richter - preview

Click here to load reader

Post on 12-Mar-2016

219 views

Category:

Documents

0 download

Embed Size (px)

DESCRIPTION

Kunstschilder Adriaan Richter heeft kortgeleden een lucratieve opdracht aangenomen: het portret van een notaris en diens aantrekkelijke echtgenote. Wanneer Richter echter ontdekt dat deze vrouw bezoek krijgt van een mysterieuze jongen, luidt dat het begin in van een "grillig en onnaspeurlijk lot" dat hij gaandeweg in zich voelt voltrekken. Het schilderen wil niet meer vlotten en als hij bovendien het beeldschone meisje Madeleine ontmoet, realiseert hij zich dat hij een ingrijpend besluit moet nemen. "In het leven van Richter gebeurt negentiende-eeuws niets, maar in zijn gedachten des te meer. Een opmerkelijk boek!" - Yvonne Kroonenberg -

TRANSCRIPT

  • Richter

  • UITGEVERIJ VILLAGE

    RichterANDY ARNTS

  • 4Richter Andy Arnts

    isbn 978 94 61850 669 paperback isbn 978 946 1851 048 ebook

    1e druk november 2013

    Vormgeving: Moirena Schoonbergen Redactie: Eric Jan van Dorp Omslagfoto: istockphoto.com Auteursfoto: Bernd Haanappel Fotografie / berndhaanappel.nl

    Uitgeverij Village een imprint van VanDorp Uitgevers Postbus 42 3956 ZR Leersum www.vandorp.net / [email protected]

    Copyright2013 Uitgeverij Village / VanDorp Uitgevers Copyright2013 Andy Arnts

    Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd in welke vorm dan ook zonder de uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van de uitgever.

  • 5Oh, de halfduistere kapellen en

    de speciale sfeer van religieuze romantiek;

    die kerken vragen een rendez-vous:

    je besprenkelt je met wijwater en kijkt rond

    naar iemand naar wie je kunt lonken.

    Uit: Le journal de Marie Bashkirtseff, 2.X.1881

  • 6

  • 71

    Maria Magdalena

    In de late middag van vrijdag 1 november, twintig minuten na

    het verlaten van zijn werk, liep kunstschilder Adriaan Rich-

    ter de Mariakapel binnen. Hoewel zijn schilderijen hem een

    redelijke bijverdienste verschaften, bekleedde Richter louter uit

    lijfsbehoud in het dagelijkse leven een onopvallende functie als

    gemeenteambtenaar. Geen baan waar hij zijn hele ziel en zalig-

    heid in kwijt kon, maar voorlopig waren zijn inkomsten gegaran-

    deerd en hield hij nog voldoende tijd over om zich te wijden aan

    de kunst.

    Het was een regenachtige herfstdag. Nadat hij de druppels van

    zijn jas had geveegd en zijn haar enigszins had gefatsoeneerd,

    bleef hij staan bij een beeldje van Maria Magdalena dat in een

    nisje bij de ingang was geplaatst. Het was een vroom beeldje,

    amper dertig centimeter hoog en werd door de bezoekers van

    de kapel nauwelijks opgemerkt. Waarschijnlijk omdat er geen

    plateau voor was gemonteerd, waardoor je er ook geen kaarsje

    kon opsteken. Richter voelde een diepe genegenheid voor het

    beeldje en het ontbreken van zon offerplek had hem er niet van

    weerhouden om dan maar zelf een waxinelichtje mee te brengen

    en dat in het nisje te plaatsen.

    Hij kende de omstreden rol van Maria Magdalena in het

    evangelie en was geboeid door de legende van haar vlucht naar

    Frankrijk en haar aandeel in het mysterie van de heilige Graal.

    Die mythische berichten gingen zelfs zo ver, dat een onweer-

    legbaar bewijs ervan een wereldwijde beroering tot gevolg zou

    hebben. Daarom werd de ware toedracht door een aantal duis-

    tere genootschappen zorgvuldig bewaard en geheimgehouden.

    Honderden jaren was dat goed gegaan, totdat halverwege de ne-

  • 8gentiende eeuw een Franse pastoor uit Rennes-le-Chteau een

    aantal opzienbarende ontdekkingen zou hebben gedaan: de hei-

    lige Graal zou een metafoor zijn voor het heilig Bloed dat door

    Maria Magdalena tijdens haar reis naar Frankrijk zou zijn mee-

    gebracht. Oftewel: Maria bezat niet de beker, maar het bloed en

    zou in de Provence geboorte hebben gegeven aan het kind van

    de Graal, zeg maar de kleinzoon van God. Als dat allemaal waar

    is, dacht Richter, dan verdien je een waardiger plaats dan dat

    achterlijke nisje waarin je nu staat.

    Het beviel hem dat hij, terwijl hij voor het beeldje had staan

    peinzen, niet was gestoord door een binnenkomende of ver-

    trekkende bezoeker. Een volwassen vent die voor zon onbe-

    duidend kunstwerkje zijn bewondering kwam betuigen en er

    stond te hannesen met een zelf meegebracht waxinelichtje, kon

    argwaan wekken. Zelfs vandaag, op Allerheiligen. Het had beter

    elders kunnen staan, ergens waar het minder verdacht overkwam

    als men er wat aandacht aan besteedde. Maar waar bevond zich

    in dit stiltecentrum, zoals de oude kapel tegenwoordig werd ge-

    noemd, zon geschikte plek?

    Richter dacht na en voelde tegelijk een zonderling verlangen

    in zich opkomen om het beeldje vlug bij zich te steken en rechts-

    omkeert te maken. Niemand zou het op het eerste gezicht mer-

    ken. En als men er uiteindelijk achter kwam, dan stond het al

    lang veilig bij hem thuis op de schoorsteen. In veiligheid bren-

    gen, ja dat was het eigenlijk. Maar was dat geoorloofd? Kon hij

    zich beroepen op een oud recht wanneer plotseling de politie

    voor zijn deur stond? Had hij, Richter, een man van onverdachte

    zeden, het recht om zich een voorwerp als dit toe te eigenen, om-

    dat hij de enige was die het opmerkte en in stilte vereerde?

    In Nederland haalde men rechten en plichten nog wel eens

    door elkaar, vond Richter. Zeker wanneer het op mensenrechten

  • 9aankwam. Je hoefde de televisie maar aan te zetten, of er

    verscheen zon voorvechter in beeld die opgewonden van leer

    trok tegen allerlei sociale misstanden. Maar wat betreft de

    mensenplichten was het maar stilletjes op de buis. Richter vroeg

    zich af of het woord mensenplichten eigenlijk wel bestond, of

    dat het tijdens een politieke bespiegeling uit zijn eigen brein was

    ontsproten. Was het dan zo gek gedacht? Alles was tweeledig en

    dit onderwerp zeker.

    Maar daarover moest hij zich nu niet druk maken. Hij be-

    vond zich in een sacrale omgeving en voelde zich ver van de

    buitenwereld verwijderd. Hier golden andere waarden en diende

    hij een hogere macht. Dat beeldje, dat hoorde hier. En hoezeer

    Richter het ook koesterde, hij besefte dat het in dat nisje was

    geplaatst met een doel. Het diende om de bezoekers van de

    kapel te beschermen tegen allerlei onheil, in het bijzonder de

    boetelingen en de reukwerkbereiders, van wie Maria Magdalena

    de patrones was. Even omvatte hij de ontblote voet van de heilige,

    stak toen het kaarsje aan en begaf zich naar de boogvormige

    doorgang die naar de kapel leidde.

    Naar de conditie van de bakstenen en het voegwerk te oordelen,

    schatte Richter de ouderdom van de kapel op zon honderdvijftig

    jaar, hoewel de art deco ornamenten aan weerszijde van de toe-

    gang een jongere leeftijd verraadden.

    Hier stonden zes banken die in twee rijen naar een glorieus

    Mariabeeld waren gericht. Vooraan hadden twee bejaarde dames

    plaatsgenomen. Beiden leken in een diep gebed verzonken.

    Richter bezag hen en fronste. Het zat weer eens niet mee. Al zo

    vaak was hij naar deze ruimte gekomen in de hoop hem leeg aan

    te treffen en in een eenzame meditatie te kunnen verzinken. Nog

    nooit was dat gelukt, en de vastberaden houding van de twee

    vrouwen wees er ook niet op dat ze in korte tijd zouden opkrassen.

  • 10

    Hij maakte een voorzichtige kniebuiging en schoof langzaam

    in de achterste bank. Daar werd hij zich ineens weer bewust van

    de plastic tas die hij al die tijd had meegedragen en waarin een

    fototoestel zat. Hij had het van zijn werk meegekregen om er in

    het weekend wat schilderijen mee te fotograferen. Het was een

    geavanceerde camera waar je prachtige fotos mee kon maken,

    en die kon Richter, met het oog op een toekomstige expositie of

    catalogus van zijn werken, goed gebruiken.

    Hij zette de tas naast zich neer en richtte zijn blik weer naar

    voren. Er zat nog steeds geen beweging in die twee voorin. Ik

    hoop toch niet dat ze de gehele middag blijven plakken, dacht

    hij. Al kan ik hier maar n minuut alleen zijn.

    Het op veilige afstand van anderen gaan zitten was Richter niet

    vreemd. Hij voelde zich ongemakkelijk en bekneld als iemand te

    dicht bij hem plaatsnam of als hij zelf het laatste open plekje in

    een wachtkamer moest innemen. Hij hield er niet van als alle ogen

    op hem gericht waren en hij prees het moment dat hij eindelijk

    de spreekkamer werd binnengeroepen. Maar aan de andere kant

    bezocht hij feesten en bijeenkomsten, waar hij genoot van de

    aandacht die hem ten deel viel als zijn kunstenaarschap ter

    sprake kwam. In alles ben ik een man van uitersten, stelde hij

    vast, hoewel hij zich met die eigenschap dikwijls geen raad wist.

    Op zulke momenten vroeg hij zich af of die door hem

    gevierde dualiteit niet domweg een vorm van een chronische

    besluiteloosheid was. In elk geval lag zijn bewondering voor

    Maria Magdalena er aan ten grondslag. Volgens de officile leer

    was zij een zondige vrouw uit wie zeven boze geesten waren

    verdreven, waarna zij tot bekering was gekomen. Een heilige hoer

    dus, om het maar ronduit te zeggen. En daar ging het om, want

    juist dat volmaakte samenspel van heilige devotie en verboden

    erotiek vervulde Richter met een ongekende hartstocht. Je bent

  • 11

    de moeder van de Graal, fluisterde hij plechtig, maar tegelijk

    ben je een sensuele venus die iedere man op de knien dwingt.

    Juist toen Richter zijn gedachten weer wat wilde ordenen,

    klonk de doffe slag van de kerkklok. Het gaf hem een schok van

    ontzag en vervoering. Het was er weer: dat gelukzalige, lege

    gevoel van angst en eenzaamheid dat hij als kind al had gekend en

    zich op onverwachte ogenblikken opnieuw aan hem openbaarde:

    die diepe verlatenheid die hij op zekere locaties ervoer. Oude

    stationshallen met onverstaanbaar galmende omroepers, runes,

    opstijgende vliegtuigen, verwaarloosde kerkhoven, verlaten

    fabrieken, silhouetten van ver gelegen kastelen, lege fietshokken

    en schoolpleinen, rond waaiende herfstblade