk, overzichtelijk en professioneelAls verpleegkundige of verzorgende

kun je al vijf jaar je deskundigheid bij-

houden in het Kwaliteitsregister V&V.

In die vijf jaar zijn er regelmatig verbe-

teringen in het systeem doorgevoerd.

Omdat steeds meer verpleegkundigen

en verzorgenden gebruik maken van

het Kwaliteitsregister, is het tijd om

naar een efficiënter en gebruiksvrien-

delijker systeem over te stappen.

Om als verpleegkundige of verzor-

gende mee te gaan met deze veran-

deringen moet je eerst je portfolio

bijwerken en akkoord gaan met het

nieuwe reglement (vanaf eind juli).

Tussen 15 september en 1 oktober

worden alle bijgewerkte portfolio's

overgezet naar de nieuwe opmaak

en puntenverdeling. Wanneer je je

portfolio NIET vóór 15 september

hebt bijgewerkt, dan wordt het op

een later moment overgezet.Let op:

Zolang je portfolio NIET is overgezet,

kunnen de geaccrediteerde scholin-

gen die je ná1 september volgt, niet

worden bijgeschreven.

Longziekte COPD steeds bekender

steeds meer mensen zijn bekend met de ernstige longziekte COPD. De campagnes van het Astma Fonds van de afgelopen jaren zorgden daar voor. De laatste twee jaar stond de COPD-risicotest centraal in de campagne. Deze onlinetest speelt een belangrijke rol in vroegopsporing van COPD. Momenteel vindt er een pilot plaats om deze test binnen de reguliere zorg in te bedden.

COPD had eind 2011 een bekend-

heid van 81%. Dat is een aanzienlijke

stijging vergeleken met de 52% uit

2007. Niet alleen de bekendheid nam

toe, ook weten mensen beter wat

COPD is. Waar in 2007 nog maar 46%

van de mensen wist dat COPD een

‘ernstige, ongeneeslijke longziekte’

is, is dit in 2011 maar liefst 64%. De

campagnes van het Astma Fonds

droegen hieraan bij.

COPD risicotestSinds november 2010 staat in de

campagne de COPD risicotest cen-

traal. Met deze onlinetest roept het

Astma Fonds mensen op om gratis

hun risico op COPD te testen. Het

is een laagdrempelige manier om

COPD vroeg op te sporen. En dat is

nodig: want naast de 320.000 mensen

in Nederland die de diagnose COPD

hebben, hebben naar schatting nog

eens 300.000 mensen een groot

risico op de longziekte zonder dat

zij dit zelf weten.Na twee jaar is de

onlinetest maar liefst 220.000 keer

ingevuld. Van de mensen die de test

volledig invulden, kreeg 23% de uit-

slag ‘hoog risico’ en werd verwezen

naar zijn huisarts.

COPD brigadeNaast de onlinetest bestaat er ook

een lokale aanpak met de COPD-

risicotest, de COPD brigade. De

vrijwilligers van de brigade gaan de

buurt in om aan mensen uit de lagere

sociale klassen voorlichting te geven

over COPD en de COPD-risicotest af

te nemen. Zij doen dit in onder meer

buurthuizen, moskeeën en bij lokale

evenementen. In 2011 was de brigade

actief in 10 krachtwijken, waaronder

in alle vier de grote steden.

Hoe verder?De goede resultaten van de COPD-

risicotest vragen om inbedding

binnen de reguliere zorgprak-

tijk. Het Nederlands Huisartsen

Genootschap en het Astma Fonds

startten onlangs een pilot om te

kijken of de COPD-risicotest geschikt

is als een volgende module van het

Preventieconsult. Dit onderzoek

wordt uitgevoerd door CAPHRI. Het

doel van het Preventieconsult COPD

is om binnen de eerstelijnszorg

mensen met een verhoogd risico op

COPD te identificeren en hen een

optimale begeleiding en behandeling

te geven ter voorkoming van (ver-

dere) gezondheidsschade. De resulta-

ten van deze pilot worden in najaar

2012 verwacht. De gevalideerde

test voor vroegopsporing is ontwik-

keld onder leiding van prof. dr.

Van Schayck (CAPHRI – Maastricht

Universiteit Medisch Centrum).

j Bron: persbericht astma fonds (binnenkort

longfonds)

Page 7: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

7

Toolkit ‘Kwetsbare ouderen – U CARE’ beschikbaar

Het aantal ouderen zal de komende decennia in nederland sterk toenemen. Daarmee stijgt ook het aantal kwetsbare ouderen. Verwacht wordt dat het aantal kwetsbare ouderen zal toenemen van 700.000 in 2010 naar 1.000.000 in 2040. Op dit moment is de gezondheidszorg, en daarbij de huisartsenzorg, onvoldoende voorbereid op deze groeiende groep ouderen. De huidige ouderenzorg in de huisartspraktijk is op dit moment reactief: een patiënt komt pas bij de huisarts wanneer hij problemen ervaart. Daarnaast is er bij ouderen vaker sprake van multimorbiditeit en complexe problematiek waardoor de zorgverlening vaak kostbaar en tijdrovend is. Dit vraagt om een andere aanpak.

Een transitie naar meer gestruc-

tureerde, proactieve zorg is nodig

om excellente en efficiënte zorg

te kunnen leveren aan ouderen

met complexe zorgbehoeften in de

huisartspraktijk. Een belangrijk

uitgangspunt hierbij is dat er wordt

ingegaan op de ervaren zorgproble-

men en zorgbehoeften van de patiënt

om uiteindelijk de zelfredzaamheid

te bevorderen en functionele achter-

uitgang te voorkomen.

U-CAReIn het kader van het Ouderen zorg-

project Midden Utrecht* (Om U) is

een evidence-based, proactief en

gestructureerd zorgprogramma

(U-CARE) ontwikkeld om deze

transitie te realiseren. In het Om

U project wordt onderzocht of het

U-CARE programma, in combinatie

met een innovatief software pro-

gramma (Utrechtse Periodieke Risico

Identificatie en Monitoring systeem,

UPRIM), het fysiek functioneren en

kwaliteit van leven van kwetsbare

ouderen zal verbeteren. Daarnaast

wordt het project geëvalueerd op

andere uitkomsten zoals zorgge-

bruik, opname verpleeg/verzorgings-

huis, mortaliteit en tevredenheid

van de patiënt ten aanzien van de

zorg. Het doel van het Om U project

is om kwetsbare ouderen in de huis-

artspraktijk eerder op te sporen en

de zorg aan deze groep patiënten te

verbeteren door het inzetten van spe-

ciaal opgeleide praktijkverpleegkun-

digen ouderenzorg. Voor dit project

zijn 21 praktijkverpleegkundigen

geschoold en getraind om met het

U-CARE programma te werken.

ToolkitHet U-CARE-programma is samen-

gevat in de ‘ Toolkit kwetsbare

ouderen: Screeningsinstrument en

evidence-based zorgplannen’. Dit

is een praktisch hulpmiddel voor

huisartsen en praktijkverpleegkun-

digen die op een gestructureerde

en proactieve manier zorg willen

verlenen aan hun ouderen. De tool-

kit bevat een screeningsinstrument

voor het meten van kwetsbaarheid,

complexiteit van zorg en welbevin-

den, evidence-based zorgplannen

voor 11 veel voorkomende pro-

bleemgebieden. Daaronder vallen

mobiliteit, incontinentie, cognitie,

visus, functioneren en voeding, een

valprotocol en een format voor het

opstellen van een zorgplan op maat.

De toolkit is ontwikkeld met een

team van onderzoekers, huisartsen,

praktijkverpleegkundigen ouderen-

zorg, experts en een groep oudere

patiënten. Het programma richt zich

op de zelfstandig wonende oudere

patiënt die een verhoogd risico heeft

op functionele achteruitgang.

De toolkit is gratis op te vragen bij:

[email protected].

Meer informatie over het Om

U-project kunt u vinden op:

www.nuzo-utrecht.nl.

* Het Om U-project is een van de transitie-

projecten van het Netwerk Utrecht Zorg

Ouderen (NUZO). Dit is een regionaal

ouderenzorgplatform dat verbonden is

aan het Universitair Medisch Centrum

Utrecht (UMCU). Het NUZO is een van

de acht universitaire netwerken van het

Nationaal Programma Ouderenzorg.

Page 8: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

PR A K T I J K V E R PL E E G K U N D I G E N & PR A K T I J KO N D E R S T EU N E R S

De V&VN Praktijkverpleegkundigen & Praktijkondersteuners organiseert haar jaarlijkse congres voor praktijkondersteuners/praktijkverpleeg-kundigen werkzaam in: de huisartsenpraktijk of gezondheidscentrum, verpleeghuizen, woonzorgcentra of verzorgingshuizen, asielzoekerscentra en instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking.

PRAKTIJKVERPLEEGKUNDIGEN & PRAKTIJKONDERSTEUNERS

Het wordt een praktisch congres met drie workshopronden van elk anderhalf uur. Iedere workshop wordt gegeven door een inhoudsdeskundige en een praktijkverpleegkundige/-ondersteuner voor de praktische tools, zodat u direct de volgende dag het geleerde in praktijk kan brengen. Het totale overzicht van alle workshops kunt u vinden op onze website www.pvkpoh.nl. Het congres wordt ludiek afgesloten met Theater en Spel, wat staat voor leren door beleven, met een indrukwekkend, interactief thema theater.

Dit congres mag u niet missen! Schrijf u nu in op www.pvkpoh.nl

Jaarcongres

Donderdag 20 september 2012 REGARDZ DE EENHOORN TE AMERSFOORT

9248_fl_congres_v_en_vn_a4_10.indd 1 10-04-12 14:46

Page 9: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

9

VisieIedereen heeft met seksualiteit te maken; zowel hulp-

verleners als patiënten. Yvonne is ervan overtuigd dat alle

professionele hulpverleners over vaardigheden beschik-

ken om dit onderwerp bespreekbaar te maken.

Dit artikel is geschreven om hulpverleners bewust te

maken van het belang van het bespreken van seksualiteit.

Yvonne hoopt dat dit artikel dat extra duwtje in de rug

geeft, zodat iedere hulpverlener het onderwerp durft aan

te snijden. Tevens reikt zij handvatten aan hoe je dit in de

praktijk kan brengen. Het uitgangspunt hierbij is: je kunt

niets verkeerd doen zolang je goed luistert naar je patiënt

en hem respectvol benadert.

seksualiteit bespreekbaar makenHet bespreekbaar maken van het thema seksualiteit is

voor veel hulpverleners lastig. We vinden het eng, het

komt te dicht bij of we weten niet hoe we het gesprek

moeten aanvangen. We ontkennen de aanwezigheid van

problemen op dit gebied en vermijden het thema. Dat is

jammer. Onze patiënten hebben ook, net als wij, behoefte

aan contact, intimiteit en seksualiteit.

Hulpverleners die seksualiteit wel bespreken erkennen

dat het thema een levensgebied is dat aandacht verdient.

Zij vinden dat het tot hun takenpakket behoort en ver-

trouwen op hun vaardigheden als hulpverlener om dit

thema bespreekbaar te maken.

Psychiatrische patiënten ondervinden meer seksuele pro-

blemen door hun ziekte of door medicijngebruik. Dit zie

je ook terug bij mensen met een chronische lichamelijke

ziekte. De misvatting is vaak dat deze mensen wel wat

anders aan het hoofd hebben dan seksualiteit. De aandacht

gaat meestal uit naar andere levensgebieden. Het thema

seksualiteit krijgt hierdoor onvoldoende aandacht. Dat is

een gemis als je bedenkt dat een prettige seksuele beleving

een positieve uitwerking heeft op lichaam en geest.

Hulpverleners zijn geneigd om zich te richten op het

ziektebeeld van de patiënt, of dit nou een lichamelijke

of geestelijke ziekte is. Vanuit professioneel oogpunt is

het belangrijk om het ziektebeeld voor ogen te houden.

Niettemin is het goed om te kijken naar de wensen en

mogelijkheden van een patiënt. Er is maar één manier

om daar achter te komen… het gesprek aangaan.

Kunnen wij seksuele problemen verhelpen? Wij kunnen er niet voor zorgen dat een patiënt geneest

van een chronische aandoening. Wel kunnen wij zorgen

voor ondersteuning in het ziekteproces. Wij kunnen

patiënten helpen door naar ze te luisteren. Indien je jouw

(professionele) sociale vaardigheden inzet, kun je al veel

betekenen voor je patiënt. Je hoeft niet gespecialiseerd te

zijn in dit onderwerp om iemand te helpen. Ik ga hierbij

uit van het PLISSIT-model. PLISSIT staat voor:

Permission

Limited Information

Specific Suggestion

Intensive Therapy

Het PLISSIT-model is een gestructureerde aanpak dat

wordt gebruikt om seksualiteit bespreekbaar te maken of

om antwoord te geven op vragen over seksuele zorgen of

problemen.

Uitgangspunten van het PLISSIT-model:

� Iedere hulpverlener kan seksualiteit bespreekbaar

maken.

� De hulpverlener is van grote waarde in het creëren van

gelegenheid om over seksualiteit te kunnen praten.

Pas daarna kan voorlichting of begeleiding worden

gegeven.

PLIssIT-modelHet model kenmerkt zich door vier fasen:

1. Het geven van toestemming aan de patiënt om over

seksualiteit te praten;

2. Het geven van informatie;

ArTiKeL

Hulpverleners moeten onderwerp seksualiteit bespreekbaar makenMw. Y. van Baardwijk, teamleider sBwU, eigenaar Praktijk voor seksuele coaching

Yvonne van Baardwijk werkt parttime als teamleider bij de sBWU (stichting Beschermd Wonen Utrecht) De sBWU biedt begeleiding en huisvesting aan mensen met psychiatrische en/of verslavingsproblemen. Daarnaast begeleidt zij mensen met seksuele problemen vanuit haar eigen praktijk: senga | Praktijk voor seksuele Coaching. Yvonne verzorgt trainingen binnen de GGZ op het gebied van seksualiteit.

Page 10: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

10

3. Het geven van advies;

4. Gespecialiseerde behandeling.

1. Het geven van toestemming om over seksualiteit te pratenToestemming geven is in eerste plaats luisteren. Elke

vorm van hulpverlening staat of valt met de vaardig-

heden van een hulpverlener om goed te luisteren. Het is

belangrijk om je bewust te zijn van je eigen referentie-

kader met betrekking tot seksualiteit. Door afstand te

nemen van je eigen normen en waarden, kun je aan-

dachtig luisteren zonder te oordelen. In deze fase geef

je de patiënt de mogelijkheid om over zijn relatie en of

seksualiteit te praten.

Toestemming geven is ook ‘geruststellen’ en ‘aanmoedi-

gen’. Soms willen patiënten alleen maar weten of hun

problemen normaal zijn. Toestemming geven lost niet

alle seksuele en relationele problemen op. Het helpt voor-

namelijk om de bezorgdheid van patiënten over (hun)

verlangens, gevoelens en gedragingen weg te nemen.

Ik ben van menig dat iedere hulpverlener deze eerste fase van het

PLISSIT-model vanuit zijn professionaliteit kan uitvoeren. Mocht

je hier geen vertrouwen in hebben, dan is het wellicht goed om te

onderzoeken wat deze drempel veroorzaakt.

2. Het geven van informatieHet geven van beperkte informatie is de tweede fase in

het PLISSIT-model. Seksuele problemen hebben immers

vaak te maken met onvoldoende kennis of verkeerde

opvattingen. Hulpverlening bestaat daarom voor een

groot deel uit het geven van informatie. Dit betekent voor

de hulpverlener dat hij een zekere seksuologische bagage

dient te hebben.

Naar mijn idee heeft vrijwel iedereen, met enige levenservaring

voldoende bagage op dit gebied. Daarnaast kun je gebruik

maken van informatiefolders, internet etc. De website van

Rutgers WPF leent zich hier uitstekend voor. (www.rutgerswpf.nl)

3. Het geven van adviesAlhoewel je deze fase (zelfstandig) kan uitvoeren, zul

je in veel gevallen in deze fase doorverwijzen omdat de

deskundigheid ontbreekt. In tegenstelling tot de eerste

twee fasen, is het voor het geven van advies belangrijk

om eerst informatie over het probleem in te winnen. Het

is belangrijk om een beeld te krijgen van de geschiedenis

of ontwikkeling van het seksuele probleem.

4. Gespecialiseerde behandelingDeze fase wordt, in de regel, uitgevoerd door een deskundige

die is opgeleid op het gebied van seksuologische hulpver-

lening. Het geven van advies en/of intensieve therapie zijn

directe pogingen om de patiënt te helpen zijn gedrag aan te

passen zodat gestelde doelen kunnen worden gehaald.

Het PLISSIT-model laat zien dat je niet alles zelf hoeft te

doen. Het is goed om te weten wat jij kan en tot welke stap

van het PLISSIT-model jij kan én wil gaan. Vervolgens is

het goed om te weten wanneer en aan wie jij je patiënten

kan doorverwijzen.

Alhoewel jij als hulpverlener niet het probleem (de

beperking, ziekte) kan wegnemen, kun jij zaken wel

bespreekbaar maken. Jij kunt ondersteuning bieden door

te praten over de lichamelijke of psychische effecten van

de ziekte. Een chronische aandoening heeft vaak ook

indirect veel effect op seksualiteit. Je kunt hierbij denken

aan lichamelijke ongemakken (pijn, moeheid, inconti-

nentie, droogheid slijmvliezen), uiterlijke veranderingen

(gewichts toename) etc.

CasusVorig jaar begeleidde ik een patiënt van 34 jaar, gediag-

nosticeerd met schizofrenie. Hij had zijn eerste psychose

op 25-jarige leeftijd.

In eerste instantie vroeg ik in hoeverre hij tevreden was

over zijn sociale netwerk en vervolgens naar eventuele

wensen op het gebied van een intieme relatie. Hij gaf aan

voor zijn eerste psychose een seksuele relatie gehad te

hebben. Hij vertelde dat zijn leven is opgesplitst in twee

delen: vóór en ná zijn eerste psychose. Voor de psychose

was hij een spontane jongeman die gemakkelijk contact

legde, ook bij de dames. Nu was alles veranderd: hij is

angstiger in contact met anderen en ook zijn uiterlijk is

door de medicatie veranderd. Zo is hij ruim 25 kilo aan-

gekomen waardoor hij zich onzeker voelt over zijn lijf.

Samen stonden we stil bij de veranderingen die schizo-

frenie met zich mee hadden gebracht en het verlies wat

hij heeft geleden.

Ik merkte daarna dat hij soms zelf over seksualiteit

begon. Een terugkerend onderwerp was zijn onzeker-

Page 11: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

11

heden met betrekking tot zijn lijf. Blijkbaar had ik laten

merken dat ik bereid was om hierover te praten; naar

mijn idee al een hele winst. Dit steunde mij om tijdens

een gesprek over verandering van medicatie door te

vragen naar de bijwerkingen op seksueel vlak. Ik heb

gevraagd of hij daar meer informatie over wilde, maar

hij gaf met een glimlach aan al paar keer ‘gegoogled’ te

hebben.

Op deze manier kun je zien dat fase 1 en 2 van het

PLISSIT-model goed zijn uit te voeren. Indien mijn patiënt

meer advies nodig en/of vragen zou hebben, dan was het

een optie geweest om door te verwijzen naar zijn psy-

chiater. Maar in dit geval was luisteren en geruststellen

voldoende. Mocht hij nog eens verder willen praten, dan

weet hij nu dat hij ook bij mij aan het juiste adres is.

Hoe breng ik seksualiteit in gesprek?Rode koontjes, gestotter en gegiechel… Hoe ga je het

gesprek aan?

De meeste mensen vinden het moeilijk om seksualiteit

te bespreken met een patiënt. Alhoewel rode blossen en

gestotter niet prettig zijn, zou ik je willen adviseren om

je daar niet door te laten weerhouden. Sterker nog: maak

er gebruik van. Indien jij het moeilijk vindt om het thema

te bespreken, kun je dit delen en je kwetsbaar opstellen.

Je kunt als hulpverlener ‘spelen’ met afstand/nabijheid en

dit functioneel inzetten. Zowel jij als jouw patiënt vinden

het wellicht moeilijk om te bespreken: dat hebben jullie

gemeen!

Op deze manier schep je een prettige en gelijkwaardige

sfeer waarin je het gesprek aangaat. Uiteraard bewaak jij

zowel de grenzen van jezelf als die van jouw patiënt en

maak je dit indien nodig bespreekbaar.

Om seksualiteit bespreekbaar te maken is het belangrijk

dat je ziet wanneer een gelegenheid zich voordoet zodat

je daar gebruik van kan maken. Wacht hierbij niet totdat

jouw patiënt erover begint, want de kans is groot dat hij dat

niet durft. Ik ben van mening dat het aan de hulp verlener

is om het gesprek aan te knopen. Op deze manier geef jij

toestemming aan de patiënt om over dit thema te praten

(fase 1 PLISSIT-model). Je kunt gebruikmaken van talrijke

bruggetjes. Bij de volgende onderwerpen kun je makkelijk

bruggen slaan: sociale contacten, lichamelijke ongemak-

ken, uiterlijke veranderingen, medicijngebruik et cetera.

Het vergt wellicht wat lef, maar je zult zien dat het steeds

gemakkelijker wordt.

samengevat� Mensen met chronische aandoeningen (lichamelijk/

geestelijk) ondervinden meer seksuele problemen.

� Iedereen kan seksualiteit bespreken met behulp van

het PLISSIT-model. Kijk tot waar jouw professionaliteit

reikt en wanneer je doorverwijst.

� Creëer een veilige, gelijkwaardige sfeer en snij het

thema aan. Maak gebruik van bruggetjes voor een

natuurlijk verloop van het gesprek.

� Vertrouw op je vaardigheden als professioneel hulp-

verlener en bedenk: ik kan niets fout doen zolang ik

aandachtig luister en mijn patiënt respectvol benader.

Mocht je nog vragen hebben of informatie willen dan

kun je deze stellen aan Yvonne van Baardwijk via haar

website www.senga.nu of rechtstreeks via haar e-mail

adres: [email protected].

Al uw persoonlijke vragen over kanker persoonlijk beantwoord

Bel de gratis KWF Kanker Infolijn0800 - 022 66 22morgen kunt u

haar gerust weereen vraag stellen

Page 12: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

12

coLUMN

Voor sommige mensen is een bezoek aan het spreekuur

van de dokter, praktijkverpleegkundige of praktijk-

ondersteuner zoiets als boodschappen doen. Zij

hebben een lijstje bij zich en hopen met een gevulde

boodschappen tas weer naar huis te kunnen.

Een van die mensen is meneer H. Een weduwnaar van

bijna 90 jaar die aan de andere kant van het dorp woont

en trouw mijn spreekuur bezoekt vanwege diabetes en

doorgemaakte TIA’s. Zodra hij de praktijk binnenkomt

vraagt hij aan de assistente of ik er ben alvorens hij

plaatsneemt in de wachtkamer. Als hij aan de beurt is

loopt hij schuifelend naar mijn spreekkamer. Hij gaat

zitten, neemt de tijd en verwacht dat ik dat ook heb.

Altijd heeft hij een briefje met vragen bij zich en een arti-

kel dat hij uit een krant of tijdschrift heeft geknipt. Over

de inhoud het artikel, dat altijd over een gezondheids-

probleem of medicijn gaat, heeft hij vragen en hij wil

weten of dat op zijn situatie of persoon van toepassing is.

Vervolgens komt zijn vragenlijstje aan bod, waarop zoals

op de meeste boodschappenlijstjes een aantal standaard-

dingen staan, maar vaak ook heel relevante vragen over

zijn medicijnen of voeding of over de klachten die hij

heeft. Hoewel de arts en ik wel eens aan zijn geheugen

hebben getwijfeld, ben ik nu van mening dat hij alles

toch wel goed op een rijtje heeft.

De laatste keer betrapte ik me erop dat ik zijn briefje al

probeerde te ontcijferen voordat hij eraan toe was (in de

hoop daarmee tijd te sparen) en deed er een ‘reclame-

aanbieding’ bij; iets wat hij niet op zijn boodschappen-

lijstje had staan. Hij deed zijn verhaal, kreeg zijn ant-

woorden en was blij met dat ‘onsje meer’. Tevreden en

met een volle boodschappentas ging hij weer naar huis.

Over twee maanden komt hij zijn tas weer volladen.

Misschien heb ik dan wel weer een gratis aanbieding voor

hem.

Maar zo werkt het meestal niet in de praktijk. Onze klan-

ten zitten niet te wachten op onze aanbiedingen, om daar

hun menu op af te stemmen. Ze weten wel wat ze willen

eten, maar weten niet welke ingrediënten ze daarvoor

nodig hebben. Daardoor hebben ze hun boodschappen-

lijstje niet in orde; dus is het onze taak hen te helpen

dat lijstje op te stellen en hen de juiste ingrediënten aan

te bieden. Vervolgens is het aan de klant om deze op de

juiste wijze te gebruiken, om zo tot een bevredigend

resultaat te komen.

Ja, het vak van praktijkondersteuner is veelzijdig; zo

heeft ze overeenkomsten met de marketingwereld. Er is

sprake van vraag en aanbod, waarbij het een kunst is de

vraag en het aanbod op elkaar af te stemmen. Maar soms

zie ik het ook als koken: ervoor zorgen dat je de juiste

ingrediënten in een goede verhouding met elkaar mengt,

en vooral niet vergeten dat het ene gerecht snel klaar is

en het andere een poosje moet sudderen voordat je een

goed resultaat krijgt. Oh ja, en niet onbelangrijk: de een

houdt van pittig en de ander van mild!

Riek Zadeger

Gastcolumniste

Boodschappen

Page 13: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

13

ProblematiekTen gevolge van multimorbiditeit wordt de oudere patiënt

vaak voor allerlei aandoeningen door verschillende

specialisten behandeld. Dit heeft als gevolg dat ouderen

vaak een veelheid aan verschillende soorten medicatie

gebruiken waarvan de afzonderlijke behandelende artsen

onderling onvoldoende op de hoogte zijn. De ene arts

weet vaak niet wat de ander voorschrijft en er is veelal

geen afstemming over wie de farmacotherapie bij de

betreffende patiënt bewaakt. Terwijl dit juist van belang

is gezien het verhoogde risico op interacties en bijwer-

kingen als een patiënt meerdere verschillende soorten

medicatie gebruikt. Bij gebruik van meerdere middelen

wordt het voor de patiënt moeilijker om innamefouten te

vermijden en neemt de therapietrouw af. Vooral wanneer

cognitieve problemen en een tekort aan controle door

zorgverleners of mantelzorgers een rol gaan spelen.

Voor de genoemde problematiek en de gezondheids-

risico’s van polyfarmacie bij ouderen komt steeds meer

aandacht. Met name in de tweede lijn komen poli-

klinische spreekuren polyfarmacie ter aanvulling op

het geriatrisch spreekuur. Daarnaast stellen veel zorg-

verzekeraars de eis dat huisartsen door middel van medi-

catiereviews het medicatiegebruik van hun patienten

met polyfarmacie moeten evalueren en bewaken. Hoe

hier vorm aangegeven moet worden ligt echter niet vast

en kan per verzekeraar verschillen. Wel is duidelijk dat

het moet plaatsvinden en dat het proces inzichtelijk moet

worden gemaakt.

De praktijkTer verbetering van de kwaliteit van zorg hebben

huis artsen en praktijkverpleegkundige ouderen van

Gezondheids centra De Bilt een werkgroep Polyfarmacie

ingesteld die het protocol polyfarmacie bij thuiswonende

ouderen heeft ontwikkeld. In deze werkgroep hadden

twee huisartsen, een apotheker, een praktijkverpleeg-

kundige ouderen en een doktersassistente zitting. Het

protocol voorziet in de behoefte om op een gestructu-

reerde en inzichtelijke wijze het medicatiegebruik van

de oudere patiënt te kunnen beoordelen en bewaken

met als doel behandeling te optimaliseren, risico’s op

geneesmiddel gerelateerde problemen te voorkomen of

te verkleinen en de therapietrouw te bevorderen. Het

omschrijft welke randvoorwaarden nodig zijn om vanuit

een multidisciplinaire samenwerking tussen huisarts,

apotheker, praktijkverpleegkundige en patiënt vorm te

geven aan een zogenaamd medicatiereview.

In een heldere procesbeschrijving is aangeven welke stap-

pen moeten worden doorlopen om het medicatie gebruik

van de patient te kunnen beoordelen en te evalueren.

Maar ook hoe er vervolg moet worden gegeven aan de

uitkomst van het overleg en hoe dit wordt bewaakt.

Uiteraard wordt de patiënt in de voorbereiding betrokken

en gekend in de uitkomst van het overleg.

Aangezien 17% van de mensen die chronisch genees-

middelen gebruiken meer dan vijf verschillende genees-

middelen voorgeschreven krijgt is polyfarmacie een

probleem dat in alle huisartspraktijken speelt. Veel prak-

tijken worstelen nog met de vraag hoe handen en voeten

te geven aan de medicatiebewaking van de (met name

oudere) chronische patiënt. Er zijn wel FTO-modules die

de polyfarmacie en de mogelijke aanpak beschrijven,

maar die zijn veelal gericht op de rol van de apotheker en

de huisarts zelf. Binnen de huidige rol- en taakverdeling

van de huisartspraktijk is er ruimte voor een protocol

waarin de praktijkverpleegkundige/praktijkondersteuner

een belangrijke schakel is in het proces van medicatie-

bewaking. De Gezondheidscentra De Bilt heeft met het

protocol polyfamacie bij thuiswonende ouderen deze leemte

willen vullen voor hun praktijken. Maar het protocol zal

zeker ook bruikbaar zijn in vele andere huisartspraktij-

ken en gezondheidscentra.

ArTiKeL

polyfarmacie in de praktijkL.h.M. Bosch – van den Berg, praktijkverpleegkundige ouderen & chronisch zieken in de Bilt

Zorg voor de oudere patiënt is door de verschillende problematiek waarmee zij te maken krijgen op zowel lichamelijk, psychisch als sociaal gebied veelal complex. De veelheid aan problemen en met name de samenhang hierin maakt hen kwetsbaar. Voor een goede behandeling, begeleiding en afstemming van zorg is een multidisciplinaire benadering noodzakelijk. Dit geldt zeker ook voor de zorg rondom het medicatiegebruik van de oudere patient. Ten gevolge van polyfarmacie neemt het risico op complicaties toe. Voor een verantwoorde en veilige farmacotherapie voor deze patiëntengroep is bewaking van het medicatiegebruik onontbeerlijk.

Page 14: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

14

VoorafAlvorens uitgebreider in te gaan op werkwijze van dit

protocol is het belangrijk kort stil te staan bij wat de

uitgangspunten en richtlijnen zijn geweest bij de tot

standkoming van het protocol polyfarmacie bij thuis-

wonende ouderen.

Polyfarmacie lijkt een algemeen geaccepteerd en bekend

begrip, echter in de literatuur is een grote verscheiden-

heid aan definities te vinden. In dit protocol wordt

uitgegaan van de beschrijving dat onder polyfarmacie

het chronisch gebruik van meer dan zes verschillende

geneesmiddelen wordt verstaan. Daarnaast is als leeftijds-

grens voor ouderen 70 jaar en ouder aangehouden.

Richtlijn voor de structuur en werkwijze in het protocol

polyfarmacie bij thuiswonende ouderen is de POM geweest.

POM staat voor Polyfarmacie Optimalisatie Methode en is

een stappenplan dat kan worden gebruikt om op gestruc-

tureerde wijze geneesmiddelengebruik te beoordelen en

te optimaliseren. Per stap is beschreven welke discipline

is betrokken bij het medicatiereview en verantwoordelijk

is voor de afhandeling en bewaking van dat onderdeel.

Tevens is in het protocol beschreven wie welke bevoegd-

heden en verantwoordelijkheden heeft gedurende het

proces.

Planning en werkbelastingHet doorlopen van het totale proces zoals die beschreven

staat in het protocol polyfarmacie bij thuiswonende ouderen

vergt een aanzienlijke tijdsinvestering. Essentieel is dat

vooraf de randvoorwaarden om de medicatiereviews

succesvol te laten plaatsvinden, zijn beschreven en

afgestemd met alle deelnemers. Men moet hierbij denken

aan locatie, frequentie van de reviews en aantal patiën-

ten per review. Wanneer ervan wordt uitgegaan dat een

medicatie review één uur duurt, waarbij minimaal zes

patiënten besproken worden, kan de totale werkbelasting

per discipline per review worden geschat op:

Praktijkverpleegkundige: totaal 3 uur (voorbereiding,

overleg, uitwerking)

Huisarts: totaal 2 uur (voorbereiding, overleg)

Apotheek: totaal 2 uur (voorbereiding, overleg, verwerking)

Protocol Polyfarmacie bij thuiswonende ouderen

1. Voorbereiding Praktijkverpleegkundige ouderen (PVK-O) • Planning overleg

• Inventarisatie te bespreken patiënten

• Uitwisseling medische gegevens met apo-

theek en huisarts

• Anamnese medicatie gebruik ( actuele

gebruik, bijwerkingen, evt. allergieën)

2. Medicatiereview volgens PoM- methode (huisarts, apotheker, PVK-O) Stap 1: Welke middelen neemt patiënt in?

Stap 2: Welke bijwerkingen zijn aanwezig?

Welke alternatieven zijn er om deze te

voorkomen?

Stap 3: Welk geneesmiddel ontbreekt?

Stap 4: Welk middel is overbodig? Wat kan

worden gestaakt? Is het juiste middel

voorgeschreven?

Stap 5: Welke klinische interacties kunnen

verwacht worden?

Stap 6: Is aanpassing dosering of doseerfre-

quentie noodzakelijk van overgebleven

middelen?

3. Uitwerking• Verslaglegging patientendossier (PVK-O)

• Wijzigingen doorvoeren (PVK-O)

• Inlichten patient (Ha of PVK-O)

• Evaluatie wijzigingen eerstvolgende medica-

tiereview (inbreng PVK-O)

CasusMevrouw Kabouter is een 84-jarige weduwe en woont zelf-

standig. Tijdens de voorbereiding van de medicatiereview

wordt gesignaleerd dat zij al 2 jaar niet bij de huisarts op

spreekuur is geweest. Mevrouw heeft wel steeds herhaal-

recepten aangevraagd.

episodes:Astma

Angina Pectoris

Hartkloppingen

leonie Bosch-van den Berg is betrokken geweest bij de ontwikkeling van het protocol polyfarmacie bij thuiswonende ouderen. Zij zal samen met apotheker, kees steenbeek, op het jaarcongres v&vn praktijkverpleegkundige/ praktijkondersteuner op 20 september de workshop ‘polyfarmacie: wat betekent dat in de praktijk’ verzorgen. een interactieve workshop waarbij aandacht wordt besteed aan de farmaceutische achtergrond van polyfarmacie (apo) en de wijze waarop medicatiereviews zouden kunnen worden georganiseerd binnen de huisartspraktijk (pvko) en de rol die de pvk/poH hierbij kan vervullen. aanmelden voor het jaarcongres kan via www.praktijkverpleegkundigen-praktijkondersteuners.nl/jaarcongres-105.html.

Page 15: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

15

Diverticulitits

Struma

Hypertensie

Slapeloosheid

Medicatiegebruik:Zolpidem 10 mg 1 x daags 1 tablet

Salmeterol/fluticason 25/250 mg/do 2 x daags 1 inhalatie

Propanolol 40 mg 2 x daags 1 tablet

Furosemide 40 mg 1 x daags 1 tablet

Levothyroxine 50 microgram 1 x daags 1 tablet

Levothyroxine 25 microgram 1 x daags 1 tablet

Acetylsalicylzuur 80 mg 1 x daags 1 tablet

Flecaïnide 100 mg 1 x daags 1 tablet

Dipyridamol 200 mg 2 x daags 1 capsule

Zoldipem 10 mg 1 x daags 1 tablet

Omeprazol 20 mg 1 x daags 1 tablet

1. VoorbereidingMevrouw wordt gebeld door de praktijkverpleegkundige

ouderen en gevraagd naar haar actuele medicatiegebruik.

Dat komt overeen met de gegevens in haar patiënten-

dossier. Zij gebruikt de beschreven medicatie al heel lang

en geeft aan geen bijwerkingen te ervaren. Ook zouden er

geen problemen zijn om medicatie op de voorgeschreven

wijze en tijden in te nemen. Mevrouw heeft recent geen

specialist bezocht.

De praktijkverpleegkundige ouderen zorgt ervoor dat

de huisarts en apotheker de benodigde gegevens krijgen

voor de medicatiereview. De apotheker zorgt er op zijn

beurt voor dat de betrokkenen een overzicht ontvangen

van de bestelde en geleverde medicatie van de afgelopen

periode.

2. Medicatiereview volgens de POMStap 1: Medicatielijst wordt doorgenomen. Leveringslijst

van apotheker komt overeen met beschrijving van het

gebruik in patientendossier. Mevrouw lijkt de medicatie

volgens voorschrift te gebruiken, er zijn geen aanwijzin-

gen voor therapieontrouw.

Stap 2: Mevrouw heeft aangegeven geen last te hebben

van bijwerkingen.

Stap 3: Mevrouw gebruikt acetylsalicylzuur en flecaïnide.

Flecaïnide wordt voorgeschreven bij atriumfibrilleren en

voor optimale behandeling hiervan zou dit aangevuld

moeten worden met acenoucomarol inplaats van acetyl-

salicylzuur. Onduidelijk is waarom zij deze combinatie

zo voorgeschreven heeft gekregen. Ze gebruikt dit al

zeer lange tijd op deze wijze; afgesproken wordt om na te

kijken wat de indicaties destijds geweest zijn dit zo voor

te schrijven. Eventueel dient het medicatiebeleid aange-

past te worden. Afgesproken wordt dat de huisarts dit

verder uitzoekt en zonodig aanpast. Terugkoppeling volgt

in de eerstvolgende medicatiereview.

Stap 4: Mevrouw gebruikt salmeterol/fluticason maar

geen salbutamol. Is de episode Astma wel correct? Er

wordt afgesproken om haar uit te nodigen voor een spiro-

metrie. Afhankelijk van de uitslag bespreken of gebruik

salmeterol/fluticason nog nodig is of dat de inhalatie-

therapie geoptimaliseerd moet worden.

Stap 5: De apotheker geeft aan dat salmeterol niet werkt

in combinatie met propanolol. Hier is duidelijk sprake

van een interactie. Opnieuw wordt afgesproken de uitslag

van de spirometrie af te wachten en afhankelijk van

bevindingen verder medicatiebeleid af te stemmen.

Stap 6: Vooralsnog is het niet nodig om dosering of

doseerfrequentie aan te passen.

3. UitwerkingDe praktijkverpleegkundige raporteert in het patienten-

dossier hetgeen besproken is in de medicatiereview. De

huisarts zal uitzoeken wat de reden is dat mevrouw

Flecaïnide gebruikt zonder acenocoumarol en hier een

terugkoppeling over geven. De praktijkverpleegkundige

licht mevrouw in over hetgeen besproken is en roept

haarop voor een spirometrie. Afhankelijk van de bevin-

dingen wordt het medicatiegebruik nog aangepast. Omdat

mevrouw al langere tijd niet bij de huisarts geweest is en

er eigenlijk geen zicht is hoe het met haar gaat, maakt de

praktijkverpleegkundige ouderen ook een afspraak voor

een huisbezoek.

ConclusieTen gevolge van multimorbiditeit gebruiken (kwetsbare)

ouderen veelal meerdere verschillende soorten medi-

catie en is er sprake van polyfarmacie. Het gelijktijdige

gebruik van meerdere geneesmiddelen verhoogt de

kans op interacties en bijwerkingen en daarmee ook de

risico’s op gezondheidsproblemen. Voor een optimale

farmacotherapie voor deze patientengroep is periodieke

medicatiebeoordeling en bewaking vanuit een multi-

disciplinaire benadering essentieel. Bij de ontwikkeling

en invulling hoe hier handen en voeten aan te geven

binnen de huisartspraktijk is een belangrijke taak weg-

gelegd voor de praktijkverpleegkundige/praktijkonder-

steuner ouderen.

LiteratuurLiteratuurlijst is opvraagbaar bij de auteur, via de uitgever:

[email protected].

Page 16: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

16

Vroeger was het heel gewoon om familie die zorg nodig

had in huis te nemen. In zuidelijke landen zoals Spanje

wonen nog vaak verschillende generaties in één huis. Ook

in Nederland geven mensen aan interesse te hebben om

samen of vlakbij hulpbehoevende ouders te wonen, blijkt

uit cijfers van onderzoeksbureau USP.

Toename van de gemoedsrustVeel mantelzorgers halen grote voldoening uit zorgen voor

hun naaste. Het is dan wel prettig als diegene in de buurt

woont. Gaan mensen dicht bij elkaar wonen, dan scheelt

dit bovendien reistijd en reiskosten voor de mantelzorger.

Daarbij levert het een grote toename van gemoedsrust op.

Want het geven van hulp en het houden van toezicht is

gemakkelijker wanneer de afstand tot het familielid klein

is. Voor de zorgvrager is het een groot voordeel langer

zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen. En familie in

de buurt vermindert isolement en eenzaamheid.

Drie woonoptiesBesluiten de mantelzorger en zijn naaste dicht bij elkaar

in de buurt te gaan wonen, dan hebben zij drie mogelijk-

heden:

1. De zorgvrager gaat bij de mantelzorger wonen of

andersom;

2. De mantelzorger en zorgvrager zoeken samen

een nieuwe woning. Bijvoorbeeld een generatie- of

kangoeroe woning;

3. Plaatsing van een tijdelijke woning bij het huis van

de mantelzorger of de zorgvrager, bijvoorbeeld in de

tuin. Dit heet een mantelzorgwoning.

De overheid doet er veel aan om deze woonopties ook

mogelijk te maken. Door de vergrijzing en de bezuini-

gingen in de zorg neemt de behoefte aan informele zorg

door vrijwilligers en mantelzorgers toe. Dat zie je terug

in de beleidsmaatregelen. Deze maken het verlenen van

bouwvergunningen eenvoudiger.

Een voorbeeld is de Wabo (Wet algemene bepalingen

omgevingsrecht) die geldt sinds 2010. Deze wet vereen-

voudigt het verkrijgen van vergunningen. Gemeenten

moeten binnen acht weken na aanvraag beslissen over

het verlenen van een vergunning voor het bij- of aanbou-

wen van een mantelzorgwoning. Ook mag er van het

bestemmingsplan worden afgeweken.

Bezoek het WMO-loketEen bezoek aan het lokale WMO-loket is de moeite waard,

want vaak bieden gemeenten en woningcorporaties de hel-

pende hand. Mantelzorgers en hun naasten kunnen bijvoor-

beeld urgentie krijgen bij het toewijzen van huurwoningen

of komen in aanmerkingen voor een duowoning. Soms

betalen gemeenten mee aan een woningverbouwing of het

plaatsen van een tijdelijke mantelzorgwoning in de tuin.

Voors en tegens goed afwegenHoe fijn het ook is degene die zorg nodig heeft in de buurt

te hebben, een verhuizing kent ook nadelen. Mantelzorgers

gaan vaak meer zorg verlenen dan eersten kunnen daar-

door overbelast raken. Het tijdig inschakelen van anderen

bij de zorg kan dit voorkomen. Ook is het verhuizen of ver-

bouwen heel ingrijpend. Het kost tijd, geld en inspanning.

De mantelzorger en de zorgvrager moeten dit aankunnen.

ArTiKeL

Mantelzorg geven doen we bij voorkeur naast de deurMerel schrama, Yvonne de Jong, expertisecentrum Mantelzorg

‘Koken ging al een tijd niet meer, dat werd te gevaarlijk. Toen moeder ook nog was gevallen, werd duidelijk dat alleen wonen niet langer ging. Vooral omdat we niet bij elkaar om de hoek wonen’, vertelt Ludwig Broers. een verhuizing naar een zorgwoning wilden mevrouw Broers en haar kinderen zo lang mogelijk uitstellen. Ludwig kon en wilde zijn moeder graag bij hem in huis nemen. niet alleen voor de familie Broers biedt het ( dichter) bij elkaar wonen een oplossing. Als praktijkondersteuner/verpleegkundige kunt u mantelzorgers wijzen op verschillende mogelijkheden om dichter bij hun naaste te wonen.

Meer lezen

Mooie praktijkverhalen van mensen die de stap namen en dichter bij elkaar gingen wonen, staan op de website www.pasaan.nl. klik op Mantelzorgwoning.

informatie over mantelzorg- en kangaroewoningen staat op de website van expertisecentrum Mantelzorg: www.expertisecentrummantelzorg.nl. kijk bij informatiebronnen, themadossiers.

Page 17: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

17

Inmiddels is een goede samenwerking tot stand geko-

men tussen de projectcoördinator en de praktijk-

verpleegkundigen ouderenzorg van de gezondheids-

centra in De Bilt. Het project Zingeving richt zich op

kwetsbare ouderen, en de praktijkverpleegkundige oude-

renzorg weet vooral bij wie en hoe kwetsbaarheid een

ArTiKeL

optekenen van levensverhalen, een zinnig initiatief Leny de groot, vrijwilliger, wouke van den heuvel, projectcoördinator

“Ik zou er wel een boek over kunnen schrijven” is een veel gehoorde zin van ouderen wanneer ze terugblikken op hun leven. In het project ‘Zingeving, op weg naar bezieling’ van stichting Welzijn Ouderen (sWO) De Bilt tekenen vrijwilligers de levensverhalen op van kwetsbare ouderen.

stichting Welzijn Ouderen De Bilt

Zelfs wanneer men aan het verleden denkt,gaat men vooruit, en dus zou ik zeggen dat verleden dat herleeft, altijd toekomst is.

Heer Bommel(in: Marten toonder, de klokker 1953)

rol speelt. En welke ouderen gebaat zijn bij de positieve

uitwerking van het optekenen van hun levensverhaal.

Achter een medische vraag gaat vaak een levensvraag

schuil. De praktijkverpleegkundigen verwijzen de oudere

in overleg met de oudere door naar het project.

In dit artikel willen we eerst beschrijven wat het opteke-

nen van levensverhalen behelst: doel en werkwijze, scho-

ling en begeleiding van vrijwilligers, en wat het levens-

boek ouderen kan brengen. Vervolgens heeft één van de

vrijwilligers ter illustratie het proces beschreven vanaf

eerste contact met de oudere tot en met het overhandigen

van het voltooide levensboek.

Optekenen levensverhalen Het optekenen van levensverhalen is onderdeel van het

project ‘Zingeving, op weg naar bezieling’. Als beeld-

drager van het project hebben we het schilderij van Dali

Page 18: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

18

gekozen, de vrouw aan het venster (1925). Het beeld is te

gebruiken omdat het gedachten en associaties oproept

die bruikbaar zijn bij het project: het over de schouder

meekijken, (meekijken, meedenken met de ander) en de

open ruimte, ruimte voor verbeelding over de toekomst.

In het project gaat het erom om samen met de oudere

te verkennen wat belangrijk is voor het nu en voor de

toekomst, misschien met nieuwe onverwachte perspectie-

ven en aannames die kunnen verschillen van vertrouwde

manieren om de wereld te begrijpen en in de wereld te

staan.

Het beeld roept veel spontane reacties op bij de verschil-

lende mensen die het onder ogen krijgen. Het gekozen

beeld sluit goed aan bij alle betrokkenen en is zeer bruik-

baar gebleken als herkenningsteken voor het project. Bij

het optekenen van levensverhalen gaat het ons vooral

om thuiswonende ouderen die wel wat contact kunnen

gebruiken, ouderen die te maken hebben met kwetsbaar-

heid in de brede zin van het woord, ouderen die te maken

hebben met verlieservaringen. Het project sluit goed

aan bij de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)1,

Welzijn Nieuwe Stijl2 en Mentaal Welbevinden, één van

de domeinen van Verantwoorde Zorg.3

De behoefte om herinneringen aan het verleden op te

halen en erover te vertellen is de belangrijkste aanleiding

om een levensboek te maken. De balans kan worden

opgemaakt: wat heeft het leven gebracht, wat zijn de

lichte en donkere kanten in het levensverhaal, wat zijn

de kracht- en hulpbronnen die in het levensverhaal naar

voren komen. Een levensboek biedt de oudere een tast-

bare terugblik op het leven waarin zichtbaar wordt wie

de oudere was en is. En het levensboek biedt de gelegen-

heid om met kinderen en kleinkinderen in gesprek te

gaan.

WerkwijzeEen groep geschoolde vrijwilligers tekent de levens-

verhalen op. De coördinator van het project gaat voor

een kennismakingsgesprek op bezoek bij de aangemelde

oudere. De meeste ouderen worden aangemeld door de

adviseur wonen, welzijn zorg van de SWO of de praktijk-

verpleegkundige van de gezondheidscentra. De vrijwil-

liger legt 8 à 10 bezoeken van ongeveer 1,5 uur af aan de

oudere. De oudere is de verteller en het verhaal wordt

opgetekend in de ik-vorm. Aan de hand van thema-

kaarten uit de gebruikte methode ‘Mijn leven in kaart’

worden ouderen gestimuleerd om over de verschillende

levensthema’s na te denken (o.a. relaties, wonen en bezit,

opleiding, opvoeding, werk en hobby’s, kijk op het leven,

oud worden: gunst of kunst?). Natuurlijk hebben ouderen

alle ruimte om zelf thema’s aan te geven. Bij het opteke-

nen van het levensverhaal belichten we vooral de kracht-

en hulpbronnen die de oudere heeft.

Als titel van het boek geeft de oudere soms haar levens-

motto mee zoals ‘Overgave’ en ‘Wie geeft die leeft’. De

levenswijsheden en foto’s van ouderen willen we nog

meer gaan gebruiken om in de aandacht te brengen bij

andere ouderen maar ook bij jongeren. Door welke wijs-

heden voelen jongeren zich aangesproken? Deze laatste

activiteit gaan we verder uitwerken.

scholing en begeleiding vrijwilligersDe vrijwilligers zijn geschoold in de methode ‘Mijn leven

in kaart’ ter ondersteuning bij het optekenen van het

levensverhaal. Het werven, scholen en begeleiden van

vrijwilligers is een continue proces. Als vast punt in de

begeleiding kennen we de vrijwilligersbijeenkomsten

waarin altijd gelegenheid is voor het uitwisselen van

ervaringen. Soms wordt een gastspreker uitgenodigd om

informatie te geven over een onderwerp dat aandacht

vraagt zoals bijvoorbeeld het optekenen van het levens-

verhaal bij mensen die de oorlog op intensieve wijze

hebben meegemaakt.

Met regelmaat overleggen de vrijwilligers per e-mail met

de coördinator. De begeleiding van de vrijwilligers is

gericht op ontmoeting, uitwisseling en het benutten van

eigen kracht en mogelijkheden van de vrijwilliger.

Wat het levensboek de oudere gebracht heeftAls het levensboek op feestelijke wijze overhandigd is,

brengt de coördinator na een aantal weken een evaluatief

bezoek aan de oudere. Doel van dit gesprek is om na te

gaan wat het optekenen van het levensverhaal de oudere

gebracht heeft. Uit de gesprekken blijkt dat de ouderen

met meer dankbaarheid en vertrouwen terugkijken op

het eigen leven en meer vertrouwen uitspreken naar

de toekomst. De tragiek in hun leven lijkt meer naar de

achtergrond te schuiven.4 Levensboeken worden vaak bij-

gemaakt voor (klein)kinderen. Ouderen vertellen dat hun

kinderen door het levensboek meer weet hebben over wie

hun moeder of vader is en hoe de tijd was waarin hun

(groot)ouders zijn opgegroeid. Het blijkt dat het ophalen

van herinneringen mensen verwarmt en dat het levens-

verhaal een ingang is om over zingeving te praten.

Door het optekenen van het levensverhaal is een relatie

met de oudere gelegd. Het blijkt dat de oudere onze

organisatie meer weet te vinden en gebruik maakt van

de andere dienstverlening in onze organisatie zoals de

‘Boodschappen Plus Bus’ en gebruik te maken van de

mogelijkheid om samen te eten.

Leuk nieuwsHet projectonderdeel ‘Optekenen van levensverhalen’ van

SWO De Bilt heeft samen met Welzijn Leusden van het

NUZO (Netwerk Utrecht Zorg Ouderen) als best practice

een aanmoedigingsprijs gekregen. Het NUZO heeft ons

in staat gesteld om onze ervaringen overdraagbaar te

maken voor andere gemeenten en organisaties (www.

levensboeken-nuzo.nl).

Page 19: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

19

ervaringen van een vrijwilliger“Goedemiddag, u spreekt met Leny de Groot, vrijwillig-

ster van de Stichting Welzijn Ouderen. Ik heb uw naam

gekregen van de coördinator, Wouke van den Heuvel,

voor het schrijven van een levensboek en daartoe wil ik

een afspraak met u maken om kennis te maken.”

We maken een afspraak, ‘graag wat later op de morgen’.

“Zo te horen zal het wel klikken”, zegt mevrouw. Deze

uitspraak leek me wat voorbarig, maar klinkt veelbelo-

vend en die klik is belangrijk om je levensgeschiedenis

aan een vreemde te kunnen vertellen. Ik geef mevrouw

mijn telefoonnummer voor het geval er iets tussen mocht

komen. En zo was het eerste contact via de telefoon

gelegd.

Ik kom bij de mensen thuis en vind het belangrijk tijdens

dit eerste gesprek het vertrouwen te krijgen om samen

door iemands levensverhaal te mogen lopen. Dat doe ik

onder andere door op het tijdstip te komen dat prettig is

voor mevrouw: ‘later op de ochtend’, omdat mevrouw ’s

morgens na het gebruik van medicijnen tijd nodig heeft

voor zichzelf.

Ik ben ruim op tijd en word al toegezwaaid. Mevrouw

ontvangt me, door op een kier de deur open te doen en

achter zich een deur dicht te trekken. Ze verklaart direct

dat ik maar snel binnen moet komen, anders vluchten

de poezen naar buiten. Ik mag in een grote fauteuil gaan

zitten en mevrouw nestelt zich met één van de poezen op

de bank. Ik vraag me af of we eenmaal bezig met het ver-

haal aan een eettafel gaan zitten, maar nee deze wordt

niet gebruikt. Ik voel me eerst wat onhandig, maar ook

dat went: het schrijven op de knie.

Ik geef aan dat ik maximaal 1,5 uur blijf, zodat ik zelf in

staat ben alle informatie die ik krijg ook op te slaan. Ik

schrijf tijdens het gesprek veel op en zeg dat ik daarom

niet voortdurend in staat ben de mensen aan te kijken

als ze hun verhaal doen. Mensen hebben zich soms al

een beetje voorbereid door dagboeken, foto’s, diploma’s,

formulieren enzovoort tevoorschijn te halen. Het is ple-

zierig als er wat materiaal aanwezig is om het verhaal te

kunnen ondersteunen.

Soms kijken we de eerste keer al naar een paar bijzondere

foto’s, die aan de muur hangen: “Die moeten zeker in het

boek komen”, wat een mooie kapstok is voor het verdere

verhaal.

“Waar wil je beginnen; er is zoveel in mijn leven gebeurd,

hetgeen nog altijd emotioneel is. Het begint al bij mijn

naam. Ik ben vernoemd naar mijn moeder, zij stierf toen

ik 6 jaar was. De naam die mijn ouders mij hebben gege-

ven is bij pleegouders gewijzigd. Ze vonden dat ik anders

zo gepest zou worden. Ze bedoelden het natuurlijk goed.

Maar noem me nu voor het project maar bij mijn eigen-

lijke naam”. Zal mevrouw vanaf nu met haar eigen naam

door het leven gaan?

“Nu ik ouder word heb ik de behoefte om met behulp

van het schrijven van mijn levensverhaal handvatten te

vinden voor de toekomst. Ik hoop het verleden een andere

plaats te kunnen geven in het heden voor mijzelf en mijn

kinderen, die dit ook zullen gaan lezen”.

In de beginfase springen de gespreksonderwerpen

van de hak op de tak. Ik laat dit gebeuren om er op de

computer vervolgens structuur in te brengen. Ik vraag

daarna gericht en stel voor het de volgende keer over een

specifiek onderwerp te hebben, tenzij er op dat moment

andere zaken zijn die voorrang behoeven.

Ieder gesprek op zich begint met een vaststaand ritueel:

ik doe mijn jas uit, mevrouw zet de koffie aan (“niets

gaat boven een vers bakkie koffie”), we bespreken kort de

week, het weer of het gekrakeel van de poezen en gaan

dan over op het te bespreken onderwerp of de tekst die

ik gemaakt heb die op de laptop staat. Na verloop van tijd

geef ik aan dat het alweer bijna tijd is en of er nog dingen

voor nu liggen en waar we het de volgende keer over

zullen hebben. Een zestal afspraken heb ik dan al tijdens

het tweede of derde gesprek afgesproken, rekening hou-

dend met thuiszorg, ziekenhuisbezoek enzovoort, steeds

op een vaste dag en dito tijdstip. Indien nodig vinden er

vervolgafspraken plaats.

Het vertellen, het schrijven is een emotioneel proces, zegt

mevrouw. “Zo door mijn leven te gaan, dat voor de ander

geschiedenis is, doet mij schudden op mijn grondvesten.

Alles wat ik bekijk: foto’s, formulieren enzovoort, roept

Page 20: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

20

nieuwe vragen op. In de beginfase dacht ik nog te willen

stoppen, maar het is goed dat dit gebeurt”. De eerste

keren zijn wat verkennend en het is een zoeken naar

onderwerpen die niet zo gevoelig liggen. Je moet met

elkaar eerst vertrouwen opbouwen om lastiger onder-

werpen aan te kunnen: “De eerste keren vond ik lastig”,

vertelde mevrouw, “maar na de kat uit de boom te hebben

gekeken had ik het vertrouwen dat ik alles, soms met een

krop in mijn keel, kon en durfde zeggen. De openheid

verbaasde mezelf. De rust die Leny uitstraalde, zittend

in de stoel, de vragen die ze stelde en hoe ze luisterde en

zat te schrijven met alle aandacht voor mij maken dat ik

door mijn levensloop zo te vertellen anders naar mijzelf

ben gaan kijken.”

Thema’s die worden besproken zijn vaak gekoppeld aan

levensfasen en de betekenis daarvan voor die persoon:

oorsprong naam, (voor)ouders, ouderlijk gezin, school,

werk, huwelijk, gezin, hobby’s, vrienden, kijk op het

leven, geloof, cultuur, specifieke gebeurtenissen in

iemands leven; ziekte, dood, plaatsing kindertehuis,

pleeggezin, scheiding, oorlog enzovoort.

De methode ‘Mijn leven in kaart’ die gebruikmaakt van

themakaarten om in gesprek met de oudere te komen,

heb ik niet gebruikt. Mevrouw had zelf veel materiaal

waar ze uit kon putten en op een goed moment was

het klaar. Ik kon dan nog met nieuwe dingen komen,

maar daar had mevrouw dan niets mee… dus was het

inderdaad goed zo en konden we naar een afsluiting toe

werken.

”Het is een opluchting voor mij geweest dit alles in

vertrouwen te kunnen vertellen. Ik ben die zware druk

kwijt. Mijn geschiedenis verandert er niet door, maar

het geeft me meer rust en het is minder heftig. Ik kijk er

wat nuchterder tegen aan nu. Steeds vaker gebruik ik de

zin ‘trots op mezelf’ en dat is bijzonder. Er zijn ook veel

goede dingen die ik heb gedaan en die zag ik nauwelijks.

Ik hoop dat de kinderen met deze openheid een beter

begrip kunnen hebben voor de keuzes in de opvoeding.”

Naast het levensverhaal zorgde ‘de koffer met geschie-

denis’: zorgvuldig bewaarde fotoboeken, artikelen,

ansichtkaarten, formulieren, diploma’s enzovoort. voor

een bijzondere aanvulling in het levensboek. De koffer

zelf kent ook een rijke geschiedenis: ”Hij werd in de jaren

vijftig gebruikt in de kledingzaak waar mijn man werkte,

voor de verhuur van jacquets”.

De feestelijke overdracht van het levensboek vond plaats

in aanwezigheid van de dochter die haar moeder had

gestimuleerd mee te doen aan het project. Het unieke,

waardevolle, in goud papier ingepakte levensboek werd

onder het genot van een ‘vers bakkie koffie’ en een moor-

kop door dochter aan moeder overhandigd.

Als dank mocht ik dit beeldje ‘Handen’ ontvangen dat

zegt: ”Je hebt me aan de hand door mijn leven geleid.

Ik voelde me veilig en vertrouwd. Ik kreeg de aandacht

zonder oordeel.”

Inmiddels is de projectcoördinator voor een evaluatief

gesprek bij mevrouw geweest. Uit zichzelf vertelde

mevrouw dat het levensboek aanleiding was om weer

contact op te nemen met haar zus waarmee ze vanaf

haar kindertijd ruzie had. Ze is zeer blij met het herstelde

contact. Mevrouw heeft inmiddels een rollator en een

scootmobiel. Waarschijnlijk gaat mevrouw samen met

een andere oudere ondersteuning bieden aan de biblio-

theek van de SWO.

Hoe het gaan kan: vier dagen na het evaluerende gesprek

belt mevrouw de projectcoördinator. Ze vertelt dat ze nu

de zus heeft die ze zo graag had willen hebben. De zus

van in de 70 wil ook graag haar levensverhaal vertellen

en laten optekenen. Ik heb vertrouwen dat mevrouw met

meer kracht en openheid de wereld tegemoet treedt.

Literatuur1. http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/wet-maatschappelijke-

ondersteuning-wmo

2. http://www.invoeringwmo.nl/sites/default/documenten/Brochure_Wns.pdf

3. http://www.netwerklevensvragen.nl/site_lv/docs/pdf/6600.114-actiZ_Bundel_Mentaal_Welbevinden_artikel2.pdf

4. ´Het verleden als uitdaging. een onderzoek naar de effecten van life review op de constructie van zin in levensverhalen van ouderen ,́ Boekencentrum academic, 2011

Page 21: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

21

In teamsport zie je de ‘huddle’, een time-out om in een

dichte cirkel de tactieken af te wegen en door te spreken.

In de zorg kan zo’n aanpak ook effectief zijn. In korte

besprekingen van een ruim kwartier binnen de groep

ideeën rondom een knelpunt bespreken, prioriteiten

stellen en voorlopige afspraken maken.

Huddles lenen zich voor uiteenlopende onderwerpen,

zoals ergonomie, kwaliteit van zorg, bejegening, logis-

tiek, klimaatbeheersing, werkdruk, zelfredzaamheid,

veiligheid en probleemgedrag.

Dit is eenvoudig gedachtegoed aan het einde van het

boek, illustrerend dat communicatie belangrijk is maar

ook veel valkuilen kent. Teams en individuen worden

steeds meer zelfsturend, de zorg meer individueel gericht

en dat vraagt meer afstemming en overleg. Cliënten en

patiënten en hun verwanten verlangen ook steeds meer

die afstemming en communicatieve vaardigheden.

PraktischHet is Geelen gelukt een praktisch handboek te schrijven.

Het is helder van opbouw: een ervaring, valkuilen, tips

en soms liever doen…liever laten… Niet hoogdravend of

ingewikkeld. Een vlot en makkelijk leesbaar boek met

herkenbare casuïstiek.

In mijn carrière als verpleegkundige heb ik vele malen

schokkende ervaringen moeten meemaken. Als eerstejaars

leerling verpleegkundige alleen staan op een interne afde-

ling waar net een man van 27 jaar door mij dood gevonden

is in bed; bij je controlerondje op de PAAZ-afdeling een

patiënt aan het plafond zien hangen; een patiënt die in je

spreekkamer letterlijk dood voor je voeten neervalt.

Het hoofdstuk “ Opvang na een schokkende ervaring ”

is herkenbaar en bruikbaar. Daarvan had ik destijds en

mijn collega’s voordeel gehad. Dit geldt voor meer hoofd-

stukken: ze zijn nuttig voor praktijkondersteuners, prak-

tijkverpleegkundigen, doktersassistentes, maar bieden

ook voor huisartsen voldoende eyeopeners.

De definitie van het motiverende gesprek is een cliff-

hanger. En de valkuil “Zij moet inzien dat ik gelijk heb ”

in het hoofdstuk “Onderhandelen” wordt illustratief met

de parabool van een sinaasappel uitgewerkt. Zo wordt

helder wat het verschil is tussen belang en positie en hoe

daarmee om te gaan.

Het komt wel goedCommuniceren door verzorgenden en verpleegkundigen

ClichésHet boekje van 140 bladzijden bevat diverse clichés. Niet

allemaal even functioneel. “Doe maar gewoon, dan doe je

gek genoeg”, of “zonder wrijving geen glans”. Niet bijster

origineel. Ook spreken niet alle tips mij evenveel aan.

Een groepscompliment kan in mijn optiek heel stimule-

rend werken. Geelen vindt individueel complimenteren

effectiever.

Ondanks een aantal niet lekker lopende zinnen en een

paar storende fouten in de tekst is het een prima boekje

voor beginnende praktijkondersteuners en praktijk-

verpleegkundigen, ook voor hen die in verpleeghuizen

werken. Voor mij als ervaren professional en oud-manager

heeft het ogenschijnlijk misschien minder van toege-

voegde waarde maar na lezing is het meer dan alleen een

opfrissertje. Hoofdstukken als “Klachtgesprek”, “Scholing

aanvragen” en “Een voordracht houden” prikkelen tot

assertiviteit en verhogen de sociale vaardigheid.

spitsvondigHet hoofdstuk over netiquette (netwerk en etiquette ), ver-

gaderen en voorzitten en hulpvraag aan een andere disci-

pline bevat een aantal spitsvondigheden, die ook bruikbaar

zijn: “kijk kritischer naar jezelf, vergeeflijk naar de ander.”

Of: “het voorzitten is te vergelijken met scheidsrechteren.

Bij een goedgeleide wedstrijd valt de hand van de scheids-

rechter niet op, diens bijdragen zijn op tijd, nodig en nuttig

en bevorderen het soepele samenspel van de deelnemers.”

In welk deel van de zorg je ook werkt of gaat werken. Je

vindt in dit boek zeker wel iets van je gading.

De ‘huddle ‘ had Geelen wat mij betreft wel iets meer

mogen uitwerken. Maar goed, we doen het met zijn prak-

tische tip: “Als het niet gaat zoals het moet, dan moet het

maar zoals het nog gaat!”

Het komt wel goed.

Martien Vrolijk

BoeKBesPreKiNg

uitgever: perspectief uitgeversauteur: ronald geelenisBn: 978-94-912-69042prijs: € 22,90

Page 22: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

22

Lancering Zorgstandaard DementieDonderdagmiddag 31 mei in Utrecht overhandigden

Alzheimer Nederland, Vilans en de brancheorganisaties

en beroepsverenigingen de eerste conceptversie van de

Zorgstandaard Dementie aan Armand Höppener, vice-

voorzitter Coördinatieplatform zorgstandaarden.

“Deze zorgstandaard is cruciaal, omdat het een verbinding

legt tussen cure en care. Het geeft aandacht aan preventie en

zelf management. Bovendien geeft de zorgstandaard in deze

tijden van onzekerheid houvast aan de doelgroepen. Het geeft ze

handvatten om goede zorg te verlenen. Maar een zorgstandaard

wordt pas levend door het gebruik in de praktijk, dus ik wens

iedereen nog veel nieuwe versies toe.”

De autorisatie start hiermee en loopt tot eind 2012.

Staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten van VWS

heeft toegezegd het gebruik van de zorgstandaard als

ambassadeur te steunen.

De aanwezigen kregen een videoboodschap te zien van

de overhandiging van de Zorgstandaard Dementie door

Alzheimer Nederland aan de staatssecretaris, waarin zij

haar steun uitspreekt voor de inhoud en het proces:

“De zorg voor mensen met dementie moet helemaal goed geba-

lanceerd zijn en de goede mensen moeten op de goede plek de

goede dingen doen. Deze mensen zullen aan de patiënt vragen:

Hoe kan ik u helpen? en dat is precies wat deze Zorgstandaard

Dementie zegt. En daarom ben ik er trots op en zal ik er alles

wat ik kan aan doen om hierin te ondersteunen en te ambassa-

deren, samen met het veld.”

Tijdens deze lancering werd er ook ingegaan op de

volgende stap: Wat betekent de zorgstandaard voor u en

hoe gaat u de zorgstandaard inzetten om de kwaliteit van

de dementiezorg te verbeteren? Bij Vilans hebben zich

al ketens gemeld die met de volgende stap aan de slag

willen. Mirella Minkman van Vilans:

“Wij gaan hiermee in 2012 en 2013 aan de slag en nodigen

beroepsorganisaties, uit om dit samen met ons en vertegenwoor-

digers uit het veld verder uit te werken. Alleen zo laten we de

zorgstandaard werken en werken we samen aan goede dementie-

zorg voor mensen met dementie, mantelzorgers en professionals!”

Unieke zorgstandaardIn Nederland geven we 95% van het totale dementie-

budget uit aan dag- en nachtverpleging. Terwijl 70% van

alle mensen met dementie thuiswoont en dat wil blijven

doen. In deze nieuwe zorgstandaard heeft 90% van de

inhoud betrekking op wat er anno 2012 thuis kan en

moet: signaleren, informeren, diagnostiek, case manage-

ment, behandeling, begeleiding en steun, huishoudelijke

zorg, hulp bij ADL, activiteiten, respijtzorg, aangepast

wonen en crisishulp. Een unieke zorgstandaard!

Vilans heeft het inhoudelijke proces begeleid en gecoördi-

neerd met Alzheimer Nederland als projectleider. Samen

hebben zij met 28 organisaties in korte tijd een definitief

concept gemaakt dat de hele breedte van de hulp bij

dementie betreft: welzijn, care en cure. De standaard

beschrijft de hulp voor mensen met dementie en voor

hun mantelzorgers. Het is bijzonder dat alle betrokken 28

organisaties zijn uitgestegen boven hun eigen dagelijkse

werk en gezamenlijk hebben gewerkt aan een norm voor

integrale dementiehulp die aansluit op wensen en vragen

van mensen met dementie en hun mantelzorgers.

Zorgstandaard Dementie onlineHet eerste concept van de Zorgstandaard Dementie is

te vinden op de website van Vilans, via www.vilans.nl/

dementie en van Alzheimer Nederland, via

www.alzheimer-nederland.nl.

ArTiKeL

Betere dementiezorg door Zorgstandaard dementie

Alzheimer nederland, Vilans en 28 brancheorganisaties en beroepsverenigingen hebben de afgelopen 1,5 jaar gewerkt aan de Zorgstandaard Dementie. Het definitieve concept is gereed. Met een groeiend aantal mensen met dementie is het vastleggen van goede dementiezorg hard nodig. De Zorgstandaard Dementie zorgt voor vaste normen voor dementiezorg. Deze zorgstandaard geeft richting aan regio’s en biedt ondersteuning aan regionale integrale ketenzorg in aansluiting op de wensen en behoeften van mensen met dementie en hun mantelzorgers.

Page 23: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

23

Bij werkgevers bestaat veel onduidelijkheid over de (on)

mogelijkheden van werknemers met diabetes. Zij vrezen

verminderde productiviteit en een hoger verzuim; extra

kostenposten voor de organisatie. Wel zijn werkgevers

bereid om op individuele basis afspraken te maken met

hun werknemers met diabetes om zo te zorgen dat zij

goed kunnen blijven functioneren. Aan de andere kant

kampen sollicitanten en werknemers veelal met onzeker-

heid en worden regelmatig geconfronteerd met vooroor-

delen. Worden zij afgewezen bij een sollicitatie vanwege

de diabetes? Hoe reageren collega’s wanneer zij vertellen

dat zij diabetes hebben of wanneer zij een hypo krijgen?

Is er tijd en fysieke ruimte om de bloedglucosewaarde te

meten en medicatie te nemen? Bestaat de mogelijkheid

om afspraken met behandelaars na te komen, zoals met

de huisarts, diabetesverpleegkundige of praktijkonder-

steuner, oogarts, internist en podotherapeut? Veel vragen

die de positie van de werknemer onzeker maken.

Belemmeringen wegnemenHet doel van Diabetes Werkt! is tweeledig. NDF wil

kansen creëren voor mensen met diabetes op de arbeids-

markt door de eigen regie zoveel mogelijk te versterken,

mede door middel van het geven van informatie en

advies. Tegelijkertijd wil NDF belemmeringen bij werk-

gevers zoveel mogelijk wegnemen en duidelijkheid

verschaffen over de mogelijkheden van werknemers

met diabetes. Want iemand met diabetes moet het werk

kunnen doen waarvoor hij of zij is opgeleid, al dan niet

met de nodige aanpassingen, is het uitgangspunt. Dat

kunnen aanpassingen zijn in het werkrooster, aangepaste

pauzetijden maar ook aanpassingen van de werkplek

bijvoorbeeld wanneer iemand neuropathie heeft. Het

streven is om algemene maatregelen te kunnen treffen

om mensen met diabetes te steunen in hun werk, in

plaats van ad-hoc-oplossingen.

OnderzoekIn 2011 startte het NIVEL (Nederlands instituut voor

onderzoek van de gezondheidszorg) een onderzoek naar

‘Diabetes op de werkvloer’. Aangezien dit onderzoek grote

overlap had met het onderzoek dat DVN vanuit het NAD

wilde opzetten, zijn de krachten gebundeld. Met subsidie

van CZ, vakbond De Unie, AstraZeneca, Bristol-Myers-

Squibb en DVN heeft NIVEL onderzoek gedaan onder

ArTiKeL

diabetes Werkt! versterkt positie van werknemers met diabetes

Het aantal mensen met diabetes blijft toenemen, en daarmee ook het aantal mensen met diabetes op de arbeidsmarkt. Dat verloopt niet zonder problemen. een deel van de werknemers met diabetes wordt geconfronteerd met vooroordelen: zij zijn immers chronisch ziek en zullen daardoor beperkingen hebben, zo wordt verondersteld. Werkgevers worstelen met de vraag hoe zij deze mensen zo kunnen faciliteren dat zij volledig mee kunnen draaien in het arbeidsproces. Doordat het hen ontbreekt aan voldoende kennis over diabetes en er geen algemene richtlijnen zijn, resulteert dit in ad-hoc-oplossingen. Om goed voorbereid te zijn op de toekomst – een toekomst met een groeiend aantal werknemers met diabetes – is proactief en structureel beleid gewenst. Vanuit het nAD is in 2010 het programma Diabetes Werkt! opgezet, dat uitgevoerd wordt door Diabetesvereniging nederland. Diabetes Werkt! biedt zowel werkgevers als werknemers handvatten om mensen met diabetes volwaardig te laten participeren in de arbeidsmarkt.

Page 24: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

24

162 werknemers bij 20 grote werkgevers in verschillende

sectoren, onder meer de politie, de kinderopvang, het

onderwijs, het personenvervoer en de sociale werkplaats.

Uit dit onderzoek blijkt dat werkgevers weinig zicht

hebben op hun werknemers met diabetes. Ze weten niet

hoeveel het er zijn en of zij problemen hebben met het

werk. Ze willen deze medewerkers wel steunen, maar

hebben daarvoor nauwelijks beleid. Het onderzoek laat

ook zien dat een deel van de werknemers problemen

ervaart met de combinatie diabetes en werk. Dit zijn

vooral mensen bij wie de diabetes niet goed is ingesteld.

Zij voelen zich vaker vermoeid, melden zich vaker ziek

en hebben meer moeite zich te concentreren. Wel zijn zij

net zo bevlogen als het om hun werk gaat als werknemers

met een beter ingestelde diabetes. Met name werknemers

met een slechter ingestelde diabetes kunnen daarom

ondersteuning van hun werkgever gebruiken om beter te

functioneren. Dit heeft ook voor de werkgever positieve

resultaten: een hogere productiviteit en meer loyaliteit

van de werknemer.

Onregelmatige dienstenVooral onregelmatige diensten blijken lastig, zeker voor

mensen met een slechter ingestelde diabetes. Zij zullen

dan ook minder vaak kiezen voor onregelmatig werk of

er eerder mee stoppen. De vraag is of dit met het oog op

de toekomst wenselijk is. Juist het werk in onregelma-

tige diensten vindt een groeiend aantal mensen minder

aantrekkelijk. Hierdoor kan krapte ontstaan in deze

sectoren. Werkgevers met veel functies in onregelmatige

diensten wordt daarom aangeraden te onderzoeken hoe

zij werknemers met diabetes zo goed mogelijk kunnen

ondersteunen.

BedrijfsartsenEen grote stap voorwaarts is gedaan door de NVAB

(Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfs-

geneeskunde) die in maart 2011 de multidisciplinaire

richtlijnmodule Diabetes en Arbeid heeft ontwikkeld.

Bedrijfsartsen komen meestal pas in beeld wanneer er

sprake is van verzuim bij werknemers met diabetes. Zij

spreken hen zelden over preventieve activiteiten, zoals

bewegen en gezonde voeding. Ook kent de bedrijfsarts de

werkgerelateerde problemen van werknemers met dia-

betes niet. In de toekomst kan de bedrijfsarts een meer

ondersteunende rol spelen en preventief te werk gaan

bij mensen die nog niet tegen hun grenzen aanlopen of

verzuimen. Bedrijfsartsen krijgen dankzij de richtlijnen

mogelijk een structurele rol binnen de diabeteszorg.

Concrete productenDiabetes Werkt! heeft geresulteerd in meer concrete

producten, zoals de brochure ‘Diabetes en Werk’. Deze

brochure geeft adviezen die mensen met diabetes

kunnen toepassen tijdens een sollicitatieprocedure en

biedt werknemers handvatten om zoveel mogelijk con-

trole over de diabetes te hebben op het werk. Daarnaast

zijn twee E-learning modules ontwikkeld: in 2010 de

module ‘hypo unawareness’ en dit jaar ‘diabetes en werk’.

De laatste module biedt werknemers informatie over

het oplossen van knelpunten in de combinatie diabetes

en werk. Op aanvraag verzorgt DVN informatieavonden

over ‘Diabetes op de werkvloer’. Verder is DVN bezig met

de ontwikkeling van een digitale helpdesk: hierop zijn

in de loop van 2012 onderzoeksresultaten en publicaties

te vinden over ‘diabetes en werk’, veelgestelde vragen en

antwoorden en de mogelijkheid om zelf vragen te stellen.

Diabetesinhoudelijke vragen beantwoordt DVN. Voor

bedrijfsjuridische vragen of vragen over vakbondsrecht,

zoekt DVN samenwerking met vakbond De Unie.

Ad-hoc-oplossingenVan alle werkende mensen in Nederland heeft 1 op de 50

diabetes. De meesten kunnen met hun diabetes prima

werken, maar dat geldt niet voor iedereen. Soms zijn

aanpassingen nodig. Uit het onderzoek blijkt heel duide-

lijk dat werknemers met diabetes geen baat hebben bij

ad-hoc-oplossingen. Met het groeiend aantal mensen met

diabetes is een proactiever beleid gewenst om toekomst-

bestendig te zijn. Dit waarborgt de continuïteit van het

werk en geeft werknemers met diabetes meer kansen

hun werk goed te blijven doen. En dat bevordert weer

maximale arbeidsparticipatie van werknemers met een

chronische aandoening als diabetes in een toch al krap-

per wordende arbeidsmarkt. Diabetes Werkt! is een stap

in deze richting.

EEn niErpatiënt moEt Er hEEl vEEl voor ovEr hEbbEn om EEn bEEtjE normaal tE lEvEn. Wat hEEft u ovEr voor EEn niErpatiënt? StEun onS. KijK Wat u Kunt doEn op niErStichting.nl

1 uur wandelen 1 dag rust

Page 25: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

25

Hartfalen betekent dat de pompfunctie van het hart

is verminderd, waardoor onvoldoende bloed naar de

weefsels in het lichaam wordt getransporteerd. Het hart

kan het bloed niet goed uitpompen of is niet in staat zich

voldoende te vullen. De diagnose hartfalen is er één met

verstrekkende gevolgen. Patiënten worden verwezen

naar de cardioloog om de oorzaak vast te stellen, krijgen

meerdere onderzoeken, zullen levenslang medicijnen

moeten gebruiken en vaak op controle komen bij een

arts of verpleegkundige. Ook moeten zij zich houden

aan leefregels en leren op tijd te signaleren wanneer de

situatie verslechtert. Gebeurt dit niet, dan volgen vele

opnames in het ziekenhuis. Door het hartfalen is het

inspanningsvermogen verminderd en zowel patiënt als

partner zullen moeten leren om te gaan met de beperkin-

gen die dit met zich meebrengt. Kortom, hartfalen is een

chronische ziekte waarmee patiënt en partner voortdu-

rend worden geconfronteerd, hetgeen van grote invloed

is op de kwaliteit van leven. Daarbij heeft hartfalen een

slechte prognose: de gemiddelde vijfjaarsoverleving is

ongeveer 45%.

Hart- en Vaatrisico ManagementHet goede nieuws is, dat wanneer de diagnose correct en

op tijd wordt gesteld en de patiënt goed wordt behandeld

en begeleid en daarbij zelf goed leert omgaan met het

hartfalen, de kwaliteit van leven van de patiënt toeneemt

en de prognose verbetert.

Om het risico op het ontstaan van hartfalen te verklei-

nen, is het van belang een goed Hart- en Vaatrisico

Management te voeren. Vroegtijdige diagnostiek van

hartfalen en behandelen verbetert de prognose. Bedenk

dat als de patiënt klachten ontwikkelt, het hart al

zodanig overbelast is dat de compensatiemechanismen

tekort schieten en symptomen van (nachtelijke) kortade-

migheid, verminderd inspanningsvermogen en vocht

vasthouden ontstaan. Ten slotte is het belangrijk dat, als

hartfalen eenmaal is geconstateerd, de patiënt adequaat

wordt behandeld en goed begeleid in het hanteren van

leefregels en beperkingen.

Oorzaak achterhalenBij hartfalen wordt door verminderde vulling van het

hart (diastolisch hartfalen) of door verminderde knijp-

kracht van het hart (systolisch hartfalen) minder bloed

uitgepompt dan het lichaam nodig heeft. Oorzaken hier-

van kunnen zijn: schade aan de hartspier door infarct,

hoge bloeddruk, hartklepafwijkingen, ritmestoornissen,

aandoeningen van de kransslagader, drugs- en alcohol-

misbruik, chemokuren en hartfalen veroorzaakt door

een virus.

Het doel van de behandeling is om de oorzaak van hart-

falen weg te nemen of verdere schade aan het hart te

beperken en de klachten van hartfalen te verminderen.

Het wegnemen van de oorzaak is soms mogelijk bijvoor-

beeld in het geval van kleplijden, ritmestoornissen,

drugs- en alcoholmisbruik. Bij hartfalen veroorzaakt

door een virus is vaak een volledig herstel mogelijk door

het tijdelijk ondersteunen van het hart met medicatie.

Om die reden is het van belang dat bij alle patiënten met

hartfalen de oorzaak wordt uitgezocht door middel van

onder andere een echo van het hart. In veel ziekenhuizen

bestaat de mogelijkheid om alle onderzoeken voor het

diagnosticeren van hartfalen op één dagdeel te doen.

Reactie van het lichaam Doordat het hart onvoldoende bloed uitpompt en de

weefsels onvoldoende van zuurstof worden voorzien,

ontstaan klachten van vermoeidheid, verminderd inspan-

ningsvermogen, kortademigheid en vocht vasthouden.

Het lichaam wil de druk en het volume in de bloedvaten

handhaven en doet dit door het versnellen van de hart-

slag, het vernauwen van de bloedvaten en het vasthouden

van vocht door de nieren. Hierin speelt activatie van het

sympathisch zenuwstelsel en het renine-angiotensine-

aldosteronsysteem (RAAS) een grote rol.

ArTiKeL

HartfalenMw. J. Zimmerman, verpleegkundig specialist

Hartfalenpoli Ziekenhuis Gelderse Vallei, Ede

een huisartspraktijk met 3000 mensen kent gemiddeld zeven patiënten met hartfalen. Het aantal mensen met hartfalen neemt toe door betere overlevingskans na een hartinfarct en andere hartziekten, door de vergrijzing, maar ook door de verbeterde behandelingsmogelijkheden van het hartfalen zelf. Veel hartfalenpatiënten zijn onder behandeling van de cardioloog en de hartfalenverpleegkundige, maar als de patiënten stabiel zijn, of indien de bezoeken in het ziekenhuis te belastend zijn, komen zij onder de hoede van de praktijkondersteuner en de huisarts. Dit betekent dat in de toekomst steeds meer mensen met hartfalen binnen de huisartspraktijk zullen worden behandeld en begeleid.

Page 26: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

26

Door deze mechanismen gaat het hart sneller kloppen,

moet het meer bloed/vocht verwerken en tegen een

hogere weerstand in knijpen. Dit heeft als gevolg dat

er stuwing ontstaat in de vaten van de longen, buik en

benen. Door de hoge druk die er ontstaat in de bloedbaan

treedt er vocht uit de bloedvaten in de omliggende weef-

sels en ontstaat oedeem in longen, buik en benen.

Door de verminderde toevoer van bloed krijgen de weef-

sels onvoldoende zuurstof waardoor de patiënt kortade-

mig en vermoeid wordt en het inspanningsvermogen

sterk is verminderd. Ook ontstaat kortademigheid door

vochtophoping in de longen. Als er stuwing van de lever

is door de overvulling treedt misselijkheid en vermin-

derde eetlust op.

Het hebben van hartfalen heeft grote invloed op de kwali-

teit van leven van de patiënt en zijn partner. Het beperkt

hen zeer in hun fysieke mogelijkheden. Zij raken hier-

door geïsoleerd en afhankelijk van anderen. Vaak willen

patiënten meer dan zij kunnen, kijken naar wat eerst

allemaal kon en nu niet meer en ontwikkelen sombere

gevoelens. Depressie komt bij hartfalenpatiënten veel

voor.

Behandeling van hartfalenDe behandeling van hartfalen is afhankelijk van de

oorzaak. Indien er sprake is van kleplijden, kan een

klepoperatie het hartfalen verhelpen. Bij kransslaglijden

kan door een operatie de doorbloeding van de hartspier

verbeteren en leiden tot herstel van de pompfunctie. In

geval van alcoholabusus kan de hartfunctie weer volle-

dig herstellen wanneer de patiënt stopt met drinken. Er

kan echter ook restschade zijn. Als er geen behandelbare

oorzaken zijn, dan bestaat de behandeling uit leefregels

en medicijnen.

MedicijnenDe medicamenteuze behandeling is gericht op het door-

breken van de activatie van het sympathisch zenuwstel-

sel en de activering van het RAAS-systeem. Het heeft als

doel het verbeteren van het inspanningsvermogen en de

prognose, en het verhogen van de kwaliteit van leven.

Diuretica zorgen ervoor dat het overtollige vocht wordt

verwijderd uit het lichaam.

ACE-remmers remmen het RAAS-systeem, waardoor de

bloeddruk daalt en wordt voorkomen dat de nieren vocht

vasthouden. β-blokkers vertragen de hartslag, zodat het

hart wordt ontlast en het zich beter kan vullen en het

bloed beter kan uitknijpen. Aldosteronantagonisten

verminderen de aldosteronproductie zodat er minder

zout en dus ook minder vocht wordt vastgehouden. Zowel

de ACE-remmer als de aldosteronantagonist voorkomt

verbindweefseling van het hart, waardoor de elasticiteit

van het hart behouden blijft en wordt voorkomen dat er

ritmestoornissen ontstaan.

NSAID’s als ibuprofen, Nurofen®, naproxen zijn gecontra-

indiceerd bij patiënten met hartfalen, omdat het midde-

len zijn die de werking van ACE-remmers verminderen,

vocht doen vasthouden en de nierfunctie verslechteren.

Het instellen op de juiste medicatie is een kwestie

van balanceren tussen zo veel mogelijk effect met zo

min mogelijke bijwerkingen en bijeffecten die nadelig

kunnen zijn voor de patiënt. Hypotensie, nierinsufficiën-

tie, uitdroging, overvulling en interactie met andere

medicijnen die de patiënt vaak gebruikt, zijn veelvoorko-

mende problemen waar de behandelaar mee te maken

krijgt en die de therapeutische mogelijkheden kunnen

beperken.

Overige behandelingenOverige behandelingen die door de cardioloog kunnen

worden geïndiceerd:

� Medicatie als Lanoxin® of ivabradine kan onder

bepaalde omstandigheden bij blijvende klachten

worden toegevoegd aan de huidige medicatie.

� Een biventriculaire pacemaker is een pacemaker die

ervoor zorgt dat het hart weer synchroon samenknijpt

en kan het inspanningsvermogen van de patiënt doen

verbeteren.

� Een Implantable Cardioverter Defibrillator (ICD) kan

worden gegeven om overlijden ten gevolge van een

ventriculaire ritmestoornis te voorkomen.

� Een steunhart (Left Ventricular Assist Device) kan

bij jongere patiënten dienen als overbrugging naar

harttransplantatie en wordt tegenwoordig in beperkte

mate al gegeven als bestemmingtherapie.

signalen van vocht vasthouden

• dikke benen, enkels, buik of vingers• schoenen of kleding gaat strakker zitten• Broekriem moet twee gaatjes wijder• gewichtstoename van meer dan ≥ 2 kg binnen 1 week• toenemende last van vermoeidheid• Hebben van een ‘vol gevoel’, buikpijn, misselijkheid• Hartkloppingen• gevoel van verkoudheid en hoesten• verwardheid en onrust• niet goed kunnen concentreren, ‘er niet bij zijn’• ’s nachts vaker moeten plassen• overdag minder moeten plassen, urine is donkerder• ’s nachts de behoefte hebben hoger (met meer

kussens ) te liggen

Wat is hartfalen?

een complex van klachten en verschijnselen bij een structurele of functionele afwijking van het hart, waarbij het hart niet in staat is voldoende bloed naar de weefsels in het lichaam te pompen om aan de metabole behoeften te voldoen.

Page 27: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

27

LeefregelsLeefregels bij hartfalen bestaan uit het houden aan een

vochtbeperking van maximaal 2000 ml, het vermijden

van piekzoutgebruik (denk aan cup a soup, kant en klare

maaltijden etc. ) goede therapietrouw, tijdig signaleren

van tekenen van vocht vasthouden en regelmatig bewe-

gen. In het ziekenhuis zijn vaak tijdelijke trainingen voor

hartfalenpatiënten onder begeleiding van een fysiothera-

peut, hetgeen kan worden vervolgd door fysiotherapie in

de eerste lijn. Gebleken is dat dit een goed effect heeft op

het inspanningsvermogen.

Ook is er een cursus omgaan met hartfalen die kan

worden gevolgd door patiënten die bekend zijn bij de

hartfalenverpleegkundige in het ziekenhuis. Individuele

doorverwijzing naar een psycholoog valt ook altijd te

overwegen indien hier aanleiding toe is.

Door goede uitleg, ondersteuning en coaching van de

patiënt en partner zal hij beter kunnen omgaan met

het hartfalen en de gevolgen ervan. Een goed bereik-

baar telefonisch spreekuur en regelmatige controle zijn

voorwaarden om goede begeleiding te kunnen bieden

en tijdig in te grijpen bij klachten van hartfalen. Of deze

controles plaatsvinden in het ziekenhuis door de cardio-

loog en hartfalenverpleegkundige op een hartfalenpoli

of door de huisarts en praktijkondersteuner in de eerste

lijn is afhankelijk van de keuze en mogelijkheden van

de patiënt en de aanwezige kennis en bekwaamheid.

Mijns inziens is de patiënt het meest gebaat bij een goede

samenwerking tussen eerste en tweede lijn.

In Ziekenhuis Gelderse Vallei is een mogelijkheid voor

dagdiagnostiek hartfalen en wordt de chronische hartfa-

lenpatiënt binnen acht maanden ingesteld op medicatie,

voorgelicht en zo mogelijk gerevalideerd. Als de patiënt

stabiel is volgt (in overleg) terugverwijzing naar de huis-

arts. Toch is dit maar een beperkte manier van samen-

werken en zou uitbreiding hiervan mogelijk zijn.

Casus mevrouw Hendriksen

Mevrouw Hendriksen is een 80-jarige vrouw, die samen met haar man sinds een paar maanden in het verzorgingshuis woont. Mevrouw heeft hartfalen op basis van meerdere hartinfarcten en bezoekt sinds 2010 de hartfalenpoli. Zij is bekend met de leefregels omtrent hartfalen. Zij drinkt niet meer dan twee liter per dag, vermijdt piekzouten en blijft dagelijks in beweging, probeert aan 30 minuten bewegen per dag te komen. Zij verdeelt dit over de dag. verder let zij op symptomen van vocht vasthouden en weegt zich dagelijks om op tijd te kunnen zien dat zij vocht vasthoudt. Mevrouw Hendriks gebruikt de volgende medicijnen:furosemide 1 x daags 40 mg, ramipril 1 x daags 5 mg, bisoprolol 1 x daags 5 mg, spironolacton 1 x daags 25 mg, ibuprofen 200 mg 3 x daags 1 tabletin verband met haar slechte lichamelijke conditie bezoekt ze de cardioloog nu nog één keer per jaar en worden de andere controles gedaan door de praktijkondersteuner en de huisarts.

Mevrouw heeft een afspraak gemaakt bij de praktijkonder-steuner, omdat ze aankomt in gewicht en meer kortademig is. ’s nachts gaat ze vanwege de kortademigheid vaak uit bed. Ze hoest en geeft groen sputum op. Ze heeft een temperatuur van 37,8° c Ze is moe en vertelt dat ze niet meer naar het sjoelen gaat en geen zin meer heeft in eten. Ze zit snel vol. de praktijkverpleegkundige vraagt na hoe lang de klachten bestaan en of er andere klachten zijn (geweest), onder meer pijn op de borst en hartkloppingen en informeert naar het inspanningsvermogen, voedingspatroon, vochtintake en therapietrouw. Hieruit blijkt dat de klachten sinds twee weken bestaan en dat zij zich goed aan de leefregels houdt en de medicatie trouw inneemt. tijdens de adl moet zij een aantal keren even bijkomen en na het wassen is zij ‘op’. Met de rollator kan zij in huis lopen in rustig tempo, maar verder komt zij op dit moment niet. de stemming is matig en initiatief is verminderd, dit is echter ook sinds twee weken en wordt vooral veroorzaakt door het niet lekker voelen en slecht slapen. ook blijkt dat mevrouw een paar dagen 3 x daags een ibuprofentablet heeft ingenomen in verband met een pijnlijke rechterheup door langer in bed te liggen en weinig te bewegen.

in het geval van mevrouw Hendriksen is er sprake van chronisch hartfalen op basis van schade aan de hartspier door de infarcten. er is littekenweefsel ontstaan, dat niet elastisch is en waardoor het hart minder goed kan knijpen. Zij is ingesteld op medicatie om klachten te verminderen en te voorkomen dat het hart verder achteruit gaat. Mevrouw Hendriks geeft als klachten aan: toename van gewicht, verminderd inspanningsvermogen en niet plat kunnen liggen ’s nachts. Het hoesten kan door prikkeling van de luchtwegen komen, maar het groene sputum doet vermoeden dat mevrouw een luchtweginfectie heeft. Het op tijd waarschuwen is van belang, omdat door geringe en tijdelijke wijziging van medicatie de situatie weer snel kan verbeteren.

Mevrouw Hendriksen heeft een bloeddruk van 105/60 mmHg en een pols van 72 sl/min reg. er is oedeem aan enkels en beide onderbenen. Bij deze bloeddruk heeft zij geen klachten van duizeligheid. de praktijkondersteuner voelt of de pols regelmatig is. Bij onregelmatige hartslag zou er sprake kunnen zijn van atriumfibrilleren, waardoor aanpassing van medicatie (onder meer antistolling) nodig zou kunnen zijn. de praktijkondersteuner denkt dat de toename van kortademigheid en vocht vasthouden en de verminderde eetlust tijdelijk is en is ontstaan door een luchtweginfectie en gebruik van nsaid’s. de temperatuur is niet betrouwbaar en zou hoger kunnen zijn omdat mevrouw ibuprofen heeft geslikt. Zij overlegt met de huisarts of er een antibioticakuur moet worden voorgeschreven en stelt voor furosemide gedurende drie dagen te verhogen naar 2 x daags 1 tablet.de huisarts schrijft een antibioticakuur voor en gaat akkoord met de verhoging van furosemide. de praktijkondersteuner plant een telefonische afspraak na drie dagen en vraagt mevrouw te bellen als de klachten toenemen ondanks de wijziging van de medicatie. Zij adviseert mevrouw paracetamol te nemen in plaats van ibuprofen en legt uit waarom. Het gewicht is na drie dagen weer gedaald, de kortademigheid is minder en mevrouw denkt de volgende week weer naar het sjoelen te gaan.

Page 28: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

28

Verenigingsnieuws

platform ouderenzorg (www.platformouderenzorg.nl)De laatste jaren is sprake van

een toenemende vergrijzing in

Nederland. De complexiteit van zorg

rondom de oudere patiënt neemt

toe. De patiënt wordt ouder, woont

langer zelfstandig en er is vaker

sprake van multimorbiditeit. Dit

heeft tot gevolg dat vaak sprake is

van een complexe zorgvraag. Zowel

de praktijk verpleegkundige/praktijk-

ondersteuner als de huisarts zal

steeds vaker worden geconfronteerd

met de zorgvraag van de kwetsbare

oudere op het spreekuur of binnen

hun aandachtsgebied. Zorg voor de

kwetsbare oudere patiënt vraagt

behalve een specifieke aanpak

en benadering ook om passende

kennis en expertise. Dit is een van

de redenen waarom het Platform

Ouderenzorg is ontwikkeld.

Doel van het PlatformHet doel van het platform is het

delen en centraliseren van betrouw-

bare kennis op het gebied van oude-

renzorg specifiek afgestemd op de

praktijkverpleegkundige/praktijkon-

dersteuner. Het platform heeft op dit

moment drie pijlers: de website www.

platformouderenzorg.nl, e-learning

en nascholingen in het land.

De initiatiefnemersHet platform ouderenzorg is

een initiatief van de V&VN

Praktijkverpleegkundigen &

Praktijkondersteuners en GSK en

wordt vormgegeven door een enthou-

siaste redactieraad. De leden van de

redactieraad zijn allen werkzaam

als praktijkondersteuner/praktijk-

verpleegkundige binnen de huis-

artsenpraktijk of het verpleeghuis

met als aandachtsgebied ouderen-

zorg. Zij weten dus wat speelt in

het werkveld en waar de behoefte

ligt met betrekking tot kennisver-

groting. De redactieraad houdt zich

vooral bezig met het volgen van de

actuele ontwikkelingen binnen de

ouderenzorg, het publiceren van

relevante en praktische informatie.

Regelmatig vergadert de redactie-

raad om nieuwe initiatieven te

ontwikkelen voor het platform.

www.platformouderenzorg.nl De website is een bron van informatie

voor de praktijkondersteuner/prak-

tijkverpleegkundige werkzaam

binnen de ouderenzorg. Ook voor de

praktijkondersteuners/praktijkver-

pleegkundigen die binnen hun eigen

aandachtsgebied te maken hebben

met ouderen is het platform de bron

om kennis op te doen over ouderen-

zorg. Om snel de benodigde gegevens

te kunnen vinden als bezoeker is er

voor een overzichtelijke en zeer prak-

tische indeling van de site gekozen.

Via de zoekfunctie die bovenaan op

iedere webpagina beschikbaar is,

doorzoek je snel de gehele website

via de zoektermen die je als bezoeker

zelf kan in voeren.

Page 29: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

29

Onder het tabblad nieuws worden de

nieuwsitems die betrekking hebben

op de ouderenzorg weer gegeven. De

agenda geeft zicht op actuele scho-

lingen. Informatie over ziektebeel-

den, richtlijnen en links voor verdere

informatie kunnen worden gevon-

den in de kennisbank. En ben je op

zoek naar meet- of screeningsinstru-

menten voor bijvoorbeeld cognitie,

kwetsbaarheid of incontinentie dan

kun je deze kostenloos downloaden

via het tabblad screening.

nacholingenNaast het aanbieden van informatie

en kennis via de website zijn op

www.platformouderenzorg.nl ook

nascholingen op het gebied van oude-

renzorg te vinden. Het beleid van de

overheid is er op gericht dat ouderen

zo lang mogelijk in de thuissituatie

kunnen verblijven. Dit heeft tot

gevolg dat de praktijkondersteuner/

praktijkverpleegkundige en de (huis)

arts steeds meer kwetsbare ouderen

tegenkomen op het spreekuur. Wat

betekent dit voor de praktijk? Zorg

voor de kwetsbare ouderen vraagt

immers om een specifieke benade-

ring en expertise.

Om daaraan te kunnen voldoen

is de geaccrediteerde Leergang

Ouderenzorg (een cursus van drie

avonden) ontwikkeld. In 2011 is de

eerste Leergang Ouderenzorg geor-

ganiseerd en wegens groot succes is

deze leergang opnieuw aangeboden

in het voorjaar van 2012. Dit najaar

start een tweede leergang als vervolg

op de eerste leergang met interes-

sante onderwerpen, zoals het multi-

disciplinair overleg: wat is het belang

hiervan, hoe zet je het op, wie zijn er

bij betrokken en welke hulpmiddelen

zijn er beschikbaar. Verder wordt

ingegaan op polyfarmacie en de rol

die de praktijkondersteuner/praktijk-

verpleegkundige hierin kan hebben,

zelfmanagement en therapie trouw

bij oudere COPD-patiënten en

incontinentie/micitieklachten. Ook

komen valpreventie en ondervoeding

aan bod. Onderwerpen waar je als

praktijk ondersteuner/praktijkver-

pleegkundige mee te maken krijgt

binnen de ouderenzorg.

De leergang wordt op verschillende

locaties in Nederland aangeboden.

� Utrecht-Maarssen: 6, 21 november

en 11 december

� Zwolle: 7, 27 november en

12 december

� Eindhoven: 20 november, 11 en

19 december

� Hengelo: 21 november, 12 en

17 december

� Nootdorp: 22 , 29 november en

13 december

� Amsterdam: 28 november, 13 en

20 december

De leergang werd in 2011 gemiddeld

beoordeeld met een 8. Degenen die

niet hebben deelgenomen aan de

eerste leergang wordt aangeraden om

de e-learning te volgen die is ontwik-

keld, alvorens dit najaar deel te nemen

aan Leergang Ouderenzorg deel 2.

e-learning: de kwetsbare oudere patiënt optimaal in beeld.E-learning (leren achter de computer)

is een eigentijdse methode die het

mogelijk maakt om zelf te bepalen

wanneer je een cursus gaat volgen

achter je computer. De eerste leer-

gang ouderenzorg is naar verwach-

ting eind augustus beschikbaar als

e-learning op platform ouderenzorg.

De e-learning bestaat uit drie modu-

les van elk één uur. In een talkshow-

setting wordt onder leiding van een

deskundig docent kennis en prak-

tische tools aangereikt en worden

aanpak en issues voor de praktijk

besproken. De cursist krijgt tijdens

elke module een aantal vraagstuk-

ken, stellingen of patiëntcasussen

voorgelegd. Elke module wordt afge-

sloten met een toets.

Programma e-learning: de kwetsbare oudere patiënt optimaal in beeld. Module 1: De kwetsbare oudere

patiënt optimaal in beeld: breder

kijken tijdens uw spreekuur. Onder

leiding van kaderhuisarts en docent

Moniek Peeters en samen met ver-

pleegkundig consulent geriatrie Jan

Oudenes, praktijkondersteuner Janet

Rams en praktijkverpleegkundige

Marja Willekes komen vragen aan

de orde als: Wat is kwetsbaarheid?

Hoe kun je deze screenen? Met welke

tools? Hoe kom je tot een zorgplan?

Welke andere disciplines kun je

inschakelen?

Module 2: De kwetsbare oudere

patiënt optimaal in beeld: COPD/

hartfalen. Onder leiding van kader-

huisarts en docent Moniek Peeters

en samen met physician-assistant en

praktijkondersteuner Bas Janssen,

Page 30: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

30

praktijkondersteuner Janet Rams

en praktijkverpleegkundige Marja

Willekes wordt ingegaan op: Wat is de

samenhang tussen COPD en hartfa-

len, wat is het belang van monitoren

van COPD-patiënten en het voorko-

men van exacerbaties, hoe kun je het

‘breder bekijken’ bij deze groep?

Module 3: De kwetsbare oudere

patiënt optimaal in beeld: cognitieve

problematiek en osteoporose. In het

eerste deel van de module geeft prak-

tijkverpleegkundige en docent prak-

tijkondersteuning Petra Cornelis een

overzicht van overeenkomsten en

verschillen tussen dementie, delier

en depressie en bespreekt ze waar je

als praktijkondersteuner/verpleeg-

kundige tijdens het spreekuur/huis-

bezoek op moet letten. In deel twee

van de module zet huisarts en docent

Ton Boermans uiteen wat osteopo-

rose is, hoe de zorg in de eerste lijn

kan worden ingericht rond osteo-

porose en welke rol medicamenten

en valpreventie kunnen spelen. Met

medewerking van praktijkondersteu-

ners Lida van der Maat en Janneke

Katoen.

Deze e-learning wordt op het

platform kostenloos aangeboden

door GSK in samenwerking met

V&VN Praktijkverpleegkundigen &

Praktijkondersteuners. Accreditatie

wordt aangevraagd bij onder andere

het kwaliteitsregister van V&VN.

Wanneer je je gegevens achterlaat bij

het volgen van de e-learning wordt

accreditatie achteraf automatisch

voor je aangevraagd. Ook kun je aan-

geven of je op de hoogte gehouden

wilt worden van nieuw te ontwikke-

len leergangen en e-learnings in de

toekomst.

TwitteraccountJe kunt het platform Ouderenzorg

ook volgen via twitter. Het platform

heeft het volgende account:

@PFouderenzorg. Op deze manier

kun je ons volgen en op de hoogte

blijven over de ontwikkelingen

binnen de ouderenzorg. Twitter is

een makkelijk medium om korte

berichten te verzenden. Via twitter

melden we als er een nieuw bericht

op de website wordt geplaatst. We

nodigen je uit om ons te volgen en te

retweeten zodat het netwerk wordt

vergroot. Uiteraard volgen wij onze

twitterende collega’s ook.

Wil je op de hoogte blijven van de

nieuwste ontwikkelingen binnen de

ouderenzorg of ben je op zoek naar

informatie, richtlijnen, screenings-

instrumenten of ziektebeelden: neem

dan eens een kijkje op deze website!

Mocht er nog informatie ontbreken

of heb je nog leuke aanvullingen

voor de website: laat het de redactie-

raad dan weten op

[email protected].

Zoals in nummer 2 van de Praktijk al

benoemd komt er een nieuw toe-

komstbestendig competentieprofiel

POH ondersteund door beroepsver-

enigingen, werkgeverorganisaties,

gezamenlijke Hoge Scholen (HS) en

Zorgverzekeraars Nederland.

Ondertussen hebben ook de

Landelijke Huisartsen Vereniging

en het Nederlands Huisartsen

Genootschap het Convenant onder-

tekend.

nHg/lHv, nvvpo en v&vn schrijven toekomstbestendig competentieprofiel poH

Marjan Verschuur-Veltman (V&VN

PVK/POH), Irma Mosselman (HS),

Amy de Blaaij (NVvPO) en Nelleke

Gruijters (LHV/NHG) schrijven het

nieuwe profiel. Dit profiel zal na

de zomervakantie in conceptvorm

worden aangeboden aan alle andere

participanten.

De bedoeling is dat het profiel zorgt

voor eenduidigheid rondom de func-

tie in de huisartsenpraktijk en dui-

delijke in- en uitstroomcriteria wat

betreft de opleidingen geeft. Zo zal er

in de toekomst binnen de functie

van POH geen grote diversiteit meer

zijn. De betrokken partijen zijn van

mening dat in de toekomst, door de

vergrijzing en toename chronisch

zieken, een hooggekwalificeerde

POH nodig is om de vraag naar zorg

en protocoloverstijgend denken

aan te kunnen. Via de Nieuwsbrief

en de Praktijk wordt u op de hoogte

gehouden.

Page 31: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

31

Andere dimensies van palliatieve zorg Palliatieve zorg gaat verder dan pijnbestrijding en symptoombestrijding van fysieke klachten. Een brede focus is belangrijk. Tijdens dit symposium staan deze andere dimensies van palliatieve zorg centraal. Bekende sprekers als Carlo Leget, Hilde de Vocht en Gijsbert van Es verzorgen een presentatie. Daarnaast worden er in twee verschillende ronden parallelsessies aangeboden. Het belooft een inspirerend symposium te worden! Het congres wordt in samenwerking met de Stichting STEM georganiseerd.

Met onder andere deze actuele onderwerpen:• De vierde dimensie van palliatieve zorg• Psychosociale zorg: de kunst van het afstemmen• Het laatste woord: wat doet het met jou?• Hoe breng ik spirituele zorg in praktijk• Over leven over lijden• Mijn eigen dood• Omgaan met hoop

datum: 13 september 2012 plaats: accommodatie domstad, utrecht

Jaarcongres V&Vn praktijkverpleegkundigen & praktijkondersteuners Werk je in de huisartsenpraktijk, asielzoekerscentrum, verzorgingshuis of woonzorgcentrum, verpleeghuis of instelling voor verstandelijk gehandicaptenzorg als praktijkverpleegkundige of praktijkonder-steuner of ben je bezig met de opleiding voor praktijkondersteuner: in één dag heb je de mogelijkheid om veel kennis en praktische ‘tools’ te vergaren. Het belooft wederom ook dit jaar weer een speciaal congres te worden, dat zich onderscheidt van alle andere congressen op inhoud en kwaliteit. Je kan drie workshops van 1 ½ uur per workshop volgen. Wij garanderen je bij iedere workshop een inhoudelijke verdieping door een deskundige spreker en praktische tips door een ervaren (praktijk)verpleegkundige/ondersteuner. Daarnaast kan je ook praktische workshops volgen zoals longauscultatie, enkel-arm index bepalen, reanimatie, spirometrie en ambulante compressie therapie. De dag wordt ludiek afgesloten door het Thema Theater Dementie van Jan van der Hammen. Dat moet je een keer meegemaakt hebben! Inschrijven kan op: www.pvkpoh.nl.

Het programma is samengesteld door een ervaren congrescommissie bestaande uit Wilma Buesink, Rachel Neijman, Leonie Gilissen en Petra Cornelis onder leiding van Marjan Verschuur-Veltman.

datum: 20 september 2012plaats: de eenhoorn regardz, amersfoort.

eAsD highlights 2012Benieuwd naar Berlijn? Kom naar Nunspeet!Op één dag zal het belangrijkste nieuws worden besproken van de 48e bijeenkomst van de European Association for the Study of Diabetes (EASD) dat van 1 t/m 5 oktober plaatsvindt in Berlijn. De verschillende thema’s die aan de orde zullen komen zijn van belang voor de dagelijkse praktijk. De actualiteitswaarde is hoog omdat het symposium direct na het EASD congres plaatsvindt. De EASD Highlights is bedoeld voor praktijkverpleegkundigen, diabetesverpleegkundigen, huisartsen, internisten en artsen in opleiding.

datum: 11 oktober 2012plaats: nH sparrenhorst, nunspeet

AcTiViTeiTeNAgeNdA Kijk voor meer informatie over de activiteiten op de website www.pvkpoh.nl of mail naar [email protected]. Agenda V&VN: zie www.venvn.nl/agenda/actueel/agenda.aspx

symposium Diabeteszorg voor allochtone nederlanders.Het aantal Nederlanders van allochtone afkomst neemt toe. Binnen de medische en farmaceutische wetenschap is veel vooruitgang geboekt. In de afgelopen jaren is steeds meer ervaring opgebouwd in de zorg voor allochtone diabetespatiënten. Het is tijd om opnieuw ervaringen te delen en kennis uit te dragen. Daarom organiseert de Jan P.G. van Ooijen Stichting nu een tweede groot landelijk symposium. Op deze dag kunnen diabetesprofessionals zich op de hoogte laten brengen van de meest actuele stand van zaken. Tweede Kamerlid Khadija Arib, PvdA-specialist voor onder meer volksgezondheid, zal het symposium openen.

Het symposium richt zich op iedereen die beroepshalve te maken heeft met diabeteszorg aan allochtone Nederlanders.

datum: 22 november 2012plaats: de doelen, rotterdam

symposium stoppen met roken begeleiding 2.0.De NSPOH organiseert in samenwerking met Stivoro het ‘Symposium stoppen met roken begeleiding 2.0’. Deze dag start met enkele inspirerende lezingen. Tijdens workshops gaan deelnemers actief aan de slag. Trainers die staan opgenomen in het Stivoro pakje kans trainersregister, persoonlijke coaches en Stimedic getrainden kunnen het symposium volgen als nascholingsdag. Ook andere professionals met belangstelling voor begeleiding bij stoppen met roken zijn van harte welkom.Bij het kwaliteitsregister Stoppen met Roken wordt het symposium aangemeld.

datum: 23 november 2012 plaats: spectra oudlaen, utrecht.

CarVasZ 2012Het negende CarVasZ congres, georganiseerd door de Nederlandse Vereniging van Hart en Vaat Verpleegkundigen. Verschillen tussen mannen en vrouwen zijn ons allemaal wel bekend. Het is een welkom thema voor onder andere boeken, theatervoorstellingen etc.. Denk aan ‘Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus’, van de auteur John Gray. Mannen en vrouwen denken anders, voelen anders en communiceren anders.Wanneer je kijkt naar hart- en vaatziekten zie je ook een duidelijk verschil. De totale sterfte aan harten vaatziekten is bij vrouwen hoger dan bij mannen. Meer vrouwen overlijden aan een beroerte en hartfalen en meer mannen overlijden aan een acuut hartinfarct. Vrouwen communiceren anders en geven in de praktijk ook anders hun klachten aan dan de mannen. Kortom, een interessant thema voor een congres.

datum: 30 november 2012plaats: de reeHorst, ede

Leergang ouderenzorg In het najaar van 2012 wordt er een nieuwe leergang (II) met nieuwe onderwerpen, aansluitend op de inhoud van leergang I ontwikkeld en aangeboden. Via het nieuws van deze website, en op deze plaats, zult u op de hoogte worden gehouden van data/locaties en onderwerpen. Kijk voor de data en locaties www.platformouderenzorg.nl.

Page 32: de Praktijk - Platform Ouderenzorg Praktijk 2012 nummer 3.… · COPD brigade Naast de onlinetest bestaat er ook een lokale aanpak met de COPD-risicotest, de COPD brigade. De vrijwilligers

Becel pro-activ bevat plantensterolen. Die komen van nature voor in onze voeding. Het is aangetoond dat de inname van 1,5-2,4g plantensterolen per dag het bloedcholesterol kan verlagen met 7 tot 10% na 2 tot 3 weken.* Op onze site vindt u handige patiënten-materialen die u kunnen helpen bij advies over voeding- en leefstijlveranderingen om het cholesterolgehalte te verlagen.

www.verlaagcholesterol.nl* Een hoog cholesterolgehalte is een risicofactor voor de ontwikkeling van coronaire hartziekten. Hiervoor bestaan meerdere risicofactoren en de verandering van één van die factoren kan al dan niet een heil- zaam effect hebben.

Becel pro-activWetenschappelijk bewezen: verlaagt actief het cholesterol

aanbevolen door

BF2752 wt adv. Becel Pro-Activ DePraktijk.indd 1 19-07-12 09:40